De zware eikenhouten deur van de watertoren viel met een doffe klap dicht achter ons. De ruimte rook heerlijk naar oud papier, drukinkt, verse koffie en bijenwas—een contrast van rust en veiligheid vergeleken met de ijzige nachtmerrie waar we zojuist uit waren ontsnapt. De watertoren was van binnen omgebouwd tot een kolossale, cirkelvormige bibliotheek met duizenden boeken, dossiers en bouwtekeningen die tot aan het gewelfde plafond reikten.
Thomas, een magere man van achter in de zeventig met een bril op het puntje van zijn neus en een versleten wollen vest, staarde Jasper aan alsof hij een spook zag. Zijn handen trilden zo hevig dat de bril op zijn neus sprak.
‘Mijn god...’ fluisterde Thomas, terwijl hij zijn hand voorzichtig uitstak om de schouder van Jasper aan te raken. ‘Hij heeft het echt gedaan. Cor heeft hem echt gered.’
‘U wist hiervan?’ vroeg ik, terwijl ik uitgeput op een oude leren fauteuil ging zitten en het loden kistje op de houten tafel voor me zette.
Thomas knikte langzaam en liep naar een klein aanrecht om twee koppen hete thee in te schenken. hij reikte er één aan mij en één aan Jasper, die de mok nieuwsgierig met beide handen vasthield en de stoom observeerde alsof het een magisch natuurverschijnsel was.
‘Cor en ik kenden elkaar al sinds onze jeugd,’ legde Thomas uit met een zachte, meeslepende stem. ‘Toen hij ontdekte wat De Vijf Eiken van plan waren met de tweeling, is hij naar mij toe gekomen. Ik was destijds de enige die toegang had tot de geheime stadsarchieven van Utrecht. Ik heb hem geholpen met het vervalsen van jouw geboorteakte, en ik heb de ondergrondse bouwplannen voor zijn werkplaats en de vluchtroute via de grachten getekend.’
‘Waarom heeft niemand de politie ingeschakeld?’ roep ik uit, de jarenlange frustratie over het stilzwijgen kwam weer naar boven. ‘Waarom heeft hij vijftig jaar lang in angst geleefd?’
Thomas lachte bitter en ging tegenover ons zitten. ‘Omdat Senator Bernard van Foreest niet zomaar een politicus is. Hij is de voorzitter van de Raad van State, controleert de inlichtingendiensten en heeft directe banden met de grootste medische giganten van Europa. Als Cor één stap naar de pers of de politie had gezet, waren jullie allebei binnen vierentwintig uur verdwenen in een anoniem laboratorium.’
Ik opende het loden kistje en legde de inhoud op de eikenhouten tafel: de microchip, de vervaagde geboorteakten, de zwart-witfoto van onze ouders en een dik schrift vol handgeschreven aantekeningen van Cor.
Thomas boog zich over het schrift en bladerde er met uiterste voorzichtigheid doorheen. Zijn ogen werden groot achter zijn dikke glazen.
‘Dit is niet zomaar een dagboek,’ fluisterde Thomas. ‘Cor heeft hier vijftig jaar lang ELKE transactie, ELKE naam en ELKE medische code van De Vijf Eiken in bijgehouden. Hij heeft de stroom- en vloeistofleveringen aan Bunker 104 getraceerd naar drie specifieke Zwitserse bankrekeningen die op naam staan van Van Foreest zelf.’
‘Is dit genoeg om hen op te pakken?’ vroeg ik hoopvol.
‘Het is genoeg om het hele kabinet te laten vallen en het netwerk definitief te vernietigen,’ antwoordde Thomas vastberaden. ‘Maar we hebben een platform nodig dat Van Foreest niet kan blokkeren. Een live uitzending op de nationale televisie, vanuit de hoofdstudio in Hilversum.’
Jasper, die al die tijd stil naar de foto van onze moeder had gestaart, keek plotseling op.
‘Van Foreest... komt,’ zei Jasper strak.
Ik schrok en keek naar de ramen van de watertoren. ‘Wat zeg je?’
Jasper sloot zijn ogen en wees naar de vloer van de watertoren. ‘De trillingen... in de grond. Drie grote auto’s. Ze zijn onder aan de kade.’
Mijn bloed stolde. De sensorische vermogens van Jasper hadden het gevaar weer sneller gedetecteerd dan de gewone zintuigen. Van Foreest had het spoor van het goederenemplacement naar de watertoren weten te herleiden via de oude archiefnetwerken die hij controleerde.
Aan de buitenkant van de watertoren klonk plotseling het harde geluid van een megafoon:
‘Thomas! Wij weten dat de kinderen van Cor daarbinnen zijn! Geef de documenten en het subjek over, anders blazen we de fundering van de watertoren op!’
Thomas keek me aan met een blik vol absolute vastberadenheid. Hij liep naar een grote houten kast, schoof een stapel oude boeken opzij en onthulde een klein, verroest ijzeren deurtje.
‘De oude overdwarse pers-tunnel onder de Vaartsche Rijn,’ zei Thomas gehaast. ‘Die leidt direct naar het treinstation Utrecht Vaartsche Rijn. Er vertrekt over tien minuten een sprinter naar Hilversum. Jullie moeten naar de studio van NOS Journaal!’
‘En u?’ vroeg ik wanhopig. ‘U kunt niet hier blijven!’
‘Ik ben een oude man,’ glimlachte Thomas zacht. ‘Mijn archief is mijn leven geweest, maar jullie zijn de toekomst. Ga! Cor’s offer mag niet vergeefs zijn!’
Hij duwde ons de smalle, donkere tunnel in en sloot het ijzeren deurtje achter ons.
Net op het moment dat de grendel viel, hoorde ik een enorme explosie aan de voorkant van de watertoren...






