DEEL 5 – ZE MOCHTEN DE WAARHEID NOOIT VINDEN
Thomas aarzelde geen seconde.
Hij stopte de bruine envelop onder zijn jas, pakte de videoband en schoof die in zijn tas.
De advocaat wees naar een smalle houten deur achter de boekenkast.
"Daarheen. Snel."
Nog voordat Thomas kon bewegen, werd de voordeur met een harde klap opengegooid.
Zware voetstappen galmden door de verlaten villa.
"Doorzoek alles!" riep een mannenstem.
"De documenten mogen niet verdwijnen."
Thomas keek de advocaat geschrokken aan.
"Wie zijn dat?"
De oude man antwoordde fluisterend:
"Mensen die al jaren de geheimen van jouw moeder beschermen."
Ze verdwenen achter de verborgen deur, precies op het moment dat drie mannen de studeerkamer binnenstormden.
Ze droegen donkere pakken en zwarte handschoenen.
Hun leider keek meteen naar de geopende kluis.
"Te laat..."
Hij vloekte zacht.
"Er is iemand eerder geweest."
Hij liep naar de kluis en zag dat de envelop verdwenen was.
Zijn gezicht verstarde.
"Zoek iedere kamer."
"Niemand verlaat dit huis."
Achter de geheime muur hield Thomas zijn adem in.
Hij hoorde hoe de mannen laden opentrokken, meubels omver gooiden en schilderijen van de muren rukten.
Zijn hart bonsde in zijn keel.
Plotseling klonk er een harde bons tegen de boekenkast.
De verborgen deur trilde.
Een van de mannen was er bijna tegenaan gelopen.
Thomas kneep de envelop steviger vast.
Als ze hem nu vonden...
...zou alles voorbij zijn.
Na enkele lange minuten ging de telefoon van de leider.
Hij nam direct op.
"Ja?"
Zijn houding veranderde onmiddellijk.
"Begrepen."
Hij hing op en zei tegen de anderen:
"We vertrekken."
"Marianne wil dat de jongen levend blijft."
"Voorlopig."
Toen de auto's eindelijk verdwenen waren, kwam de advocaat langzaam uit de schuilruimte.
Zijn handen trilden.
"Ze zijn sneller dan ik had verwacht."
Thomas keek hem strak aan.
"Vertel me nu de waarheid."
De oude man knikte langzaam.
Hij pakte één van de vergeelde foto's uit de envelop.
Op de foto stonden zijn vader, zijn grootvader...
...en een jonge Marianne.
Maar er stond nog iemand naast hen.
Een klein meisje van ongeveer vijf jaar.
Thomas keek verbaasd.
"Wie is dat?"
De advocaat sloot zijn ogen.
"Dat is Emma."
"Jouw oudere zus."
Thomas verstijfde.
"Dat is onmogelijk."
"Ik heb nooit een zus gehad."
De advocaat keek hem verdrietig aan.
"Dat is precies wat Marianne je je hele leven heeft laten geloven."
Op datzelfde moment ging Thomas' telefoon.
Hij zag het nummer van het ziekenhuis.
Zijn hart sloeg over.
Hij nam direct op.
De stem van de verpleegkundige klonk gehaast.
"Meneer Van der Meer..."
"U moet onmiddellijk terugkomen."
"Uw vrouw is verdwenen."
Thomas voelde de grond onder zijn voeten wegzakken.
"Wat bedoelt u... verdwenen?"
De verpleegkundige slikte hoorbaar.
"Er heeft zich zojuist iemand voorgedaan als arts..."
"...en mevrouw Sophie van Dijk is meegenomen."






