HET LAATSTE WOORD VAN VADER
News Story

HET LAATSTE WOORD VAN VADER

67 weergaven

De sneeuw viel nu gestaag neer over de straten van Berlijn. Het witte dek bedekte de sporen van het verleden, maar kon de dreiging die boven ons hing niet verhullen. We stonden onder de luifel van de metrostationsingang, het mobiele telefoonschermpje wierp een koud, blauw licht over onze gezichten.

Henk starde naar de foto op mijn telefoon. Zijn kaakspieren spanden zich zo strak aan dat ik dacht dat zijn tanden zouden breken. "Ze willen vaders naam bezoedelen," fluisterde hij, zijn stem trillend van opgekropte woede. "Vader heeft zijn hele leven gegeven voor het vaderland, hij heeft zijn eigen geluk opgeofferd om jou te beschermen... en zij willen hem afschilderen als een landverrader?"

"Dat is de tactiek van 'Die Spinne'," zei Doctor Weber zacht. "Ze vernietigen niet alleen je lichaam, ze vernietigen je nagedachtenis. Als ze vervalste documenten uitbrengen waarin staat dat Gerrit de Jong een dubbelspion voor de Stasi was, zal de Nederlandse staat zijn pensioen intrekken, zijn eer ontnemen en zijn graf schenden."

"Dat laat ik niet gebeuren," zei ik beslist. Ik sloot mijn hand om het kleine stukje microfilm in mijn jas. "We gaan naar Checkpoint Charlie."

"Wout, het is een valstrik!" riep Henk. "Els heeft daar de thuiswedstrijd. Ze heeft getrainde huurlingen. Wij zijn twee zestigjarigen en een gepensioneerde archivaris!"

"We zijn twee zonen van Gerrit de Jong," antwoordde ik, terwijl ik Henk strak in de ogen keek. "En vader heeft ons niet alleen geleerd hoe we moesten overleven, hij heeft ons geleerd hoe we moeten vechten als de familie wordt bedreigd."

Weber leidde ons eerst naar het oude safehouse in West-Berlijn, een klein, anoniem appartement boven een bakkerij aan de Kantstraße. De ruimte rook naar oude boeken en droge lucht. Aan de muur hing een grote kaart van Berlijn uit de Koude Oorlog-tijd, waarop met rode lijnen oude vluchtroutes waren getekend. In een verborgen ruimte achter de kledingkast vond Henk wat vader daar tientallen jaren geleden had achtergelaten: een houten kistje met twee oude Walther PPK-pistolen, een paar portofoons en een plattegrond van het ondergrondse rioleringsstelsel rond Checkpoint Charlie.

"Vader was inderdaad overal op voorbereid," fluisterde Henk, terwijl hij een van de pistolen vakkundig controleerde op werking. De handelingen gingen hem verrassend natuurlijk af, alsof een oud instinct bij hem ontwaakte.

We maakten ons plan. Het was een gevaarlijk plan, een plan dat afhankelijk was van timing en de exacte kennis van de oude grensovergang. Checkpoint Charlie was tegenwoordig een drukke toeristische trekpleister, maar 's nachts, in de sneeuw storm, was het een verlaten, ijzig plein omringd door historische musea en donkere steegjes.

Om precies drie uur 's nachts kwamen we aan bij de Friedrichstraße. De iconische grens-wachthuisje stond daar als een eenzaam monument in de vallende sneeuw. Er was geen mens op straat. De straatlantaarns wierpen lange, gele schaduwen over het asfalt.

Ik liep alleen naar het midden van de straat, mijn handen diep in de zakken van mijn jas. Henk had zich verschanst op het dak van een nabijgelegen gebouw met een van de portofoons, terwijl Weber de vluchtauto in een zijstraatje met draaiende motor gereedhield.

Uit de schaduw van het Haus am Checkpoint Charlie stapte een gedaante naar voren. Els. Ze droeg een lange, witte mantel die afstak tegen de zwarte nacht. Achter haar kwamen twee gewapende mannen tevoorschijn, hun wapens discreet onder hun jassen verborgen.

"Je bent op tijd, Wout," zei Els. Haar adem wolkte in de vrieslucht. "Je bent altijd zo'n gehoorzame jongen geweest. Gerrit heeft je goed afgericht."

"Waar zijn de documenten?" vroeg ik koud, zonder te bewegen.

Els stak een leren tas omhoog. "Hierin zitten de originelen uit vaders kluis, samen met de vervalste verklaringen die hem stempelen als de hoofdagent van Die Spinne. Geef mij de microfilm, en ik verbrand deze tas voor je ogen."

"Eerst de tas," zei ik.

Els lachte, een kort, zielloos geluid. "Je bent niet in de positie om eisen te stellen, Wout. Kijk om je heen."

Uit de schaduwen van de omliggende straatjes kwamen nog drie mannen tevoorschijn. Ik was volledig omsingeld.

"Je dacht toch niet dat ik alleen met twee man zou komen?" zei Els spottend. "Geef het micro-glas, anders schieten we je hier op het asfalt neer en pakken we het uit je warme zakken."

Ik haalde langzaam mijn rechterhand uit mijn zak. Tussen mijn vingers schitterde het kleine glas van de microfilm in het licht van de lantaarn.

"Het glas is hier," zei ik loud en duidelijk, zodat Henk het via zijn positie kon horen. "Maar je bent één ding vergeten, Els."

"O ja? En wat dan?"

"Mijn vader heeft deze grensovergang niet alleen gebruikt... hij heeft hem gebouwd."

Op dat exacte moment klonk er een luid, krakend geluid van boven. Henk, die op het dak van het museum stond, gooide een zware, oude schijnwerper die op de dakrand gemonteerd stond naar beneden. Het enorme stalen apparaat kletterde met een verdovende klap op het asfalt vlak voor de voeten van Elses mannen. Glasscherven en vonken vlogen door de lucht.

In de verwarring die ontstond, trok ik de Walther PPK uit mijn linker binnenzak en vuurde twee schoten af op de straatlantaarns. Het plein werd in een klap gehuld in duisternis.

"Vuren!" schreeuwde Els in paniek.

Kogels sneden door de nacht, maar ik dook al naar het gietijzeren rioolluik dat vlak bij het wachthuisje lag. Met al mijn kracht trok ik het luik omhoog — een luik dat vader in 1964 al had geprepareerd als nooduitgang — en dook de ondergrondse diepte in.

Terwijl ik naar beneden viel in de kille, vochtige duisternis van het riool, hoorde ik boven me een woedende schreeuw van Els, gevolgd door het geluid van Henk die vanaf het dak dekking vuurde.

Maar toen ik de bodem van het riool raakte, voelde ik een snijdende pijn in mijn zij. Ik bracht mijn hand naar mijn ribben.

Mijn vingers kwamen er nat en warm van het bloed vanaf. Ik was geraakt. And alleen in de ondergrondse gangen van Berlijn.