DE SCHADUW IN HET HUIS
News Story

DE SCHADUW IN HET HUIS

31 weergaven

De helikopter doemde op uit de dichte, grijze mist als een reusachtige, zwarte libelle. De draaiende rotoren veroorzaakten een stormwind die de takken van de dennenbomen woest heen en weer deed zwaaien. Bladeren, twijgen en ijskoude regendruppels waaierden door de lucht en sloegen in ons gezicht.

De landingsplaats was een grote, beton geverfde cirkel op een open plek achter het hoofdgebouw.

Herman en Dokter Vance stonden aan de rand van het platform. De twee bewakers stonden met getrokken pistolen op ons gericht. Er was geen dekking meer. We stonden midden op het gemaaide gazon, dertig meter verwijderd van de bosrand.

"Laat het los, Rita!" schreeuwde Herman boven het luidruchtige getover van de helikopter uit. "Het vliegveld is gecanceld! De helikopter brengt ons rechtstreeks naar een privé-terrein in Frankrijk! Als jullie nu meewerken, doe ik jullie geen kwaad!"

"Je bent gek geworden, Herman!" schreeuwde François terug. Hij zette Sofie voorzichtig neer tegen een dikke stenen zuil van de parkbank, maar hield zijn lichaam beschermend voor haar. "Je komt hier niet mee weg! De politie is op de hoogte!"

Dokter Vance lachte schril. "De lokale politie luistert naar míj, meneer Van de Ven! Tegen de tijd dat er iemand van de federale politie vragen komt stellen, is dit terrein ontruimd en zijn jullie spoorloos!"

De helikopter raakte met een doffe klap de grond. De deuren van het toestel schuiven open. Een piloot met een zwarte helm wenkte dat ze moesten instappen.

"Pak de meid!" beval Vance aan de twee bewakers.

De eerste bewaker stapte naar voren, zijn pistool strak op François gericht. "Geen gekke dingen doen, oude man. Stap opzij."

Ik keek naar François. Ik zag aan de spanning in zijn schouders dat hij van plan was om aan te vallen — een wanhopige, dodelijke actie. Hij zou het niet overleven.

"Wacht!" schreeuwde ik.

Ik stapte voor François en Sofie uit. Ik greep in de binnenzak van mijn regenjas en trok het zwarte notitieboek van Sofie tevoorschijn, samen met de USB-stick.

"Zoek je dit, Herman?" riep ik, terwijl ik het boek hoog boven mijn hoofd hield.

Herman zijn ogen vernauwden zich. "Waar heb je dat...?"

"Sofie heeft niet alleen papierwerk verzameld," zei ik, en ik zette een stap richting de rand van het helikopterplatform. "Ze heeft digitale kopieën gemaakt van ál je banktransacties van de afgelopen tien jaar. Elke overboeking naar Vance, elke vervalste handtekening van mijn vader, elke illegale Zwitserse constructie. Het staat allemaal op deze stick."

Ik hield de USB-stick tussen mijn duim en wijsvinger, precies boven een diepe, roestige afwateringsput die aan de rand van het beton lag.

"Als je één stap dichterbij laat doen," zei ik met een ijzige kalmte, "laat ik deze stick in de diepte vallen. En het notitieboek gooi ik in de draaiende staartrotor van de helikopter. Dan heb je niets. Geen bewijs, geen geld, geen controle."

Herman stak zijn hand op om de bewakers te stoppen. "Rita... doe niet zo dwaas. Als je dat doet, vernietig je ook je eigen toekomst. Dat geld is alles wat we hebben!"

"Dat geld heeft mijn gezin vernietigd!" schreeuwde ik. "Het heeft mijn broer dertig jaar van zijn leven gekost! Het heeft mijn dochter bijna van haar verstand beroofd! Ik geef niets om dat geld!"

Dokter Vance werd nerveus. "Herman, negeer haar! Schiet haar in haar been en pak die spullen!"

"Hou je kop, Vance!" snauwde Herman tegen haar. Hij keek naar mij, zijn gezicht een masker van wanhoop en woede. "Rita... we kunnen opnieuw beginnen. We kunnen naar het buitenland. Jij, ik, Sofie..."

"Er is geen 'ons' meer, Herman," zei ik. "Je bent gestorven op het moment dat je de deur van de badkamer probeerde te openen."

Op dat moment klonk er vanuit het bos een geluid dat anders was dan het geweld van de helikopter.

Het was het langgerekte, schrillende geluid van politiesiirenes. Niet één, niet twee, maar meerdere wagens die met hoge snelheid de oprijlaan van het landgoed op kwamen racen.

Dokter Vance werd spierwit. "Wat is dat?!"

François liet een korte, rauwe lach horen. "Dacht je echt dat ik alleen een Land Rover had geregeld? Toen ik in het dorp was, heb ik een gecodeerd bericht gestuurd naar de Federale Gerechtelijke Politie in Brussel. Niet naar de lokale politie van Spa, Vance. Naar de federale recherche. Met de coördinaten van dit platform."

Koplampen van blauw-witte politiewagens sneden door de mist aan het einde van de oprijlaan. Vluchtpogingen waren kansloos.

Dokter Vance bedacht zich geen moment. Ze draaide zich om en probeerde naar de opstappende helikopter te rennen. "Vlieg weg! Vlieg weg!" schreeuwde ze tegen de piloot.

Maar de piloot, die de naderende politiewagens zag, trok de hendel omhoog. De helikopter kwam van de grond en steeg snel op, waarbij Vance op het beton achterbleef. De windvlaag van de rotoren sloeg haar omver.

De twee beveiligers lieten hun wapens vallen en staken hun handen in de lucht.

Herman bleef roerloos staan. Hij keek naar de naderende zwaailichten, en daarna weer naar mij.

"Het is voorbij, Herman," zei ik zacht.

Hij greep in zijn binnenzak. François schreeuwde een waarschuwing en wilde naar voren duiken, maar Herman trok geen wapen.

Hij trok een oude, goudkleurige zakhorloge tevoorschijn — het horloge dat ik hem veertig jaar geleden voor onze bruiloft had geschonken. Hij keek er even naar, liet het op de grond vallen, en het glas versplinterde op het beton.

"Het was nooit genoeg, hè Rita?" fluisterde hij. "Niets wat ik deed was ooit genoeg voor jou."

De politiewagens stormden het platform op. Gewapende eenheden van de federale politie sprongen uit de wagens. "Politie! Handen omhoog! Geen beweging!"

Binnen enkele seconden werd het platform overspoeld door agenten. Dokter Vance en de twee beveiligers werden tegen de grond gewerkt en in de boeien geslagen.

Herman bood geen weerstand. Hij liet zijn armen op zijn rug boeien door een jonge agent. Terwijl ze hem wegleidden naar een van de politiewagens, draaide hij zijn hoofd om en keek me nog één keer aan.

Er zaten geen tranen in zijn ogen. Alleen een diepe, zwarte leegte.

Ik haastte me naar Sofie en zakte naast haar op de grond. François sloeg een arm om ons beiden heen. De regen bleef vallen, maar voor het eerst in drie maanden voelde de lucht niet meer zo verstikkend.

Maar terwijl de ambulance Broeders het terrein op kwamen rijden om Sofie te verzorgen, stapte een man in een lang discreet pak uit de voorste politiewagen. Hij liep naar ons toe en toonde zijn legitimatie.

"Mevrouw Van de Ven?" vroeg hij.

"Ja," antwoordde ik vermoeid.

"Ik ben Commissaris De Smet van de Federale Recherche," zei hij met een ernstig gezicht. "We zijn blij dat u ongedrenkt bent. Maar ik moet u meedelen dat de zaak nog niet gesloten is."

Ik keek hem niet begrijpend aan. "Wat bedoelt u? Herman is opgepakt. Vance is gepakt."

De commissaris keek naar het zwarte notitieboek in mijn handen. "Herman was slechts de tussenpersoon, mevrouw. De echte eigenaar van L'Ombre du Chêne en de ontvanger van de Zwitserse miljarden... zit nog steeds in de luwte. En die persoon weet dat u het notitieboek heeft."