De gestalte stapte naderbij, en het zwakke licht van de spiegel bescheen zijn gezicht. Tot mijn ontzetting zag ik dat de man littekens had die dwars over zijn ogen liepen, alsof hij ooit met opzet was verblind.
"Jij bent het kind van 1994," zei de man zacht. "De nacht dat jouw moeder hier woonde, ontdekte ze wat Arthur en de vorige eigenaren verborgen hielden: een ritueel van vergeten, waarmee mensen uit de geschiedenis konden worden gewist om hun bezittingen in te pikken. Ze probeerde te vluchten, met jou in haar armen. Ze wist dat ze het niet zou halen, dus verstopte ze je in de kast en stuurde ze je naar de toekomst door de breuk in de tijd."
Mijn hoofd duizelde. Alles leek ineens in elkaar te vallen – de geur van oud papier, de vreemde angst van mevrouw Henderson, het gedrag van Arthur. Maar als ik naar de toekomst was gestuurd, waar was mijn moeder dan gebleven?
"Zij is nog steeds hier," zei de man, wijzend naar het vloeibare glas van de spiegel. "Aan de andere kant van de barrière. Gevangen in de tijd, wachtend op het moment dat jij de spiegel zou openbreken met het briefje dat ze voor je achterliet."
Ik keek naar de spiegel. Het beeld van de jonge vrouw in 1994 keerde zich ineens om en drukte haar hand tegen het glas, precies op de plek waar mijn hand zich aan deze kant bevond. Een ijskoude rilling trok door mijn hele lichaam.






