Het loeiende alarm echode ongenadig hard door de groene tegelgang van Afdeling B. De rode flitslampen wierpen een sinistere, bloedrode gloed over de muren.
Ik ging voor François en Sofie staan, alsof mijn 68-jarige lichaam een menselijk schild kon vormen tegen de dreiging die voor ons stond.
"Herman," zei ik, en mijn stem was verrassend vast, doordrenkt van een rauwe minachting die ik nog nooit eerder in mezelf had gevoeld. "Het is voorbij. Ik weet alles. Ik weet van de Zwitserse rekeningen. Ik weet wat je dertig jaar geleden met François hebt gedaan. En ik weet wat je met Sofie en mij van plan was."
Herman bleef op vijf meter afstand staan. De twee beveiligers aan zijn zijde hielden hun handen op de holsters aan hun riem. Dokter Vance stond achter hem, haar gezicht strak en onbeweeglijk.
"Weet je alles, Rita?" vroeg Herman, zijn stem bijna meelevend. "Denk je echt dat dit om geld gaat? Om een simpel Zwitsers kapitaaltje?"
Hij deed een stapje naar voren. "Jouw vader... de 'geweldige' industrieel Van de Ven... was geen heilige. Dat kapitaal waar je het over hebt, was gebouwd op fraude, op de ondergang van tientallen gezinnen in de regio. Toen hij overleed, liet hij een schuld achter die ons allemaal naar de gevangenis zou hebben gebracht."
"Dat is een leugen!" schreeuwde François achter mij, terwijl hij Sofie steviger vasthield.
"Het is geen leugen, François," zei Herman koud. "Ik heb veertig jaar lang de stront van jouw familie opgeruimd! Ik heb de boeken vervalst om te zorgen dat Rita haar comfortabele leventje kon behouden! Om te zorgen dat Sofie naar de beste scholen kon! Ik heb mijn ziel verkocht aan mensen zoals Dokter Vance om de schuldeisers op afstand te houden!"
"En daarom sluit je je eigen dochter op?" roep ik uit. "Daarom wou je mij gek laten verklaren?"
"Sofie ontdekte de boeken," zei Herman, en heel even gleed er een schim van emotie over zijn strakke gelaat. "Ze begreep de context niet. Ze dreigde naar de Fiscus te stappen. Als ze dat had gedaan, zou alles instorten. Mijn bezit, ons huis, jouw pensioen... alles zou in beslag worden genomen. Ze mocht het niet openbaar maken."
"Je deed het niet voor ons, Herman," zei ik ijskoud. "Je deed het voor mezelf. Voor je eigen trots. Je kon de gedachte niet verdragen dat de buitenwereld zou zien dat de 'succesvolle accountant' een fraudeur was."
Dokter Vance keek op haar horloge en onderbrak ons gesprek botweg. "Genoeg gepraat, Herman. De helikopter overstijgt het terrein over tien minuten. We moeten deze situatie nu neutraliseren. Schakel de broer uit, spuit de moeder in en breng de dochter naar het platform."
De twee beveiligers trokken hun stroomstootwapens en zette een stap vooruit.
Op dat moment gebeurde er iets onverwachts.
Sofie, die half bewusteloos in de armen van François hing, tilde haar hoofd op. Haar hand, die verstopt zat in de plooien van haar witte operatiehemd, kwam tevoorschijn.
Ze hield geen wapen vast. Ze hield een klein, zwart kastje vast met een rode drukknop.
"Papa..." fluisterde Sofie met een heese stem.
Herman verstijfde. Zijn blik fixeerde zich op het kastje. "Sofie... waar heb je dat vandaan?"
"Toen jullie me gisteren naar de onderzoekskamer brachten," sprak Sofie, haar woorden langzaam maar duidelijk, "heb ik de hoofdschakelaar van het brandbeveiligingssysteem in de kelder overbrugd. Dit is de handmatige ontgrendeling van het halon-gas blussysteem."
Dokter Vance' haar ogen werden wijd van schrik. "Nee! Dat systeem verdrijft alle zuurstof uit de kelder binnen twintig seconden!"
"Als jullie niet terugtrekken," zei Sofie, en haar vinger rustte op de rode knop, "druk ik erop. Dan stikken we hier allemaal. Samen."
De stilte die volgde was verstikkend. Zelfs het alarmsignaal leek naar de achtergrond te verdwijnen.
De beveiligers keken twijfelend naar Vance. Niemand durfde te bewegen.
"Je bluft, Sofie," zei Herman, maar er sijpelde voor het eerst twijfel door in zijn stem. "Dat zou je mezelf niet aandoen. Je bent mijn dochter."
"Je bent mijn vader niet meer," antwoordde Sofie. "Je bent een vreemde die mijn moeder wou vernietigen."
Haar duim verhoogde de druk op de knop. Een luide, hoge waarschuwingspiep klonk vanuit de plafondroosters. Piiiiiep.
"Terug!" schreeuwde Dokter Vance in paniek. Ze draaide zich om en begon de trap op te rennen. De twee beveiligers aarzelden geen seconde en stormden achter haar aan.
Herman bleef alleen over. Hij keek naar mij, naar Sofie, en besefte dat hij de controle kwijt was.
"Rita..." fluisterde hij.
"Ga weg, Herman," zei ik met een stem die kouder was dan het ijs in de Ardennen. "Ren maar. Maar er is geen plek op deze aarde waar je voor me kunt schuilen."
Herman week achteruit, stap voor stap, tot hij het trappenhuis bereikte, draaide zich om en rende naar boven.
"Heeft het halon-systeem echt gewerkt?" fluisterde François, terwijl hij naar het plafond keek.
Sofie liet de knop los. Een zwakke glimlach verscheen op haar gezicht. "Het was een oude afstandsbediening van de garagedeur die ik in de spullen van de arts vond. Ik heb een piepertje vastgeplakt."
Ik keek mijn dochter aan met een mengeling van trots en ongeloof.
"Slimme meid," fluisterde François. "Maar nu moeten we Maken dat we wegkomen. Vance en haar mannen komen er zo achter dat het een bluf was."
We haastten ons naar de stalen doorgangsdeur. François gebruikte de zware brandblusser die aan de muur hing om het elektronische slot van de deur aan de achterzijde volledig te verbrijzelen. Met een harde klap boog het metaal en schoot de deur open.
We rennen door de stookruimte, de koude buitenlucht in.
Maar toen we het park in stormden, hoorden we boven de dennenbomen het zware, ritmische geklep van een helikopter die de landingsplaats naderde.
En op het terrein voor ons stonden Herman en Dokter Vance op te wachten, dit keer met de beveiligers die echte vuurwapens in hun handen droegen.






