DEEL 4 – Het geluid uit het verleden
Mijn adem stokte in mijn keel terwijl ik met de bruine leren tas in mijn handen stond te wachten op wat er uit de schaduwen zou verschijnen. De voetstappen kwamen dichterbij, langzaam en ritmisch, alsof iemand de tijd nam om mij bewust angst aan te jagen. Uit het donker van de gang verscheen de gestalte van een oude man, gehuld in een lange, donkere jas die zijn ingezakte schouders verborg.
Toen hij onder het zwakke licht van de hal doorstapte, sloeg de schrik mij om het hart. Het was Adrian. Dezelfde Adrian die zesenvijftig jaar geleden met tranen in zijn ogen in de woonkamer van mijn ouders had gestaan om te vertellen dat James was omgekomen bij die verschrikkelijke explosie. Maar hij was nu geen jonge soldaat meer; zijn gezicht was getekend door diepe rimpels, zijn haar was sneeuwwit, en in zijn ogen lag een koude, berekenende blik die ik nooit eerder bij hem had gezien.
"Hallo, Mary," zei hij met een schorre, ijzige stem die door de lege ruimte galmde. "Ik had niet verwacht dat je zo dapper zou zijn om hier helemaal alleen naartoe te komen." Ik deed een stap achteruit, terwijl het besef van het verraad als een golf van misselijkheid door mijn maag rolde. "Jij..." bracht ik uit, terwijl mijn stem trilde van woede en ongeloof.
"Jij zei dat hij dood was. Jij zei dat je hem hebt zien sterven!" Adrian lachte zachtjes, een geluid dat meer weg had van een droge hoest. "Ik heb veel gezegd, Mary," antwoordde hij koel. "Maar de oorlog eist offers, en sommige geheimen mogen nooit aan het licht komen. Geef mij die tas, en ik zal je vertellen waarom James moest verdwijnen – en waarom je nooit naar hem had moeten zoeken."






