DEEL 12 – Protocol Omega en de Laatste Bocht
"Wacht! Waar rijdt u naartoe?" riep ik luid naar de chauffeur voorin. "Dit is niet de weg naar de federale faciliteit!" De chauffeur antwoordde niet. Hij greep naar zijn radio, maar er klonk geen stem van de centrale, alleen een zachte, elektronische ruis. Mijn vader zat naast me. Hij keek naar de achteruitkijkspiegel, en zijn ogen werden groot van herkenning en pure paniek.
"Emma, uit de stoel! Nu!" Voordat we konden reageren, trapte de chauffeur vol op de rem. De politiewagen slipte met gierende banden over het natte asfalt en kwam tot stilstand tegen de vangrail van een verlaten industrieweg. Door de klap sloeg mijn hoofd tegen de voorstoel. Ik hoorde mijn vader roepen, maar zijn stem klonk ver weg door het suizen in mijn oren.
De portieren van de auto vlogen open. Twee mannen in zwarte pakken – geen echte politieagenten, maar huurlingen met het kenmerkende gouden horloge om hun pols – stonden buiten. "Uitstappen. Handen omhoog," riep een van hen in het gebroken Italiaans met een zwaar Zwitsers accent. Mijn vader aarzelde geen moment. Hij greep een zware metalen brandblusser die los achter de voorstoel lag, trapte tegen het portier aan en sloeg de man die naar binnen greep vol op zijn borst.
"Snel, Emma! Ren!" schreeuwde mijn vader, terwijl hij de tweede man tegenhield. Ik aarzelde niet, sprong uit de wagen en rende zo hard ik kon het open veld in naast de snelweg. De motregen sloeg in mijn gezicht, de modder zoog aan mijn laarzen, maar ik rende door. Achter me klonk het geluid van een worsteling en toen... een scherp, dof geluid dat door de mist sneed.
Een schot. "Nee!" schreeuwde ik, en ik bleef abrupt stilstaan. Ik draaide me om. Mijn vader lag op de natte grond bij de auto. De huurling stond over hem heen gebogen, zijn wapen gericht op de borst van mijn vader. Mijn hart stond stil. De wereld om me heen verdween. Alle angst, alle twijfel, alle jaren van eenzaamheid smolten weg in één enkele, blinde vlaag van woede en moed.
Ik greep het USB-stickje uit mijn zak, hield het in mijn hand alsof het een wapen was, en liep niet weg, maar recht op de man af. "Laat hem met rust!" schreeuwde ik met een stem die over de lege snelweg galmde. De man keerde zich om, zijn gezicht vertrokken van een wrede glimlach. Hij richtte het wapen langzaam op mij. "Je hebt genoeg gezien, meisje. Tijd om het verhaal te beëindigen." Hij haalde de trekker over. Maar op datzelfde moment klonk er een loeiende sirene van een naderende politiewagen die door de mist brak met grootlicht aan, recht op ons af.






