De Geweigerde Bankkaart
News Story

De Geweigerde Bankkaart

1 weergaven

DEEL 7 – De Reis naar de Verlaten Kapel

De volgende ochtend om vijf uur reden we in een oude, geleende Fiat Punto van een vriend van Elena door de mistige bergwegen van Noord-Italië. De ruitenwissers tikten monotoon tegen de ruit terwijl de dikke mist de koplampen bijna volledig opslokte. "We worden achtervolgd," zei Elena plotseling, terwijl ze in de achteruitkijkspiegel keek. Al tien minuten reed er een donkere sedan op grote afstand achter ons.

Zodra we remden, remde de auto ook. "Rij door," zei ik, terwijl ik de kaart op mijn schoot strak opvouwde. "Ze weten waarschijnlijk dat we niet naar San Michele gaan, maar ze vermoeden nog niet waar we precies heen rijden. Zolang we de kapel voor hen bereiken, hebben we een voorsprong." De motor van de Fiat gierde toen we een scherpe bocht naar boven namen.

De weg werd smaller, bezaaid met losse stenen en overhangende dennentakken. Volgens de coördinaten moesten we vlakbij zijn. Na nog eens twintig minuten rijden verscheen er tussen de mist door een brokkelig stenen gebouw met een halve klokkentoren: de kapel van Santa Maria del Monte. Het dak was half ingezet, en de houten deuren hingen scheef in hun sponningen.

Het zag er al decennialang verlaten uit. We parkeerden de auto achter een bosje struiken zodat hij vanaf de weg niet te zien was. Met kloppende harten stapten we uit. De koude berglucht sneed in onze longen. "Blijf jij bij de auto," zei ik tegen Elena. "Als die zwarte sedan hier opduikt, toeter je tweemaal. Dan weet ik dat ik terug moet komen." "Nee, Emma, we doen dit samen," antwoordde Elena onverzettelijks, en ze volgde me de mist in richting de oude kerk.

De deur kraakte luid toen we hem opduwden. Binnen was het donker en stil. Een zwakke straal ochtendlicht viel door het kapotte dak naar binnen op een stenen altaar in het midden van de ruimte. De geur van vocht en oude steen hing in de lucht. Volgens het briefje moesten we zoeken naar een stenen plaat achter het altaar met het symbool van een lelie erop.

Ik liep naar voren en begon met mijn handen over de koude stenen muur te tasten. Mijn vingers voelden langs ruwe randen, mos en oud pleisterwerk. Plotseling stuitte ik op een naad in de steen. Ik drukte erop, en met een zware, mechanische klik verschoof de steen een stukje naar achteren. In de verborgen nis achter de muur lag geen dossier, maar een oude, koperen metalen kist. "Ik heb hem!" riep ik zachtjes. Maar op dat moment hoorden we het geluid van harde autobanden buiten op het grind. De donkere sedan was gearriveerd. En niet veel later klonk de stem van Lorenzo Moretti door de lege kapel: "Gezellig hoor, zo'n vroege ochtendwandeling in de bergen."