Het Geheim van de Roestige Sleutel
News Story

Het Geheim van de Roestige Sleutel

1 weergaven

Deel 5: De Eerste Bladzijde

De stilte die na de dichtslaande kluisdeur intrad, was bijna ondraaglijk. Alleen het doffe gebons en de gedempte geschreeuw van de opgesloten handlanger van binnenuit verstoorden de doodse rust van de ondergrondse kelder. Bram stond tegen de marmeren wand geklemd, zijn ademhaling ging sneller en zijn zelfverzekerde houding was volledig verdwenen. Hij keek naar mij alsof hij voor het eerst in zijn leven niet een naïeve nicht zag, maar een tegenstander die hem te slim af was geweest.

"Je... je hebt hem opgesloten," stamelde Bram, zijn stem trillend van zowel angst als pure woede. "Weet je wel wie die man is? Hij werkt voor degenen die... die de haven in hun greep hebben! Als hij hier ooit uitkomt, ben je je leven niet zeker, Nora!"

Ik stapte kalm naar voren, mijn blik strak gericht op mijn neef. "Dan moet je zorgen dat hij er niet uitkomt, Bram. Of beter nog, misschien moeten we de politie bellen en vertellen wat jullie hier samen aan het zoeken waren."

Bram maakte een snelle beweging alsof hij op me wilde afspringen, maar bedacht zich toen hij de vastberadenheid in mijn ogen zag. Hij wendde zijn blik af, spuugde minachtend op de grond en rende met wilde passen terug naar de trap, weg uit de kluiskamer, vluchtend voor de consequenties van zijn eigen daden. Zijn voetstappen stierven al snel weg in de verte.

Van de Velde, die hijgend tegen de betonnen wand leunde, keek me aan met een mengeling van ontzag en bezorgdheid. "Mevrouw... dat was roekeloos. Die man daarbinnen... als de autoriteiten horen over wat hier gebeurt, zal de halve stad op zijn kop staan."

"Laat de stad maar op zijn kop staan," zei ik vastberaden. "Oom Ray is niet voor niets vermoord. En ik ga uitzoeken waarom."

Ik liep terug naar de open kluis. Omdat de handlanger in de haast de binnenzijde van het mechanisme had geblokkeerd, kon de deur voorlopig niet volledig dichtvallen, maar het was voldoende om bij de inhoud te komen. Ik greep het dikke, in leer gebonden dagboek met de initialen R.V.H. en sloeg het open op de eerste bladzijde.

Het handschrift was netjes, scherp en onmiskenbaar van Oom Ray. Er stond geen datum boven, alleen een korte, cryptische zin die mijn bloed deed stollen:

“Als je dit leest, Nora, betekent dat de sleutel zijn werk heeft gedaan en dat de schaduwen uit de haven achter je aan zitten. Wat in de haven van Antwerpen gebeurt, blijft niet in de haven. Het reikt tot aan de hoogste kringen van de regering. Zoek naar de Blauwe Compagnie.”

Ik las de zin driemaal hardop. Van de Velde boog zich over mijn schouder, zijn ogen groot van schrik. "De Blauwe Compagnie..." fluisterde hij. "Dat is een legende, kind. Dat was een geheim genootschap van scheepsmagnaten uit de negentiende eeuw dat... dat allang niet meer zou bestaan."

"Niet volgens Oom Ray," antwoordde ik, terwijl ik omsloeg naar de volgende bladzijde, waar een handgetekende kaart van de Antwerpse haven te pletter werd geslagen door mysterieuze markeringen en coördinaten.

En toen, terwijl we daar stonden te midden van de oude dossiers, hoorden we opeens het geluid van sirenes die in de verte, hoog boven de grond, door de straten van Antwerpen loeiden. Ze kwamen onze kant op.