"Dat is het," fluisterde mijn moeder, wijzend naar het perkament. "Het contract dat alle zielen bindt aan dit gebouw."
Ik liep naar het altaar toe. Mijn handen trilden, maar mijn vastberadenheid was groter dan ooit. Ik pakte een doosje lucifers dat op de stenen rand lag – daar achtergelaten door iemand die kennelijk hetzelfde had geprobeerd – stak een lucifer aan en hield de vlam tegen de rand van het oude papier.
Het perkament vatte onmiddellijk vlam met een felle, blauwachtige gloed. Een luide, pijnlijke kreet galmde door de catacomben, alsof het huis zelf ademeloos schreeuwde. Overal om ons heen begonnen de stenen muren te barsten en te verkruimelen. Het licht van de spiegel begon wild te flikkeren en spatte uiteen in duizend schitterende kristallen.
Boven ons hield het geluid van de worsteling plotseling op. Een diepe stilte daalde neer over de kelder, gevolgd door het geluid van vallend puin.
"Het is gelukt," zei mijn moeder, terwijl ze me stevig vasthield in het vallende stof. "De vloek is verbroken."






