Mijn man nam onze drie zoons mee voor een weekend vissen. Geen van hen kwam ooit terug. Zes jaar later vond mijn oudste dochter zijn oude telefoon en kwam ze met tranen in haar ogen naar me toe.
News Story

Mijn man nam onze drie zoons mee voor een weekend vissen. Geen van hen kwam ooit terug. Zes jaar later vond mijn oudste dochter zijn oude telefoon en kwam ze met tranen in haar ogen naar me toe.

1 weergaven

Deel 13: De Schaduw van het Syndicaat

De kaart in de handen van Daan voelde alsof hij rechtstreeks uit het ijs was getrokken. Mijn vingers klemden om de randen van het papier terwijl ik de woorden steeds opnieuw las. We zien elkaar snel.

Sophie slaakte een zachte kreet en keek angstig om zich heen naar de rand van het bos, alsof er vanuit de schaduwen van de bomen iemand naar ons stond te kijken. Luuk en Timmy namen instinctief weer een verdedigende houding aan, hun ogen scherp gericht op elke beweging in de verte.

'Hendriks!' roep ik, mijn stem overslaand van de schrik.

Commissaris Hendriks, die net zijn auto wilde instappen, draaide zich haastig om en rende naar ons toe. 'Wat is er gebeurd, Eleanor?'

Ik overhandigde hem de kaart. Hendriks las de boodschap en zijn gezicht betrok onmiddellijk. Hij pakte een paar latex handschoenen uit zijn zak, stopte de kaart voorzichtig in een transparant bewijszakje en keek de omgeving rond.

'Wie heeft deze wagen benaderd?' snauwde Hendriks tegen de twee agenten die bij het afzetlint stonden.

'Niemand, commissaris,' antwoordde een van hen geschokt. 'We hebben het terrein de hele ochtend scherp in de gaten gehouden. Er is niemand bij de wagen geweest!'

'Iemand is hier dus heel discreet geweest,' zei Hendriks grimmig. 'Dit betekent dat de top van de organisatie nog steeds operationeel is. Dean en Visser waren slechts de mannetjes op de vloer. De echte kopstukken zitten dieper weggeborgen.'

'We zijn niet meer veilig in ons eigen huis,' zei ik, terwijl een vlaag van paniek me weer dreigde te overspoelen. Ik dacht aan Lotte en Emma, die thuis op ons wachten onder toezicht van een buurvrouw.

'Luister naar me, Eleanor,' zei Hendriks stellig, terwijl hij zijn handen op mijn schouders legde. 'Je gaat vanmiddag niet terug naar je eigen huis. We brengen jullie onder in een beveiligde woning van de politie buiten de provincie. Zolang we de afzender van dit bericht niet hebben opgespoord, staan jullie onder continue bewaking.'

Vijf uur later kwamen we aan bij het schuiladres. Het was een afgelegen bakstenen huisje aan de rand van de duinen, verscholen achter een hoge houten omheining en bewaakt door twee gewapende rechercheurs die continu de omgeving patrouilleerden.

De binnenkant van het huisje was eenvoudig maar comfortabel. Voor het eerst in een week konden we allemaal samen in één grote woonkamer zitten zonder dat er medisch personeel of journalisten om ons heen liepen.

Daan zat bij het raam, staarend naar de duinen. Hij kon de rust nog niet vinden. Zes jaar lang was hij de beschermer van zijn jongere broers geweest in de rauwe wildernis; het idee om opgesloten te zitten in een 'veilig huis' voelde voor hem verstikkend.

Ik liep naar hem toe en ging naast hem op de vensterbank zitten.

'Je hoeft niet meer op de uitkijk te staan, Daan,' zei ik zacht, en ik legde mijn hand op zijn knie. 'Het is nu de taak van de politie om ons te beschermen.'

Daan keek me aan. Zijn blauwe ogen stonden ernstig. 'Mam, oom Dean zei destijds iets tegen mij toen hij ons in het bos zocht. Hij dacht dat we hem niet konden horen, maar ik zat in de top van een dennenboom boven hem.'

'Wat zei hij dan?'

'Hij zei dat 'De Graaf' zijn geduld begon te verliezen,' fluisterde Daan. 'Hij zei dat als hij ons niet vond, De Graaf hem en zijn hele familie zou uitwissen. Ik dacht altijd dat De Graaf een bijnaam was voor de politie-inspecteur, maar Visser is geen leiderstype. Visser was gewoon een corrupte agent.'

'De Graaf...' herhaalde ik de naam. Het klonk niet als een naam uit ons dorp.

Op dat moment ging mijn mobiele telefoon af. Het was een afgeschermd nummer. Ik aarzelde, maar nam op en zette de telefoon op de luidspreker zodat Daan mee kon luisteren.

'Eleanor?' klonk de stem van Hendriks. Hij klonk opgewonden en buiten adem.

'Hendriks, wat is er?'

'We hebben een doorbraak via de USB-stick uit Daniels kistje,' zei Hendriks gehaast. 'De digitale bestanden bevatten niet alleen boekhoudkundige gegevens, maar ook gecodeerde e-mails. Daniel heeft de identiteit achterhaald van de man die het hele witwasnetwerk aanstuurde.'

'Wie is het?' vroeg ik met een ingehouden adem.

'Het is Julian De Graaf,' zei Hendriks. 'Een bekende projectontwikkelaar en filantroop uit de hoofdstad. Hij was de grootste geldschieter van Daniels en Deans bouwbedrijf. Hij gebruikte hun kleine firma om miljoenen aan illegaal kapitaal in grote nieuwbouwprojecten te pompen!'

Mijn maag krimpte samen. Julian De Graaf. Ik kende die naam. Hij was de man die zes jaar geleden, vlak na de verdwijning van Daniel, naar ons huis was gekomen. Hij had zich voorgedaan als een 'oude vriend en zakelijke partner' van Daniel en had me destijds een grote geldsom aangeboden om me te 'helpen met de opvoeding van de kinderen'. Ik had het geld toen geweigerd omdat het niet goed voelde.

'Hij was bij ons thuis...' fluisterde ik vol afgrijzen. 'Zes jaar geleden. Hij stond in mijn woonkamer!'

'Hij wilde controleren of Daniel jou iets verteld had voordat hij verdween,' zei Hendriks. 'Toen hij zag dat jij van niets wist, heeft hij de regie overgedragen aan Dean en Visser om de zaak stil te houden.'

'Waar is De Graaf nu?' vroeg Daan scherp aan de telefoon.

'Onze eenheden zijn op dit moment onderweg naar zijn landgoed om hem aan te houden,' zei Hendriks. 'Het bewijs op de USB-stick is waterdicht. Daniel heeft transactienummers en privégesprekken opgenomen. De Graaf kan hier nooit meer onderuit.'

'Pas op, Hendriks,' waarschuwde ik. 'Hij weet waar we zijn. Hij heeft die kaart op mijn auto gelaten!'

'Maak je geen zorgen, Eleanor. Mijn mannen op het landgoed zijn zwaarbewapend. Over een uur is hij ingesloten en...'

Plotseling werd het gesprek aan de andere kant van de lijn ruw onderbroken door het geluid van een doffe ontploffing en het knallen van automatische geweerschoten.

'Hendriks?! Hendriks!' schreeuwde ik in de telefoon.

'Aanslag! Het is een hinderlaag!' schreeuwde Hendriks door de ruis heen, voordat de verbinding definitief wegviel en veranderde in een monotone kiestoon.

Tegelijkertijd doofden alle lichten in onze beveiligde woning in één klap. De stroom was uitgevallen.

Buiten op het erf klonk het doffe geluid van twee gedempte schoten. De twee rechercheurs die ons huisje moesten bewaken, gaven geen enkel geluid meer.

Daan sprong op van de vensterbank, zijn ogen wijd opengesperd in het duister.

'Ze zijn hier,' fluisterde hij.