De explosie aan de voorkant van de watertoren deed de smalle pers-tunnel onder de Vaartsche Rijn op zijn grondvesten schudden. Baksteenstof en oude kalk vielen van het gewelf op onze hoofden. Ik keek over mijn schouder naar het afgesloten ijzeren deurtje, wetend dat de oude archivaris Thomas zijn leven op het spel had gezet om ons die laatste paar minuten voorsprong te geven.
‘Niet kijken... doorlopen,’ zei Jasper met een verrassend krachtige, beheerste stem. Hij hield mijn hand stevig vast en leidde me door de duisternis van de tunnel. Zijn stappen waren trefzeker; zijn ogen pasden zich moeiteloos aan het gebrek aan licht aan.
We kwamen uit in een onderhoudsruimte onder het perron van Station Utrecht Vaartsche Rijn. De ochtendspits was in volle gang: honderden forensen met kranten, koffiebekers en telefoons liepen gehaast over de perrons, volkomen onbewust van het ondergrondse drama dat zich vlak onder hun voeten afspeelde.
We mengden ons onder de menigte. Jasper trok de capuchon van een oude jas die Thomas hem had gegeven diep over zijn gezicht om zijn opvallende gelaatstrekken en zilveren oogopslag te verbergen. Ik klemde het loden kistje onder mijn arm, bedekt met een plastic boodschappentas.
De sprinter naar Hilversum reed stipt op tijd het station binnen. We stapten in en namen plaats in het achterste gedeelte van de wagon. De trein zette zich met een zacht gonsend geluid in beweging, weg van Utrecht, op weg naar het mediacentrum van Nederland.
Toen de trein het station van Hilversum Media Park naderde, keek ik naar de grote glazen gebouwen van de omroepen die in het ochtendlicht schitterden. Hier lag onze allerlaatste kans: het openbaar maken van vijftig jaar medische misdaden op de nationale televisie voordat het consortium van Van Foreest de bewijzen kon vernietigen of ons kon uitschakelen.
We stapten uit en snelden over het terrein van het Media Park naar het hoofdgebouw van de NOS. De beveiliging bij de ingang was streng; draaideuren en pasjescontroles blokkeerden de toegang tot de nieuwsstudios.
‘Mevrouw, u kunt hier niet zomaar doorlopen,’ zei een jonge beveiligingsbeambte die ons de weg versperde. ‘Heeft u een afspraak?’
Ich haalde de zwart-witfoto van mijn vader Cor, mijn moeder Elena en de pasgeboren tweeling tevoorschijn, samen met het document waarop de handtekening van Senator Van Foreest en de medische stempels van De Vijf Eiken stonden.
‘Mijn naam is dochter van Cor van der Meer,’ zei ik strak en luid genoeg zodat de mensen in de hal het konden horen. ‘En dit is mijn tweelingbroer die vijftig jaar lang illegaal ingevroren heeft gezeten in een militaire bunker onder leiding van Senator Bernard van Foreest. Als u nu de eindredacteur van het Achtuurjournaal niet haalt, wordt dit het grootste schandaal in de Nederlandse geschiedenis waarin UW omroep heeft geweigerd in te grijpen!’
De beveiligingsbeambte staarde naar het document, toen naar de zilveren gloed in de ogen van Jasper die onder zijn capuchon tevoorschijn kwam. Het zweet brak de man uit. Hij greep zijn portofoon.
Vijf minuten later stonden we in de regieruimte van de hoofdstudio. De hoofdredactrice—een kordate vrouw met korte grijze haren genaamd Sarah—bekeek de microchip en de handgeschreven aantekeningen van Cor op een vergrootglas. Haar gezicht werd met de seconde bleker.
‘Dit... dit is onvoorstelbaar,’ fluisterde Sarah. ‘Als dit echt is, is Van Foreest niet alleen corrupt, maar schuldig aan misdaden tegen de menselijkheid op Nederlands grondgebied.’
‘Het IS echt,’ zei ik strak. ‘En ze zijn onderweg hiernaartoe om ons te vermoorden.’
‘We gaan direct LIVE,’ zei Sarah zonder twijfel in haar stem. ‘Geen voorbereiding, geen montages. We onderbreken de reguliere uitzending.’
We werden naar de verlichte studio geleid. De camera’s richtten zich op het nieuwsbureau waar Jasper en ik naast elkaar gingen zitten. Het loden kistje en de originele documenten werden onder de krachtige studiolampen uitgespreid.
Het rode lichtje op de hoofdcamera begon te branden.
DRIE... TWEE... EÉN... LIVE.
‘Goedemorgen dames en heren,’ sprak de nieuwslezeres met trillende stem. ‘Wij onderbreken onze reguliere geprogrammeerde uitzending voor een dringende mededeling van nationaal belang...’
Ik keek recht in de lens van de camera. De gedachte aan mijn vader Cor, die zijn hele leven in stilte had geleden, en aan mijn moeder Elena, gaf me een onverwoestbare kracht.
‘Mijn naam is dochter van Cor van der Meer,’ begon ik met heldere, krachtige stem. ‘En wat u nu gaat zien en horen, is het bewijs van vijftig jaar verzwegen medische terreur in het hart van ons land...’
Maar net toen ik de eerste pagina van Cor’s dagboek wilde voorlezen, trapten gewapende mannen de zware deuren van de studio in.
Senator Bernard van Foreest stapte het studiolicht binnen, een pistool in zijn hand, zijn ivoren wandelstok opgeheven...






