Deel 11: Achtervolging in de Mist
De mist buiten was nog dikker geworden, alsof de stad zelf probeerde mijn sporen te verbergen. Ik rende op volle snelheid over de kade, mijn adem brandde in mijn longen door de snijdende koude lucht. Achter me hoorde ik het geschreeuw van Bram en eventuele andere handlangers die door de loods de achtervolging hadden ingezet. Het geluid van zware laarzen weerkaatste tegen de stalen muren van de pakhuizen.
Ik wist dat ik niet naar mijn auto kon terugkeren; die stond veel te open en bloot op de parkeerplaats. Als ze me daar opwachtten, was het afgeloopen. In plaats daarvan dook ik het labyrint van smalle, donkere straatjes en steegjes in die de oude havenwijk rijk was. Hier kon geen auto komen, en de steegjes waren te kronkelig voor iemand die de weg niet kende.
Na tien minuten rennen stortte ik neer in de portiek van een al lang gesloten scheepvaartkantoor, verborgen achter een hoge stenen muur. Ik hijgde diep, mijn handen trilden onbeheersbaar en mijn hart bonsde als een gek in mijn ribbenkast. Ik greep naar mijn binnenzak. Het dagboek zat er nog steeds, veilig en onbeschadigd in het dikke leer.
Toen haalde ik de roestige sleutel tevoorschijn en hield hem in de zwakke straatlantaarnschijn. Tot mijn verbazing zag ik dat het roest op de punt van de sleutel was afgesleten door het wrijven in de kluis en mijn zakken, en daaronder glansde geen ijzer... maar massief goud. De sleutel was een vergulde vermomming geweest, ontworpen om eeuwenlang onopgemerkt te blijven.
In het metaal van de sleutel, nu goed zichtbaar in het schijnsel, waren kleine, microscopische cijfers gegraveerd: coördinaten. Niet van een bank, niet van een loods, maar van het oude stadhuis van Antwerpen – specifiek, de kelder onder de historische scheepvaartkamer.
De sirenes in de verte zwollen weer aan. Ze waren niet meer bij de haven; ze bewogen zich in de richting van het stadscentrum. Iemand had de politie ingeschakeld over het incident in dok zeventien, en mijn naam was nu ongetwijfeld bekend bij de autoriteiten.
Ik stond trillend op. Ik moest naar het stadhuis, en wel vannacht nog, voordat de Blauwe Compagnie ontdekte waar die coördinaten werkelijk naarwezen.






