HET LAATSTE WOORD VAN VADER
News Story

HET LAATSTE WOORD VAN VADER

67 weergaven

De pijn in mijn zij was ijskoud en heet tegelijk. Ik leunde met mijn rug tegen de natte, kille bakstenen muur van het rioolkanaal. Het water stroomde traag langs mijn voeten, een donkere, stinkende stroom die de geluiden van de bovenwereld dempte. Ik bracht mijn hand opnieuw naar de wond. Mijn jas was doorweekt met donker bloed. Een schampschot, dacht ik wanhopig, het moet een schampschot zijn.

Boven mij, door het openstaande rioolluik, klonken doffe schoten en woedend geroep.

"Hij is daar naar beneden!" schreeuwde de stem van een van Elses mannen. "Volg hem!"

Ik mocht geen tijd verliezen. Ik beet op mijn lip om het kreunen van de pijn te onderdrukken, pakte de kleine zaklamp die ik uit het safehouse had meegenomen en knipte hem aan. De dunne lichtstraal sneed door de mistige, vochtige lucht van de ondergrondse gang.

Aan de muur zag ik een vervaagd, rood symbool geschilderd: een cirkel met een pijl erdoor. Vaders geheime markering uit de jaren zestig. Hij had deze gangen gebruikt om mensen vanuit het Oosten naar het Westen te smokkelen. Als er iemand was die de ondergrondse wijk van Berlijn kende, dan was hij het wel. En hij had zijn sporen achtergelaten voor het geval zijn kinderen zijn hulp nodig zouden hebben.

Ik stompelde voorwaarts, mijn hand stevig op de wond gedrukt. Elke stap voelde als een messteek in mijn flank, maar de adrenaline hield me overeind. Achter mij hoorde ik een luide plons, gevolgd door nog een. De mannen van Els waren het riool in gekomen. hun laarzen kletterden door het water.

"Wout! Wout, hoor je me?!"

De stem klonk knetterend uit de kleine portofoon aan mijn riem. Henk.

Ik griste het apparaatje los en drukte met een trillende duim op de spreekknop. "Henk... ik ben beneden. Ik ben geraakt."

Er viel een korte, ijzige stilte aan de andere kant van de lijn. "Hoe erg?" vroeg Henk, zijn stem overmand door paniek.

"Ik leef nog," zei ik schor. "Maar ze zitten achter me aan. Waar ben jij?"

"Ik ben van het dak af gekomen en sta bij Weber in de auto," antwoordde Henk snel. "Vader heeft in het notitieboekje een uitgang van het riool genoteerd. Een oud gemaal bij de Spree, nabij de Schillingbrücke. Kun je daar komen?"

Ik keek naar de muur. De rode pijl wees precies in die richting. "Ik ben onderweg. Zorg dat je er bent."

Ik verbrak de verbinding en versnelde mijn pas zover mijn lichaam dat toeliet. De gang werd smaller en lager. Het rioolwater reikte inmiddels tot mijn kuit. De stank was penetrant, maar mijn zintuigen waren alleen gefocust op de geluiden achter mij. De achtervolgers kwamen sneller dichterbij dan ik hoopte. Ze hadden krachtige lampen bij zich waarvan de lichten over de gebogen muren achter mij dansten.

"Daar is hij!" schreeuwde een rauwe stem uit de duisternis.

Een kogel ketste met een hels kabaal af op de muur vlak naast mijn hoofd. Baksteenfragmenten vlogen in mijn gezicht. Ik dook een zijgang in, een smalle buis waar ik gebukt doorheen moest lopen. De pijn in mijn zij schoot als een steekvlam door mijn hele torso. Mijn zicht begon aan de randen zwart te worden van de uitputtings- en bloedverlies.

"Niet opgeven, Wout," fluisterde ik tegen jezelf. "Niet nu. Vader heeft je niet 61 jaar lang beschermd om je hier in een riool te laten sterven."

Ik bereikte een grote, ronde ruimte waar meerdere buizen bij elkaar kwamen. In het midden van de ruimte stond een oude, roestige stalen trap die omhoog leidde naar een zware stalen deur. Bovenaan de deur brandde een klein, groen controlelampje. Een oud BVD-relais dat blijkbaar nog steeds onder spanning stond.

Ik klom de trap op, elke trede voelde als het beklimmen van een berg. Mijn vingers gleed af van de glibberige stalen sporten, maar ik vocht me naar boven. Ik bereikte de deur. Er zat een mechanisch cijferslot op.

Vier cijfers.

Wat was de code? Mijn hoofd tolde. Geheimen, datums, namen...

1411. De geboortedatum van Henk?

1964. Het jaar van de operatie?

Ik toetste 1464 in. Niets. Het rode lampje flikkerde waarschuwend.

Achter mij kwamen de mannen de ronde ruimte binnenstormen. De lichtstralen van hun zaklampen vonden mij bovenaan de trap.

"Geen kant meer op, De Jong!" riep een van hen.

Op dat moment herinnerde ik me vaders laatste woorden op het vernietigde cassettebandje: ‘De code is de zin die ik je elke avond voor het slapengaan vertelde.’

Wat zei vader altijd als hij de deur van mijn slaapkamer dichtdeed?

‘Slaap zacht, vier kleine engelen bewaken de nacht.’

Vier.

Ik keek naar het toetsenbord. Onder de cijfers stonden ook letters. Ik toetste de cijfers in die hoorden bij vaders naam: G-E-R-R (7-3-7-7).

Het mechanisme klakte luid. Het groene lampje begon te branden. De zware stalen deur sprong met een sissend overdruk-geluid een centimeter open.

Ik duwde de deur open, glipte erdoorheen en sloeg de zware hendel aan de binnenzijde naar beneden net op het moment dat de eerste kogels tegen de buitenkant van de stalen plaat beukten.

Ik viel voorover op de houten vloer van een donkere, overdekte ruimte. De lucht rook naar rivierwater en oude olie. Het oude gemaal bij de Spree.

Door de ramen zag ik de koplampen van een auto die met loeiende banden het terrein op scheurde. De grijze wagen van Doctor Weber.

De deur van de auto vloog open en Henk stormde naar buiten, zijn pistool in de hand. Hij zag mij in de deuropening liggen en rende op me af.

"Wout!" schreeuwde hij, terwijl hij naast me op zijn knieën viel. He zag het bloed op mijn jas en zijn gezicht werd wit van schrik. "Volhouden, broer! Ik heb je!"

"Het glas..." fluisterde ik, en ik drukte het kleine stukje microfilm in zijn hand. "Ik heb... het gered."

Henk keek naar het glas en toen naar mij. Er rolden tranen over zijn met roet bedekte wangen. "Het kan me niet schelen wat er op dat verdomde glas staat, Wout! Ik laat je niet doodgaan!"

Hij tilde me met zijn krachtige armen over zijn schouder en droeg me naar de achterbank van de auto. Weber trapte het gaspedaal in net toen de stalen deur van het gemaal van buiten werd opengeblazen.

Terwijl we de nacht in scheurden, begon mijn bewustzijn weg te glijden. Het laatste wat ik hoorde, was de stem van Henk die mijn hand vasthield:

"Blijf bij me, Wout. We zijn er bijna. De waarheid is nabij."