DEEL 7 – HET SCHOT DAT ALLES VERANDERDE
Mijn hart leek stil te staan.
"Thomas!"
Zonder na te denken sprong ik overeind.
Een felle pijn schoot door mijn buik, maar ik voelde haar nauwelijks.
Ik rende naar de deur.
Op slot.
Ik begon met mijn vuisten tegen het hout te slaan.
"Thomas! Kun je me horen?"
Geen antwoord.
Alleen geschreeuw beneden.
En zware voetstappen.
Helena trok me voorzichtig naar achteren.
"Niet doen. Als ze weten dat je hier bent, is alles verloren."
Ik keek haar wanhopig aan.
"Wie is er neergeschoten?"
Voordat ze kon antwoorden, vloog de deur open.
De oude advocaat stormde naar binnen.
Hij hijgde zwaar.
"Kom mee! Meteen!"
"Waar is Thomas?" riep ik.
De advocaat keek me recht aan.
"Hij leeft."
Mijn knieën werden slap van opluchting.
"Maar..."
"De man die werd neergeschoten, was een van Marianne's bewakers."
Beneden klonken opnieuw stemmen.
Thomas verscheen in de gang.
Zijn pak zat onder het stof.
Op zijn wang liep een kleine snee.
Zodra hij mij zag, rende hij naar me toe en sloeg zijn armen om me heen.
"Het spijt me," fluisterde hij.
"Ik had je nooit alleen mogen laten."
Ik begon te huilen.
Voor het eerst sinds de operatie voelde ik me veilig.
Maar het moment duurde slechts enkele seconden.
De advocaat hield de oude videoband omhoog.
"We hebben geen tijd."
"Als Marianne deze band terugkrijgt, verdwijnen alle bewijzen."
Thomas knikte.
"Is er hier een videospeler?"
Helena wees naar een oude woonkamer.
"Mijn vader bewaarde er nog één."
Enkele minuten later zat iedereen zwijgend voor de televisie.
De band begon te draaien.
Het beeld was korrelig.
De datum verscheen onder in beeld.
14 mei 1998.
Een jonge man kwam in beeld.
Thomas verstijfde.
"Papa..."
Zijn vader glimlachte naar de camera.
"Als iemand deze opname bekijkt..."
"...betekent dat waarschijnlijk dat mij iets is overkomen."
Iedereen hield zijn adem in.
"Mijn naam is Pieter van der Meer."
"En ik wil vastleggen dat mijn vrouw, Marianne van der Meer, heeft geprobeerd mij te dwingen documenten te ondertekenen waardoor al het familievermogen op haar naam zou komen."
Thomas keek sprakeloos naar het scherm.
Zijn handen begonnen te trillen.
De stem van zijn vader ging verder.
"Ik heb geweigerd."
"Daarom ben ik bang dat mijn leven in gevaar is."
Er viel een lange stilte.
Toen zei zijn vader iets waardoor niemand nog kon ademhalen.
"Mocht ik sterven..."
"...onderzoek dan nooit een auto-ongeluk."
"Zoek naar Marianne."
Op datzelfde moment werd het beeld zwart.
De televisie viel uit.
Alle lichten in het huis doofden tegelijk.
Iemand had de stroom afgesloten.
Van buiten klonk langzaam applaus.
Een vrouwenstem weerklonk door de donkere hal.
"Ik wist dat jullie uiteindelijk de band zouden vinden."
Thomas draaide zich langzaam om.
In de deuropening stond Marianne.
Achter haar stonden zes gewapende mannen.
Ze glimlachte ijskoud.
"Geef me de band..."
"...of dit huis wordt jullie graf."






