News Story

Mijn vader stond in

0 weergaven

DEEL 15 — DE KOGEL

BANG!

De knal verscheurde de tunnel.

Ik voelde geen pijn.

Alleen een harde klap tegen mijn borst.

Ik viel achteruit.

“THOMAS!”

Sophie greep me vast.

Alexander stormde op Hendrik af.

Maar toen zag ik het.

Bloed.

Niet op mij.

Op Hendrik.

Hij stond nog steeds met zijn wapen in zijn hand.

Achter mij lag een man op de grond.

Jeroen.

Hij had zich tussen de kogel en mij geworpen.

Ik keek hem verbijsterd aan.

“Waarom?”

Jeroen ademde zwaar.

“Omdat…”

Hij hoestte.

“…je moeder me ooit vroeg je te beschermen.”

Laura keek naar hem.

“Jeroen…”

Hij glimlachte zwak.

“Je had gelijk.”

Daarna sloot hij zijn ogen.

Gerard keek naar hem.

“Verrader.”

Alexander richtte zijn wapen op Gerard.

“Dit eindigt hier.”

Gerard lachte.

“Nee.”

Hij drukte op een knop.

Een rood lampje begon te knipperen.

10:00

Ik keek naar het scherm.

“Wat is dat?”

Gerard antwoordde:

“Een bom.”

Sophie verstijfde.

“Hoeveel tijd?”

“Tien minuten.”

Alexander keek naar de tunnel.

“Alle deuren zijn vergrendeld.”

Gerard glimlachte.

“Precies.”

Hij draaide zich om en liep weg.

Alexander schreeuwde:

“GERARD!”

Maar een metalen deur sloot zich tussen hen.

KLIK.

We waren opgesloten.

Ik keek naar het scherm.

09:31

“Er moet een uitgang zijn.”

Laura knikte.

“Er is er één.”

“Waar?”

Ze wees naar de muur.

“Onder het oude perron.”

Hendrik keek haar aan.

“Die tunnel is afgesloten.”

“Niet voor mij.”

Ze liep naar een paneel.

Ze drukte drie keer op een verborgen knop.

Een gedeelte van de muur schoof open.

Daarachter lag een smalle doorgang.

Sophie hielp Jeroen overeind.

“Hij leeft nog.”

“Dan nemen we hem mee.”

Hendrik keek naar mij.

“Thomas…”

“Wat?”

“Ga.”

“Niet zonder jou.”

Hij glimlachte.

“Je bent eindelijk mijn zoon geworden.”

Ik begreep wat hij bedoelde.

“Je gaat niet achterblijven.”

Hij knikte.

“Goed.”

We renden de tunnel in.

08:02

Achter ons klonk een zware explosie.

De grond trilde.

Stof viel van het plafond.

Laura schreeuwde:

“Sneller!”

We bereikten een metalen deur.

Gesloten.

Ik pakte de sleutel van Hendrik.

Ik stak hem in het slot.

Niets.

Sophie keek naar de deur.

“Probeer de andere kant.”

“Welke andere kant?”

Ze wees naar een klein paneel.

“Je hebt twee erfgenamen nodig.”

Ik legde mijn hand erop.

Sophie deed hetzelfde.

Het slot klikte.

De deur ging open.

We kwamen uit in een oude opslagruimte onder het station.

Ik keek achter ons.

De tunnel begon te vullen met rook.

05:47

Hendrik zakte op zijn knieën.

Ik greep hem vast.

“Pap!”

Hij keek mij aan.

“Laat me.”

“Nee.”

“Thomas…”

“Ik laat je niet achter.”

Hij glimlachte.

“Dat zei ik vroeger ook tegen jou.”

Ik voelde tranen in mijn ogen.

“Je hebt tegen me gelogen.”

“Ja.”

“Maar je hebt me gered.”

“Ja.”

“Waarom?”

Hendrik keek naar Laura.

“Omdat ik je vader een belofte heb gedaan.”

Ik keek naar Alexander.

“Welke belofte?”

Alexander antwoordde:

“Dat hij jou zou beschermen als ik ooit faalde.”

Hendrik knikte.

“En ik heb gefaald.”

Alexander liep naar hem toe.

“Je hebt dertig jaar lang je leven opgeofferd.”

Hendrik keek hem aan.

“Voor jouw zoon.”

Alexander legde zijn hand op zijn schouder.

“Dank je.”

Ik voelde mijn keel dichtknijpen.

Maar toen klonk er een stem achter ons.

“Wat ontroerend.”

Gerard.

Hij stond bovenaan de trap.

Ik dacht dat hij was weggegaan.

Hij had een nieuw wapen in zijn hand.

“Jullie zijn echt slecht in afscheid nemen.”

Alexander trok zijn wapen.

Gerard richtte op mij.

“Laat het zakken.”

Alexander gehoorzaamde.

Gerard keek naar mij.

“Je weet nog steeds niet waarom jij bestaat.”

“Wat bedoel je?”

“Je bent niet geboren om erfgenaam te worden.”

“Waarom dan?”

Gerard glimlachte.

“Omdat je de sleutel bent tot een rekening die niemand kan openen.”

Sophie stapte naar voren.

“Welke rekening?”

Gerard keek naar haar.

“De rekening waarop al het geld van het imperium staat.”

“Hoeveel?”

“Meer dan twintig miljard.”

Ik keek naar hem.

“En waarom kan ik hem openen?”

“Omdat je DNA is gekoppeld aan de oorspronkelijke eigenaar.”

“Mijn vader?”

“Nee.”

Hij keek naar Laura.

“Je moeder.”

Laura werd bleek.

“Dat geld is niet van mij.”

“Dat weet ik.”

Gerard glimlachte.

“Het geld is van haar vader.”

Ik keek naar Laura.

“Wie was jouw vader?”

Laura zweeg.

Gerard antwoordde:

“De oprichter.”

Ik voelde mijn hart bonzen.

“Wie?”

Gerard keek naar Maria.

Mijn grootmoeder.

“Zij weet het.”

Maria deed een stap naar voren.

“Genoeg.”

Gerard lachte.

“Vertel hem.”

Maria keek mij aan.

“Je overgrootvader heeft het imperium opgericht.”

“En?”

“Hij had twee kinderen.”

Ik keek naar Laura.

“Jij en?”

Maria antwoordde:

“Victor.”

Ik begreep het.

“Dus Victor en Laura zijn broer en zus.”

“Ja.”

“En Sophie?”

“De dochter van Victor.”

Ik keek naar Sophie.

“En ik?”

Maria sloot haar ogen.

“De zoon van Laura.”

Ik knikte.

“Dat wist ik al.”

Maria schudde haar hoofd.

“Nee.”

Ze keek mij recht aan.

“Je bent niet alleen haar zoon.”

“Wat dan?”

“Je bent de enige rechtmatige eigenaar.”

Gerard schoot plotseling.

Alexander duwde mij opzij.

De kogel raakte hem in zijn schouder.

“PAP!”

Alexander viel.

Laura schreeuwde.

Sophie trok mij naar achteren.

Gerard rende weg.

Ik wilde achter hem aan.

Maar Alexander pakte mijn hand.

“Niet doen.”

“Hij schoot je.”

“Dat is niet belangrijk.”

“Wat dan?”

Alexander keek mij recht aan.

“De kluis.”

“Welke kluis?”

“De laatste.”

“Waar?”

“Onder het familiegraf.”

Ik verstijfde.

“Welk graf?”

Alexander antwoordde:

“Dat van jouw grootvader.”

Maria keek geschrokken.

“Hij weet ervan.”

Alexander knikte.

“Hij moet het weten.”

Ik keek naar Maria.

“Wat ligt daar?”

Ze antwoordde niet.

Alexander fluisterde:

“Het bewijs dat jouw familie de afgelopen dertig jaar heeft gelogen.”

Het scherm van de bom piepte.

02:00

We hadden nog twee minuten.

Ik pakte Sophie bij de hand.

“We gaan.”

Laura keek naar Alexander.

“En jij?”

Hij stond moeizaam op.

“Ik kom mee.”

Hendrik pakte zijn wapen.

“Ik ook.”

We renden naar de uitgang.

Achter ons begon de tunnel te trillen.

01:12

We bereikten het oude perron.

Een auto stond klaar.

Maar voordat we konden instappen, verscheen Maria.

Ze hield een oude envelop vast.

“Thomas!”

Ik stopte.

“Wat?”

Ze gooide de envelop naar mij.

“Lees dit pas als je bij het graf bent.”

“Waarom?”

“Omdat je daar eindelijk zult begrijpen waarom je moeder je moest verbergen.”

Ik pakte de envelop.

Toen ontplofte de tunnel achter ons.

BOEM!

Vuur en rook vulden de ruimte.

Iedereen werd tegen de grond geslingerd.

Toen ik mijn ogen opende, zag ik Laura.

Sophie.

Hendrik.

Alexander.

Ze leefden.

Maar Maria was verdwenen.

En Gerard ook.

Ik stond langzaam op.

Mijn telefoon trilde.

Een bericht.

Van een onbekend nummer.

“Je hebt nog één waarheid te ontdekken.”

Daaronder stond een foto.

Een graf.

Op de steen stond:

ALEXANDER DE VRIES 1968 — 1996

Ik keek naar Alexander, die naast mij stond.

Mijn bloed werd koud.

Hij keek naar de foto.

Toen fluisterde hij:

“Dat is niet mijn graf.”

Ik draaide de foto om.

Op de achterkant stond:

“Het graf is leeg.”

En daaronder:

“Omdat degene die erin had moeten liggen nog steeds leeft.”

Alexander keek mij aan.

“Thomas…”

“Wat?”

Hij wees naar de naam op de grafsteen.

“Dat is niet mijn naam.”

Ik keek beter.

Onder de naam stond een tweede naam, bijna onzichtbaar.

HENDRIK DE VRIES.

Ik draaide me langzaam om.

Hendrik stond achter ons.

Zijn gezicht was lijkbleek.

Hij wist precies wat die naam betekende.

“Pap…”

Hij zei niets.

Toen viel zijn wapen uit zijn hand.

En voor het eerst zag ik echte angst in zijn ogen.