Deel 7: Het Geheim van de Blauwe Compagnie
Die avond zaten mijn moeder en ik aan de keukentafel bij het zwakke licht van een enkele schemerlamp. Buiten regende het in stralen; de wind sloeg tegen de ruiten alsof hij naar binnen wilde breken. Mijn moeder wist nog steeds van niks over de kluis in het bankgebouw; ik had haar verteld dat de politie ons had ondervraagd over een misverstand rondom een oude bankrekening van Oom Ray, om haar te beschermen tegen de op handen zijnde storm.
Op het houten tafelblad lag het dikke, in leer gebonden dagboek open. Het licht van de lamp viel op de met inkt geschreven bladzijden, volgepakt met schetsen, cijfercodes en namen van schepen die al tientallen jaren geleden uit de vaart waren genomen.
Ik bladerde door de pagina's tot ik stuitte op een hoofdstuk met de titel: De Vloot van de Schaduw. Oom Ray had daar in minutieus detail beschreven hoe de zogenaamde Blauwe Compagnie geen historische mythe was, maar een hedendaags syndicaat dat diep geworteld zat in de Antwerpse haven. Ze importeerden niet alleen legale goederen; via geheime containers en frauduleuze scheepvaartpapieren verplaatsten ze illegale fortuinen en documenten die regeringen konden laten vallen.
En Oom Ray was jarenlang hun belangrijkste inspecteur geweest – niet om hen te helpen, maar om bewijzen te verzamelen om hen van binnenuit te vernietigen.
Op een van de pagina's was een foto ingeslagen. Het was een polaroidfoto van een oude, verlaten loods aan de rand van de haven, pal naast dok nummer zeventien. Achterop stond een handgeschreven notitie: “Als het misgaat, zoek daar naar de echte sleutel van het verleden.”
Mijn gedachten dwaalden af naar Bram. Hij wist van de kluis, wat betekende dat hij contact had gehad met dezelfde figuren die Oom Ray ten val hadden gebracht. Als Bram besloot om naar die loods te gaan om te zoeken naar wat hij dacht dat een fortuin aan goud was, liep hij recht in de val van gevaarlijke criminelen die geen getuigen duldden.
Ik sloot het dagboek met een doffe klap. Ik moest naar dok nummer zeventien. Nog voor de ochtend aanbrak.






