DEEL 11 – De confrontatie in de schuur
De zware stappen van de indringers kwamen steeds dichter bij de achterdeur van het huis en bogen toen af richting de tuin. De schaduwen van de nacht dansten over de muren van de oude houten schuur waarin James en ik ons schuilhielden. Mijn ademhaling klonk luid in de stilte, ondanks dat ik probeerde zo stil mogelijk te zijn. Plotseling werd de deur van de schuur met een ruwe duw opengegooid.
Het maanlicht viel naar binnen en verlichte de gestalte van Adrian, die met een pistool in zijn hand in de deuropening stond te turen. "Ik weet dat jullie hier zijn," riep hij met een ijselijke, onverschillige stem. "Je kunt je niet eeuwig verstoppen, James. Generaal Vance wil dit voorgoed afsluiten." Voordat Adrian verder kon spreken, stapte James geruisloos uit de schaduw achter een oude tractor tevoorschijn en sloeg de ijzeren staaf met een snelle beweging uit Adrians hand.
Het wapen kletterde op de betonnen vloer. Adrian struikelde naar achteren en viel hard op de grond. James stond boven hem, zijn borst op en neer gaand van opwinding, terwijl hij naar zijn voormalige beste vriend keek. "Het spel is uit, Adrian," zei James koel. "Alle bewijzen zijn veiliggesteld en naar de pers gestuurd." Adrian lachte cynisch, ondanks de pijn in zijn zij. "Denk je echt dat ze jou zullen geloven, James? Na al die decennia? Je bent een dode man die terugkeert uit het graf; niemand zal je ook maar één woord geloven!" Maar net op dat moment klonk er buiten het gieren van politiebendes en het loeien van sirenes die de duisternis doorbraken.






