DEEL 8 – De onverwachte bezoeker in de schemering
De laatste woorden van de cassettesband echoën na in de lege kamer terwijl de zon langzaam achter de horizon verdween en de schemering de muren van mijn huis in een donkere sluier hulde. Wie was die andere persoon als James het niet was? Mijn hersenen draaiden op volle toeren terwijl ik de band opnieuw probeerde te doorgronden, maar de antwoorden bleven uit.
Plotseling werd de stilte doorbroken door een scherp geluid buiten. Het knarsen van grind op de oprit. Ik liep naar het raam en tuurde door de kier van de gordijnen naar buiten. Er stond geen auto, maar een silhouet van een lange man die langzaam naar de voordeur liep. Mijn hart klopte in mijn keel. Was het Adrian die mij was gevolgd? Of was het generaal Vance zelf die polshoogte kwam nemen nu zijn geheimen op het spel stonden?
De gestalte bleef bij de deur staan en tilde langzaam zijn hand op. Geen harde klop, maar drie zachte, ritmische tikken op het hout – een codewoord dat alleen James en ik ooit hadden gebruikt toen we jonge verliefden waren. Mijn hand trilde toen ik de deurklink vastpakte. Dit kon geen toeval zijn. Met een kramp in mijn maag trok ik de deur open en keek recht in de ogen van een man wiens gezicht ik in al die zesenvijftig jaar alleen maar op vergeelde foto’s had gezien.






