DEEL 3 – "ZE HEEFT HET WEER GEDAAN..."
"Wat bedoelt u daarmee?"
Thomas was de eerste die reageerde.
Zijn stem trilde nog steeds van woede terwijl hij de oudere man strak aankeek.
De man antwoordde niet meteen.
Hij keek eerst naar mij.
Daarna naar de artsen die haastig bezig waren mijn wond opnieuw te verbinden.
Pas toen hij zeker wist dat ik buiten levensgevaar was, zette hij een stap de kamer binnen.
"Mijn naam is Willem de Bruin," zei hij rustig.
"Ik ben al bijna dertig jaar hoofd beveiliging van dit ziekenhuis."
Zijn blik werd donker.
"En ik herken uw moeder onmiddellijk."
Thomas fronste.
"Mijn moeder is hier nog nooit geweest."
Willem schudde langzaam zijn hoofd.
"Niet vandaag."
"Maar jaren geleden wel."
De kamer werd muisstil.
Zelfs de arts leek even op te kijken.
"Destijds was ik nog een jonge beveiliger," vervolgde Willem.
"Ik zal haar gezicht nooit vergeten."
Hij haalde diep adem.
"Ze stond toen ook naast een ziekenhuisbed."
Mijn hart begon sneller te kloppen.
"En ook toen verloor iemand bijna zijn leven."
Thomas staarde hem sprakeloos aan.
"Dat... dat kan niet."
Willem keek hem recht aan.
"Ik wou dat ik ongelijk had."
Voordat hij verder kon praten, werd de deur opnieuw geopend.
Twee politieagenten kwamen de kamer binnen.
"Wie heeft de melding gedaan?"
De arts wees zonder aarzelen naar de gang.
"De vrouw in de gouden jurk."
"Ze heeft een pas geopereerde patiënte fysiek aangevallen."
De agenten knikten ernstig.
Thomas liep meteen naar hen toe.
"Ik wil aangifte doen."
Nog nooit had ik hem zo vastberaden gezien.
Hij aarzelde geen seconde.
Niet omdat het zijn moeder was.
Maar omdat hij met eigen ogen had gezien wat ze mij had aangedaan.
Terwijl de agenten de verklaring opnamen, ging mijn telefoon plotseling af.
Niemand kende het nummer.
Thomas keek mij vragend aan.
Ik knikte zwak.
Hij nam op.
"Met Thomas van der Meer."
Aan de andere kant bleef het enkele seconden stil.
Toen klonk de stem van een oudere vrouw.
"Is Marianne bij jullie?"
Thomas antwoordde kort.
"Ja."
"Ze is zojuist gearresteerd."
De vrouw zuchtte diep.
Alsof ze precies wist dat deze dag ooit zou komen.
"Luister goed," zei ze zacht.
"Als Marianne eindelijk is ontmaskerd..."
"...ga dan onmiddellijk naar de oude kluis in het huis van haar overleden vader."
Thomas verstijfde.
"Wie bent u?"
"Mijn naam is Helena."
"Ik ben de zus van Marianne."
Opnieuw viel er een lange stilte.
"En in die kluis ligt iets wat jullie hele familie zal vernietigen."
Voordat Thomas nog iets kon vragen...
...werd de verbinding verbroken.
Hij keek langzaam naar mij.
Zijn gezicht was lijkbleek.
"Ze zei dat er bewijs ligt..."
"...bewijs dat mijn moeder al tientallen jaren een geheim verbergt."
Ik voelde een koude rilling over mijn rug lopen.
Maar geen van ons wist...
Dat Marianne, terwijl ze beneden door de politie werd meegenomen...
Nog één laatste glimlach gaf.
Alsof ze zeker wist...
Dat niemand ooit de kluis levend zou bereiken.






