DEEL 10 – Het web sluit zich
De lichten van de auto die met piepende banden onze oprit opreed, schenen fel door de woonkamergordijnen en wierpen dansende schaduwen op de muren. James greep mij bij mijn arm en trok mij naar de achterkant van het huis, weg van de ramen. "Wie zijn dat?" vroeg ik met een stem die oversloeg van pure paniek. "De mannen van generaal Vance," antwoordde James grimmig terwijl hij zijn blik over de kamer liet gaan op zoek naar een uitweg.
"Ze hebben me al die jaren gezocht, en nu ik hier ben, zullen ze niet rusten voordat we alle beiden uit de weg zijn geruimd." Het besef dat ons langverwachte weerzien kon eindigen in een nachtmerrie sloeg in als een bom. Maar in plaats van angst voelde ik nu een vastberadenheid die ik lang niet had gekend; we hadden zesenvijftig jaar verloren, en ik zou me niet zomaar gewonnen geven.
James opende de achterdeur die naar de tuin leidde, dezelfde tuin waar we op onze bruiloft hadden gestaan. De nachtkoud sloeg in ons gezicht terwijl we naar de oude schuur slopen. Terwijl we ons in de donkere schaduwen verstopten, hoorden we de voordeur met een luide knal opengaan en zware stappen door het huis galmden. James pakte een oude ijzeren staaf van de werkbank en keek me aan met een blik die geen twijfel overliet: dit was de beslissende confrontatie, en de waarheid zou vannacht hoe dan ook aan het licht komen.






