News Story

Mijn vader stond in

0 weergaven

DEEL 9 — DE VROUW DIE NOOIT HAD MOGEN TERUGKEREN

“Ze hebben ons gevonden.”

De woorden van Victor bleven in mijn hoofd rondspoken.

Buiten de kamer klonken voetstappen.

Steeds dichterbij.

Sophie stond aan de andere kant van de deur.

“Thomas!”

Ik wilde naar haar toe rennen.

Maar Laura greep mijn arm.

“Niet doen.”

“Ze heeft hulp nodig.”

“Ze weet wat ze doet.”

Ik keek haar verbaasd aan.

“Hoe weet je dat?”

Laura keek naar Sophie door het kleine raam in de deur.

“Omdat ik haar heb geleerd hoe ze moet overleven.”

Ik verstijfde.

“Jij?”

Laura knikte.

“Jaren geleden.”

Sophie keek door het glas naar ons.

Toen stak ze haar hand op.

In haar hand hield ze een kleine zwarte sleutel.

Ze wees naar de vloer.

Ik begreep het niet.

Toen wees ze naar de muur.

Eva fluisterde:

“Ze wil dat we via de andere uitgang gaan.”

Hendrik keek naar de deur.

“Die bestaat niet.”

Laura antwoordde:

“Jawel.”

Ze liep naar een oude kast.

Ze schoof hem opzij.

Daarachter zat een smalle metalen deur.

Ik keek haar aan.

“Hoe weet jij daarvan?”

Laura antwoordde:

“Omdat ik deze gang zelf heb gebouwd.”

Ik voelde een koude rilling.

“Wanneer?”

“Dertig jaar geleden.”

Ze opende de deur.

Een donkere tunnel verscheen.

“Ga.”

Ik hielp Hendrik overeind.

Hij was zwak.

“Je kunt niet lopen.”

“Ik moet.”

“Waarom?”

Hij keek mij aan.

“Omdat Gerard weet dat Laura leeft.”

“Hoe?”

“Hij heeft haar al gevonden.”

Laura verstijfde.

“Dat is onmogelijk.”

Hendrik keek haar aan.

“Hij wist dat je naar het ziekenhuis zou komen.”

Laura werd bleek.

“Wie heeft het hem verteld?”

Hendrik keek naar mij.

Ik voelde mijn maag samentrekken.

“Wie?”

Hij zei niets.

Ik begreep het.

“Iemand hier.”

Eva keek geschrokken.

“Je bedoelt…”

Hendrik knikte.

“Er zit een verrader tussen ons.”

Plotseling klonk er een harde klap tegen de deur.

BOEM!

Sophie schreeuwde:

“THOMAS!”

Ik rende naar de tunnel.

Sophie kwam binnen.

Ze sloot de deur achter zich.

“Waar is Victor?”

“Buiten.”

“En Gerard?”

Sophie keek mij aan.

“Hij is niet alleen.”

“Wie is bij hem?”

Ze antwoordde:

“Jeroen.”

Ik verstijfde.

“Jeroen?”

De man die ik had betaald om mijn moeder te zoeken.

Sophie knikte.

“Hij werkte voor Gerard.”

“Maar hij heeft mij geholpen.”

“Dat was de bedoeling.”

Ik voelde mijn handen trillen.

“Waarom?”

Sophie keek naar Laura.

“Omdat ze wilden weten of jij haar zou vinden.”

Laura sloot haar ogen.

“Dus het was een val.”

Sophie knikte.

“Ja.”

Ik keek naar haar.

“Hoe wist jij dat?”

Ze haalde diep adem.

“Omdat ik al maanden voor Gerard werkte.”

Mijn hart brak.

“Dus mijn vader had gelijk.”

“Nee.”

Ze schudde haar hoofd.

“Niet helemaal.”

“Wat bedoel je?”

“Ik werkte voor hem omdat hij mijn moeder bedreigde.”

Laura deed een stap naar haar toe.

“Je moeder?”

Sophie keek haar aan.

“Jij.”

Laura verstijfde.

“Wat?”

Sophie begon te huilen.

“Gerard ontdekte dat jij mijn moeder bent.”

De tunnel werd stil.

Ik keek naar Sophie.

“Maar je wist dat al?”

Ze knikte.

“Ja.”

“Waarom heb je het mij nooit verteld?”

“Omdat Gerard zei dat hij jou zou vermoorden als ik dat deed.”

Ik voelde mijn woede verdwijnen.

Sophie kwam dichterbij.

“Ik heb je nooit willen verraden.”

Ze haalde haar telefoon tevoorschijn.

“Alles wat ik deed…”

Ze opende een verborgen map.

“Was om informatie naar jou te sturen.”

Ik keek naar het scherm.

Foto's.

Documenten.

Bankrekeningen.

Namen.

Data.

En één bestand:

GERARD VOS — PROJECT THOMAS.

Ik opende het.

Mijn adem stokte.

Er stond:

DOEL: THOMAS DE VRIES

STATUS: ERFGENAAM BEVESTIGD

OPDRACHT: LEVEND OVERBRENGEN

Ik keek naar Sophie.

“Waarom willen ze mij levend?”

Ze antwoordde:

“Omdat ze je nodig hebben.”

“Voor het geld?”

“Nee.”

“Waarvoor dan?”

Ze keek naar Laura.

“Voor de overdracht.”

“Welke overdracht?”

Laura werd plotseling bleek.

“Het imperium.”

Hendrik knikte langzaam.

“De familie heeft niet alleen geld.”

“Wat dan?”

“Een netwerk.”

“Van bedrijven?”

“Van alles.”

Hij keek naar mij.

“Banken. Havens. Transportbedrijven. Vastgoed.”

Ik voelde een koude rilling.

“Hoe groot?”

Laura antwoordde:

“Groot genoeg om een regering te laten vallen.”

Ik keek haar aan.

“En ik ben de erfgenaam?”

“Ja.”

“Waarom?”

Laura pakte mijn hand.

“Omdat jouw biologische vader de laatste eigenaar was.”

Ik keek naar Victor.

“Victor?”

Laura schudde haar hoofd.

“Niet Victor.”

“Wie dan?”

Ze keek naar Hendrik.

“Hendrik?”

Ook niet.

Laura fluisterde:

“Jouw vader heette Alexander.”

Ik verstijfde.

“Wie is Alexander?”

Laura antwoordde:

“De man die iedereen dertig jaar geleden heeft vermoord.”

Ik voelde mijn hart bonzen.

“Maar ik heb hem nooit gekend.”

“Dat klopt.”

“Waarom?”

“Omdat Alexander wilde dat jij een normaal leven kreeg.”

Hendrik keek naar de grond.

“Ik heb gezworen je te beschermen.”

“En daarom heb je mij meegenomen?”

Hij knikte.

“Toen je moeder werd opgejaagd, nam ik jou mee.”

Ik keek hem aan.

“Maar je zei dat je mijn vader was.”

“Dat was de enige manier waarop ik je kon beschermen.”

“Waarom heb je nooit de waarheid verteld?”

“Omdat Victor je anders had gevonden.”

Sophie kwam naast mij staan.

“En nu weet hij het.”

Op dat moment ging de telefoon van Laura.

Ze keek naar het scherm.

Onbekend nummer.

Ze nam op.

Niemand sprak.

Toen hoorde ze een stem.

“Laura.”

Ze werd lijkbleek.

“Alexander…”

Ik keek haar aan.

“Wie is dat?”

Ze gaf de telefoon aan mij.

Ik hoorde ademhaling.

Toen zei de man:

“Thomas.”

Mijn bloed werd koud.

“Wie ben jij?”

“Je vader.”

Ik keek naar Laura.

Ze begon te huilen.

“Nee…”

De stem vervolgde:

“Je hebt lang genoeg gezocht.”

Ik kon nauwelijks praten.

“Je bent dood.”

Een korte stilte.

Toen lachte de man.

“Dat is wat ik wilde dat iedereen dacht.”

Hendrik greep de telefoon.

“Alexander!”

De stem werd koud.

“Jij hebt mijn zoon van mij gestolen.”

Hendrik antwoordde:

“Ik heb hem gered.”

“Je hebt hem verborgen.”

“Om hem in leven te houden.”

Alexander zei niets.

Toen:

“Breng hem naar het oude station.”

Hendrik keek naar mij.

“Niet doen.”

Ik vroeg:

“Waar is dat?”

Laura schudde haar hoofd.

“Thomas, ga niet.”

De stem vervolgde:

“Als je niet komt…”

Een pauze.

“…sterft Sophie.”

Ik hoorde een geluid op de achtergrond.

Een huilende vrouw.

Sophie keek geschrokken.

“Dat is niet mijn stem.”

Ik keek naar haar.

“Wie is het dan?”

Alexander antwoordde:

“Je hebt nog één uur.”

De verbinding werd verbroken.

Ik staarde naar mijn telefoon.

Sophie pakte mijn hand.

“Thomas…”

Ik keek naar haar.

“Ik ga.”

Laura schudde haar hoofd.

“Het is een val.”

“Dat weet ik.”

“Dan waarom?”

Ik keek naar Sophie.

“Omdat ik niet nog iemand ga verliezen.”

Hendrik pakte zijn jas.

“Ik ga met je mee.”

Ik schudde mijn hoofd.

“Nee.”

“Thomas…”

“Je hebt me dertig jaar beschermd.”

Ik keek hem recht aan.

“Nu bescherm ik jou.”

Sophie pakte een wapen.

“Ik ga ook.”

Laura keek haar aan.

“Jij blijft hier.”

Sophie schudde haar hoofd.

“Ik heb dertig jaar lang moeten vluchten.”

Ze keek naar mij.

“Vandaag niet meer.”

We verlieten het ziekenhuis via de tunnel.

Maar toen we buiten kwamen, stond er een zwarte auto te wachten.

De deur ging open.

Een man stapte uit.

Ik kende hem.

Jeroen.

Hij glimlachte.

“Je hebt precies gedaan wat ze wilden.”

Ik richtte mijn wapen op hem.

“Wie is ‘ze’?”

Jeroen antwoordde:

“De mensen die jouw vader hebben vermoord.”

“Alexander?”

Hij schudde zijn hoofd.

“Nee.”

“Wie dan?”

Jeroen keek naar Laura.

Toen naar mij.

“De persoon die al die jaren achter de schermen alles heeft bestuurd.”

Mijn hart sloeg sneller.

“Wie?”

Jeroen glimlachte.

“Je oma.”

Laura verstijfde.

“Dat kan niet.”

Jeroen antwoordde:

“Je hebt haar zelf begraven.”

Ik keek naar Laura.

Ze werd spierwit.

Jeroen stapte achteruit.

“En nu wil ze haar kleinzoon terug.”

Achter ons klonk plotseling een schot.

Jeroen viel op de grond.

Sophie trok mij naar beneden.

“Dekking!”

Laura keek naar het ziekenhuis.

“Ze zijn hier.”

Hendrik pakte zijn wapen.

“Wie?”

Laura fluisterde:

“De familie.”

Ik keek naar haar.

“Welke familie?”

Ze keek mij recht aan.

“De familie die ik dertig jaar geleden probeerde te ontvluchten.”

Toen kwamen er uit de duisternis meerdere mannen tevoorschijn.

En achter hen stond een oude vrouw.

Ze keek rechtstreeks naar mij.

En glimlachte.

“Mijn kleinzoon.”

Ik herkende haar gezicht.

Het stond op de enige oude foto die Laura ooit van haar moeder had bewaard.

Mijn grootmoeder.

De vrouw die volgens alle documenten al vijfentwintig jaar dood was.

Maar ze leefde.

En ze was hier gekomen voor mij.