HET LAATSTE WOORD VAN VADER
News Story

HET LAATSTE WOORD VAN VADER

67 weergaven

Het duister in het Stasi-archief voelde als een verstikkende deken. Ik hoorde de snelle, paniekerige ademhaling van Doctor Weber naast me, en het schuifelen van Henks schoenen op de betonvloer. Buiten de zwakke roode gloed van een nooduitgangsbordje was er geen enkel licht.

"Niet bewegen," fluisterde Henk zachtjes in mijn oor. "Ze weten niet precies waar we staan."

"Ik weet precies waar jullie staan," schalde de stem van Els door de ruimte. Er klonk een klik, gevolgd door de felle, witte straal van een tactische zaklamp die door de duisternis sneed. Het licht trof ons vol in het gezicht. Ik knipperde tegen de verblindende helderheid.

Achter de lichtstraal stonden drie gestalten. Els, gekleed in een strakke, donkere jas, met in haar hand een klein zilveren pistool. Naast haar stonden twee zwaargebouwde mannen in zwarte tactische kleding, hun wapens op ons gericht. Haar gezicht vertoonde lichte schaafwonden en haar kleren waren anders dan bij het huisje, maar haar blik was even ijskoud als op de begraafplaats.

"Je hebt de ontploffing overleefd," zei ik, terwijl ik stappen naar voren zette om Henk en Weber gedeeltelijk af te schermen.

"Een doordacht plan heeft altijd een ontsnappingsroute," antwoordde Els met een minachtende glimlach. "Die boot was op afstand bestuurd. De man met de littekens... hij was slechts een nuttige idioot, een ingehuurde acteur die dacht dat hij mijn vader was. Hij heeft zijn rol gespeeld. Maar jij, Wout... jij hebt ons naar het échte archief geleid."

"Waarom?" vroeg ik, strijdend om tijd te winnen. "Waarom is dit dossier na al die jaren nog zo belangrijk voor je?"

Els stapte langzaam naderbij. Het zilveren pistool bleef roerloos op mijn borstkas gericht. "Omdat Viktor Vance en mijn moeder niet zomaar spionnen waren. Ze hadden de bankrekeningnummers van het geheime 'Spinne'-fonds in Zwitserland gedocumenteerd. Miljarden aan goud en vermogen die na de val van de Muur spoorloos zijn verdwenen. De sleutel tot die rekeningen stond gecodeerd op de microfilm die jouw 'vader' Gerrit de Jong heeft gestolen."

ze keek naar de projector op de tafel. "En dankzij jou staat die microfilm nu klaar om ingescand te worden."

"Je krijgt hem niet," zei Henk met een rauwe stem. Hij zette een stap vooruit, zijn borst vooruitgeschoven. "Gerrit de Jong was onze vader. Hij heeft zijn leven gegeven om deze misdadige troep uit de handen van lui zoals jij te houden!"

"Je vader was een dromer," spuwde Els. "Een sentimentele man die dacht dat hij de wereld kon redden door een spionnenkind te adopteren. Maar hij is dood. En jullie gaan hem snel achterna."

Ze knikte naar een van de gewapende mannen. "Pak de microfilm. En schiet hen neer."

De man zette een stap naar de leestafel. Maar Doctor Weber, die tot dat moment doodstil op de grond had gezeten, maakte een onverwachte beweging. Met een wanhopige schreeuw greep hij een zware stalen ordner van de onderste plank en slingerde die met volle kracht tegen de benen van de gewapende man.

De man struikelde en viel met een harde klap tegen de leestafel. De projector kletterde op de grond, de hete lamp spatte uiteen met een harde knal.

"Rennen!" schreeuwde Henk.

In de totale verwarring en duisternis die opnieuw ontstond, greep Henk mijn arm en trok me mee, een van de lange gangpaden in. Achter ons klonken schoten. De kogels ketsten met een snijdend geluid af op de stalen archiefkasten. Het geluid van rondvliegend papier en verscheurende ordners vulde de gang.

We renden op het rood verlichte nooduitgangsbordje af. Weber rende vlak achter ons, zijn ademhaling een schor gerasp. We beukten tegen de stalen nooddeur. Het alarm begon oorverdovend te loeien, een schrill geluid dat door de betonmuren van het Stasi-complex galmde.

We stormden een smalle stenen trap op die naar de straat leidde. Toen we de buitenlucht bereikten, sloeg de ijzige Berlijnse nachtwind in ons gezicht. We waren op een binnenplaats achter het gebouw, omringd door hoge hekken.

"Hier langs!" riep Weber, terwijl hij naar een klein poortje in de hoek van de binnenplaats wees dat toegang gaf tot een steeg.

We glipten door het poortje net toen de achtervolgers de deur van de nooduitgang openbeukten. Schoten galmden over de binnenplaats, maar we doken de smalle steeg in en verdwenen in de wirwar van de Berlijnse straten.

We stopten pas na tien minuten koortsachtig rennen, dekking zoekend onder de luifel van een gesloten metrostationsingang. We waren doorweekt van het zweet en de lichte sneeuw die begon te vallen.

Ik leunde tegen de muur, naar adem happend. Ik voelde aan mijn jas. Mijn hand gleed in mijn binnenzak.

Mijn vingers raakten een klein, hard, vierkant voorwerp.

Ik trok het eruit. In het flikkerende licht van de straatlantaarn keek ik naar mijn palm.

Het was het Stasi-microfilmglas. Ik had het in de fractie van een seconde voor de projector omviel van de tafel gegrist, zonder dat ik het mezelf bewust herinnerde.

Henk keek naar mijn hand en liet een diepe, schorre lach horen. "Je bent echt vaders zoon, Wout. Een ras-optimist en een dief als het moet."

Ik glimlachte zwak, maar mijn blik werd ernstig. "We hebben het origineel, Henk. Maar Els heeft de mannen, de wapens en de middelen. Ze zal niet rusten voordat ze dit glas in handen heeft. En we zijn in een vreemde stad zonder hulp."

Doctor Weber keek naar het glaasje. "Er is één plek waar we veilig zijn," zei hij met trillende stem. "Een oud safehouse van de BVD in West-Berlijn. Uw vader heeft het in 1989 gekocht. De sleutel... ligt op het graf van vaders contactpersoon in de stad."

Ik keek naar Henk. Het spoor van onze vader was nog lang niet afgelopen. We stonden midden in een oorlog die vijftig jaar geleden was begonnen, en de finale zou plaatsvinden in de stad waar alles was ontstaan.

Maar toen ik mijn telefoon uit mijn zak haalde om de tijd te checken, oplichtte het schermpje op met een nieuw bericht. Een anoniem nummer.

Ik opende het bericht. Het was een foto.

Een foto van vaders ouderlijk huis in Utrecht. Buiten stond een zwarte auto. En het bijbehorende tekstbericht luidde:

‘Je hebt de microfilm. Maar ik heb de documenten die in het huis lagen. Je hebt 12 uur om naar het oude Checkpoint Charlie te komen. Anders wordt het hele verleden van Gerrit de Jong publiekelijk bezoedeld als een landverrader.’