Deel 3: De envelop op de deurmat
Het geluid van de schuivende envelop op de houten gangvloer deed me opschrikken. Ik liet de brief van Larry bijna vallen, mijn adem stokte in mijn keel. In dit stille appartement, hoog boven de drukke straten van de stad, was elk geluid verdacht. Vooral nu ik net had gelezen dat Larry's hele bestaan een zorgvuldig geconstrueerde leugen was geweest.
Wie zou er op dit tijdstip iets door mijn brievenbus gooien? Het was middernacht geweest. Langzaam, op fluwelen sokken, liep ik vanuit de keuken de donkere gang in. Mijn blik was strak gericht op de voordeur waar de donkere gleuf van de brievenbus angstaanjagend leeg leek. Ik durfde bijna niet te ademen. Toen ik dichterbij kwam, zag ik een witte hoek uitsteken.
Niet groot, net als de vorige brief, maar dik en zwaar. Met trillende vingers greep ik het papier vast en trok het naar binnen. Ik deed meteen de ketting op de deur en draaide de sleutel om, alsof ik mezelf wilde beschermen tegen iemand die nog op de galerij zou kunnen staan. Ik rende terug naar de verlichte keuken en legde de envelop onder het felle TL-licht.
Er stond geen afzender op. Alleen mijn naam, geschreven in een strak, machine-achtig handschrift dat totaal verschilde van Larry's slordige krabbels. Met een botermes sneed ik de rand open. Binnenin zat geen handgeschreven brief, maar één enkele, officiële overheidsdocumentatie en een sleutel. Een kluissleutel met een klein plastic labeltje eraan. Op het label stond een adres geschreven in het stadscentrum: het Centraal Station, kluisnummer 412.
Mijn ogen gleden naar het officiële document. Het was een akte van eigendom, afgegeven nog geen week voor Larry's overlijden, waarin stond dat al zijn bezittingen en eventuele nalatenschappen waren overgedragen aan zijn wettelijke echtgenote. En wie was dat? Ik. Sarah van der Meer. Maar Larry was dakloos geweest, toch? Hij leefde al jaren op straat, sliep onder karton en bedelde om kleingeld bij het metrostation.
Wat voor bezittingen kon een dakloze man in vredesnaam hebben? Tenzij... tenzij Larry helemaal niet was wie hij beweerde te zijn. De puzzelstukjes in mijn hoofd begonnen op een angstaanjagende manier te schuiven. De manier waarop hij sprak, zijn beleefde manieren die zo totaal niet pasten bij het rauwe straatleven, de kalmte waarmee hij zijn naderende dood accepteerde.
Het was allemaal een rol. Een masker. En ik had vrijwillig de sleutel van zijn valse identiteit overgenomen. Ik keek naar de kluissleutel op de keukentafel. Als ik naar dat station zou gaan en die kluis zou openen, zou er geen weg meer terug zijn. Ik zou de diepte in worden gezogen van een mysterie dat groter en gevaarlijker was dan ik ooit had kunnen bevroeden. Maar ik kon ook niet meer slapen met deze twijfel in mijn hoofd. De klok tikte door, en terwijl de regen zachtjes tegen het raam tikte, nam ik het besluit om bij het eerste daglicht naar het station te gaan...






