Deel 7: De ontdekking op het kerkhof
De woorden van de man in het grijze pak bleven als een echo door mijn hoofd malen. Was Larry helemaal niet dood? Het idee was absurd, bijna krankzinnig. Ik had hem zelf in het hospice bezocht, ik had zijn magere hand vastgehouden, ik had de artsen horen verklaren dat zijn hart had opgehouden te kloppen. Toch liet de twijfel me niet los. Diezelfde middag nog nam ik ontslag op mijn werk – of nou ja, ik stuurde een hectische e-mail dat ik ziek was en niet zou komen – en nam de bus naar de buitenwijken van de stad, naar het rustige, sombere kerkhof waar Larry nog geen week geleden was begraven.
De hemel betrok en er trok een gure herfstregen over het landschap toen ik over de modderige paden tussen de grafstenen liep. Het was er stil, op het geritsel van dode bladeren en het getik van regendruppels op mijn paraplu na. Ik vond het graf achteraan, bij de oude treurwilg. Er stond nog geen stenen monument, alleen een eenvoudig houten bordje met zijn naam erop: Laurentius ‘Larry’ de Jong .
Maar er was iets mis. De aarde op het graf lag er los bij. De plaggen gras leken te zijn verschoven, en er zaten diepe sporen van laarzen in de modder rondom de grafheuvel. Mijn maag keerde zich om. Met kloppend hart liep ik naar het graf toe en liet mijn paraplu vallen. De regen plensde op mijn gezicht, maar ik voelde het niet. Ik ging op mijn knieën in de natte modder zitten en begon met mijn blote handen de losse aarde weg te schrapen.
Mijn vingers klemden zich vast aan de natte kluiten grond. Waarom deed ik dit? Was ik gek geworden? Misschien wel. Maar ik moest het weten. Na enkele minuten intensief graven stuitte mijn hand op iets hards. Geen kist. Geen hout. Het voelde aan als hard plastic. Met een wanhopige ruk trok ik de laatste modder weg en zag tot mijn ontzetting dat het graf helemaal geen lijk bevatte.
In plaats van een kist lag er slechts een zware, lege koffer in het gat, gevuld met oude bakstenen en een nat briefje in een plastic hoesje. Ik greep het briefje en scheurde het open. Met trillende ogen las ik de handgeschreven tekst bij het schijnsel van mijn telefoonscherm: ‘Goed gespeeld, Sarah. Maar de echte show moet nog beginnen.’ En op dat exact moment hoorde ik achter de dikke stam van de treurwilg het geluid van een trappend voetstappen in het natte gras...






