HET LAATSTE WOORD VAN VADER
News Story

HET LAATSTE WOORD VAN VADER

67 weergaven

De felle lichten van de motorfiets sneden door de duisternis van de provinciale weg. Ik hield mijn ogen strak op de weg gericht, maar de reflectie in de binnenspiegel achtervolgde me. Het voertuig bleef op constante afstand rijden, precies buiten de reikwijdte van mijn koplampen als een schaduw die weigerde op te lossen.

"Hij blijft achter ons," zei ik, met een stem die zo schor klonk dat ik hem zelf bijna niet herkende. "Els, wat staat er nog meer op dat bandje? Waarom is deze informatie vijftig jaar later nog steeds dodelijk?"

Els wreef over haar voorhoofd, haar vingers trilden hevig. "Vader ontdekte in 1964 dat het netwerk van spionnen zich uitstrekte tot in de hoogste lagen van het Nederlandse bestuur. De man die de baby op zijn drempel achterliet, was zijn contactpersoon binnen de geheime dienst. Maar die man werd diezelfde nacht nog geliquideerd. Vader nam het kind op, gaf het een identiteit en zwoer dat hij de geheimen nooit zou openbaren zolang hij leefde."

"Maar vader is nu dood," concludeerde ik bitter. "En dus vervalt het pact."

"Precies," fluisterde Els. "Zodra vaders overlijdensadvertentie in de krant stond, wisten de overlevenden van dat netwerk dat de documenten en bewijzen ergens opgedoken moesten worden. Het bandje is de sleutel tot een kluis. Vader heeft mij vijftig jaar lang verborgen gehouden omdat ik de enige getuige was die de namen kon bevestigen. Hij belde mij elke zondag vanaf een openbare telefooncel om te controleren of ik nog veilig was."

Ik sloeg mijn hand hard tegen het stuur. Al die jaren dat ik dacht dat vader een kille, afstandelijke man was die liever naar cijfers keek dan naar zijn kinderen... Al die zondagen dat de deur van de studeerkamer op slot zat. Hij zat daar niet om de boekhouding te doen; hij zat daar te strijden om ons leven te beschermen. Mijn gevoelens over vaders nagedachtenis kantelden in een rarazend tempo. De wrok die ik tientallen jaren met me mee had gedragen, veranderde in een mengsel van medelijden en afgrijzen.

Plotseling maakte de motorfiets achter ons een versnelling. Het rauwe gieren van de motor klonk luider. De berijder trok zijn voertuig naar de linkerrijstrook en kwam naast mijn portier rijden. In het flikkerende licht van de straatlantaarns zag ik de glimmende zwarte helm en de donkere kleding van de achtervolger. Hij stak zijn rechterhand uit. Er zat een zwaar, metalen voorwerp in zijn vuist: een ruitentikker.

"Bukken!" schreeuwde ik naar Els.

Met een luide klap sloeg de man de ruit aan de bestuurderskant in. Een storm van ijskoude wind en fijne glasdeeltjes vloog mijn auto binnen. Ik voelde de scherpe sneden in mijn wang, maar ik weigerde het stuur los te laten. Ik gaf een ruk aan het stuur naar links, recht in de richting van de motorfiets.

De zware Volvo beukte tegen de zijkant van de motor. Er klonk een schurend geluid van metaal op metaal, vergezeld door een regen van vonken die de nachtblauw verlichtte. De motorrijder slingerde hevig, vocht om zijn evenwicht te bewaren en moest in de remmen knijpen om niet onder mijn achterwielen te geraken.

Ik maakte van de gelegenheid gebruik en sloeg een smalle, onverlichte polderweg in. De banden piepten over het natte asfalt. De auto schudde heen en weer over het hobbelige wegdek. We reden een gebied in van weilanden en diepe slooten, gehuld in een dichte mist die over het landschap hing.

"Waar gaan we heen?" riep Els, terwijl ze het glas uit haar schoot veegde.

"Naar een plek waar we kunnen schuilen en naar dat bandje kunnen luisteren," antwoordde ik. "Vaders oude vakantiehuisje bij de Vinkeveense Plassen. Niemand weet van het bestaan van dat huisje, zelfs Henk kwam er nooit."

Toen ik Henks naam uitsprak, voelde ik een steek in mijn borst. Henk. Mijn broer die achtergebleven was in het ouderlijk huis met een gewapende indringer. Had ik hem in de steek gelaten? Was hij nog in leven? Het beeld van de koperen kandelaar en de doffe knal van het schot bleef achter mijn oogleden branden. Als Henk dood was, was het mijn schuld. Ik was degene die koste wat het kost de waarheid wilde weten.

Na twintig minuten nerveus sturen over de kronkelende polderwegen, dook de outline van het kleine houten huisje op aan de rand van het water. Het lag verscholen achter een dichte haag van knotwilgen. Ik parkeerde de Volvo onder de overhangende takken van een grote boom, ver van de weg. We stapten snel uit, de koude mist omhelsde ons als een natte deken.

Mijn handen trilden toen ik het houten deurtje van het huisje van het slot haalde. Binnen rook het naar stof, muf hout en oude kranten. Er was geen elektriciteit aangesloten, maar ik wist dat vader altijd een knijpkat en een oude batterij-gevoede cassetterecorder in een van de kasten bewaarde voor noodgevallen.

Ik vond de speler op de plank in de bijkeuken. Een eenvoudig, grijs plastic apparaatje uit de jaren tachtig. Ik zette het op de keukentafel, trok het zwarte cassettebandje uit mijn binnenzak en plaatste het voorzichtig in de klep.

Els kwam naast me staan. Haar gezicht was grauw in het zwakke licht van de knijpkat die ik op tafel had gelegd. "Weet je het zeker, Wout? Als we dit afspelen, is er geen weg meer terug. Je zult weten wie je vader is, maar je zult ook de last moeten dragen die hem heeft gebroken."

Ik keek naar de zwarte tape. Mijn hele identiteit, mijn 61 jaar oude leven, hing af van de magnetische band die erin opgesloten zat. Was ik de zoon van de kille man die ons opvoedde, of de zoon van een dode spion die in 1964 werd geliquideerd?

"Ik moet het weten," zei ik beslist.

Ik drukte op de knop PLAY.

Het vertrouwde ruisen klonk weer door de kleine luidspreker. Vaders krakerige stem sprak opnieuw:

‘...De nacht waarin één van jullie als baby werd achtergelaten op mijn drempel, met een briefje geschreven in bloed. Op dat briefje stond slechts één naam en een waarschuwing: Behoed hem voor de man met de rode littekens. Die baby was Wout.’

Mijn adem stokte. De wereld leek onder mijn voeten weg te glijden. Ik? Ik was de geadopteerde baby? Ik was niet de echte zoon van de man die ik 61 jaar lang mijn vader had genoemd?

Maar voordat de stem van mijn vader verder kon spreken over wie de man met de rode littekens was, hoorden we een zacht kraken van de houten vloerdelen. Niet buiten het huisje.

Maar in de kamer achter ons.

Een schaduw stapte uit de donkere hoek van de woonkamer. In het zwakke licht van de knijpkat zag ik een gezicht. Een gezicht bedekt met diepe, roodkleurige littekens die van zijn slaap tot zijn hals liepen. En in zijn hand hield hij een mes dat schitterde in het duister.

"Het heeft lang geduurd, Wout," zei de man met een schorre, ijzige stem. "Je vader heeft je goed verborgen gehouden. Maar nu is het tijd dat je je echte erfenis opeist."