Het Geheim van de Roestige Sleutel
News Story

Het Geheim van de Roestige Sleutel

1 weergaven

Deel 4: Het Dagboek van de Inspecteur

Bram lachte triomfantelijk terwijl zijn vingers het deksel van de middelste houten kist aanraakten. "Zie je wel, die waardeloze nicht van me wist niet eens wat ze deed," riep hij naar zijn handlanger, wiens ogen argwanend de hoeken van de kluiskamer afscanden. "Dit is van mij! Oom Ray heeft dit voor ons bedoeld, voor de echte erfgenamen!"

Maar voordat Bram het deksel kon openen, greep ik naar een zware koperen asbak die op een tafeltje naast de pilaar stond. Met een misstap liet ik hem per ongeluk op de stenen vloer vallen. Een oorverdovende knal galmde door de kelder.

Bram en de handlanger schrokken zich wezenloos en sprongen achteruit. "Wie is daar?!" schreeuwde de handlanger, en in een flits richtte hij zijn vuurwapen recht op de betonnen pilaar waar Van de Velde en ik schûilden.

"Nu!" fluisterde ik tegen Van de Velde, en in plaats van weg te rennen, stapte ik resoluut uit de schaduw het licht in. Mijn stem was koel, kalm en sneed door de spanning heen als een scherp mes. "Zoek je dit, Bram? Of was je alleen geïnteresseerd in de centen die je al hebt verbrast?"

Bram draaide zich om, zijn gezicht vertrokken van woede en ongeloof. "Nora?! Wat in vredesnaam doe jij hier? Hoe ben je hier gekomen? Dit... dit is van mij!"

"Niks is van jou, Bram," zei ik terwijl ik mijn kin omhoog hield en oog in oog stond met de gewapende man, die zijn wapen nu aarzelend op mij richtte. "Oom Ray heeft deze kluis niet voor jou achtergelaten. Hij wist precies wie je was: een arrogante gokker die zijn geld al had verbrast voordat het testament zelfs maar was getekend."

De handlanger keerde zich naar Bram met een dodelijke blik in zijn ogen. "Zei je niet dat niemand anders de sleutel had, idioot? Ze heeft hem geopend!" Hij zette een stap in mijn richting, zijn pistool gevaarlijk dicht bij mijn gezicht. "Geef die sleutel hier, meid. En maak die kist open, of het eindigt hier."

In die fractie van een seconde realiseerde ik me dat ik geen angst meer voelde, alleen maar een diepe, brandende woede. Ik greep de roestige sleutel uit mijn zak, hield hem hoog in de lucht en gooide hem met een boog dwars door de kluisdeur naar achteren, recht in de diepte van de brandkast.

"Pak hem dan!" riep ik uitdagend.

De handlanger vloekte luid en stoof naar voren de kluis in, op zoek naar de sleutel in het donkere interieur. Dat was het moment waarop Van de Velde zijn kans greep: hij smeet met al zijn kracht de zware, massieve bronzen deur van de kluis dicht, precies op het moment dat de handlanger naar buiten wilde springen.

BAM!

De dikke stalen grendels vielen automatisch in hun slot toen de deur dichtsloeg. We hoorden een doffe, gedempte kreet van de handlanger van binnenuit komen, gevolgd door verwoede slagen tegen het staal. Bram stond versteend, zijn gezicht wit van paniek, terwijl hij besefte dat hij nu niet alleen zijn buit, maar ook zijn handlanger kwijt was.