Het Geheim van de Roestige Sleutel
News Story

Het Geheim van de Roestige Sleutel

1 weergaven

Deel 6: Sirenes in de Nacht

De sirenes sneden door de dikke avondlucht van Antwerpen als scherpe messen. De rode en blauwe lichten van de naderende politieauto's flitsten door de hoge, traliewerkvensters van het bankgebouw en wierpen griezelige, dansende patronen op de marmeren vloer van de kluiskamer. Iemand moest de politie hebben gewaarschuwd – misschien was het Bram zelf wel in paniek, of misschien hadden de beveiligingssystemen van de bank automatisch alarm geslagen toen de zware kluis werd geforceerd.

Van de Velde wreef nerveus over zijn kalende hoofd en keek angstig naar de trap. "De politie, mevrouw! Als ze ons hier vinden met een opgesloten crimineel in de kluis en een gestolen dagboek, hangen we eraan. We moeten hier weg, en wel onmiddellijk!"

"Nee," zei ik rustig, terwijl ik het lederen dagboek stevig tegen mijn borst gedrukt hield. "Als we nu weglopen, lijken we schuldigen. En ik heb niets gestolen; deze kluis staat op naam van mij en mijn moeder. Oom Ray heeft me dit nagelaten met een reden."

Ik liep naar de deur van de kluis waar de handlanger nog steeds zat te bonken en te tieren. Met een snelle beweging draaide ik de noodhendel aan de buitenzijde een kwartslag terug. De zware stalen deur schoog met een zachte klik op een kier.

"Luister goed naar mij," riep ik door de kier naar de duisternis binnenin. "De politie is boven. Ze zijn onderweg naar beneden. Je kunt kiezen: of je blijft hier tot ze je arresteren voor poging tot diefstal en bedreiging, of je maakt dat je wegkomt via de achteringang van het riool waar jullie waarschijnlijk zijn binnengekomen."

Een rauwe vloek klonk van binnen, gevolgd door het geluid van haastige stappen die zich naar achteren begaven, richting de oude onderhoudsschachten die volgens de oude plattegronden van de haven naar de Schelde leidden. Binnen enkele seconden hoorden we een zwaar roosters openklikken en dichtslaan. Toen we de deur volledig openden, was de kluis leeg. De handlanger was gevlucht.

"Snel," zei ik tegen Van de Velde, die me met open mond aankeek. "Geef me een lege aktetas uit je kantoor. Niemand hoeft te weten over de inhoud van deze kluis, behalve wij."

Binnen enkele minuten stonden we weer in de koele hal van het bankgebouw, precies op het moment dat zware laarzen de trap afstormden en twee agenten in uniform met getrokken pistolen de kelder binnenkwamen. Hun adem ging tekeer in de koude lucht.

"Handen in de lucht! Niet bewegen!" roept de voorste agent, wiens blik scherp over de ruimte gleed.

Ik stak traag en kalm mijn handen omhoog, met de aktetas stevig in mijn hand. "Rustig maar agent," zei ik met een vaste stem. "We waren net op zoek naar de bewaking. Er is hier zojuist ingebroken."

De agent keek me aan, daarna naar Van de Velde, die angstig knikte en zijn bankpas tevoorschijn haalde om zijn identiteit te bevestigen. Maar terwijl de politie de kelder begon te onderzoeken en bewijsmateriaal verzamelde, wist ik dat dit pas het begin was. De Blauwe Compagnie bestond echt, en de papieren in mijn tas hielden het geheim vast dat de hele stad op zijn grondvesten zou doen schudden.