News Story

Mijn vader stond in

0 weergaven

DEEL 8

"Sophie!"

Ik ving haar op voordat ze op de grond viel.

Bloed sijpelde door haar jas.

"Bel een ambulance!"

Eva had haar telefoon al in haar hand.

"Blijf bij haar!"

Ik drukte mijn hand tegen de wond.

Sophie opende haar ogen.

"Thomas..."

"Ik ben hier."

"Ga niet naar mijn vader."

"Waarom?"

Ze probeerde adem te halen.

"Hij liegt..."

"Wie liegt?"

"Victor."

Toen zakte ze weg.

De sirenes kwamen enkele minuten later.

Voor mij voelde het als uren.

De ambulancebroeders namen Sophie mee.

Ik wilde instappen, maar Eva hield me tegen.

"Je moet naar het ziekenhuis."

"Ik ga mee."

"Nee."

"Waarom niet?"

"Omdat je vader nog steeds in het ziekenhuis ligt. En omdat iemand zojuist geprobeerd heeft Sophie te vermoorden."

Ik keek naar de straat.

De auto was verdwenen.

Maar de schutter had één fout gemaakt.

Hij had de verkeerde persoon geraakt.

Sophie wist iets.

Iets wat iedereen probeerde te verbergen.

* * *

In het ziekenhuis liep ik rechtstreeks naar de intensive care.

Mijn vader was wakker.

Hij keek me aan.

"Waar is Sophie?"

"Ze is neergeschoten."

Zijn gezicht werd wit.

"Door wie?"

"Dat weet ik niet."

Hij sloot zijn ogen.

"Gerard."

Ik verstijfde.

"Ken je hem?"

"Ja."

"Wie is hij?"

Mijn vader keek naar Eva.

"Nu is er geen tijd meer om te zwijgen."

Ik ging naast zijn bed zitten.

"Vertel me alles."

Hij ademde diep.

"Gerard Vos werkte vroeger voor Victor."

"Als wat?"

"Als chauffeur."

"Dat klinkt niet als iemand die een heel netwerk bestuurt."

"Dat deed hij ook niet."

"Wat deed hij dan?"

"Hij voerde opdrachten uit."

"Welke opdrachten?"

Mijn vader keek me recht aan.

"De gevaarlijke."

Ik voelde een koude rilling.

"Was hij erbij toen mijn moeder verdween?"

"Ja."

"En Maria?"

"Ja."

"En Victor?"

"Ook."

"Wie heeft haar meegenomen?"

Mijn vader zweeg.

"Pap."

Hij pakte mijn hand.

"Je moeder was niet dood."

Ik voelde mijn hart overslaan.

"Dat zei Sophie ook."

"Ze leefde."

"Waar is ze?"

"Dat weet ik niet."

"Maar je hebt haar gezien."

"Een keer."

"Wanneer?"

"Vier jaar geleden."

Mijn hart bonkte.

"Waar?"

"Utrecht."

"Waarom heb je mij niets verteld?"

"Omdat ze niet wilde dat je haar vond."

"Waarom?"

Mijn vader keek naar de deur.

"Omdat ze wist dat ze gevolgd werd."

"Door wie?"

"Gerard."

Ik stond op.

"Waar is ze nu?"

"Dat weet ik niet."

"Pap!"

Hij begon te hoesten.

De monitor piepte sneller.

Ik ging weer zitten.

"Rustig."

Hij pakte mijn arm.

"Luister naar me."

"Ja."

"De vrouw die jij je hele leven als je moeder hebt gezien..."

Ik fronste.

"Wat?"

"Haar identiteit..."

Hij slikte.

"...was nooit echt."

Ik voelde mijn lichaam verstijven.

"Wat bedoel je?"

"Je bent opgevoed door mij. Maar de vrouw die in jouw officiële dossier als je moeder stond..."

Hij stopte.

"Wie was zij?"

"Een verzonnen persoon."

"Waarom?"

"Omdat we je biologische moeder moesten verbergen."

"Maar waarom?"

"Omdat jouw biologische moeder getuige was."

"Waarvan?"

"Van een moord."

Ik keek naar Eva.

"Welke moord?"

Mijn vader fluisterde:

"Die van haar eigen broer."

"Victor?"

Hij knikte.

"Victor werd niet vermoord."

"Maar iedereen dacht..."

"Dat was de bedoeling."

"Waarom?"

"Omdat Gerard zijn identiteit wilde gebruiken."

Ik begreep het niet.

Mijn vader vervolgde:

"Gerard liet iedereen geloven dat Victor dood was. Daarna gebruikte hij Victor als zondebok voor alle misdaden."

Ik voelde een rilling.

"Maar waarom leeft Victor dan nog?"

"Omdat Victor en Gerard samenwerkten."

"En mijn moeder?"

"Laura ontdekte dat ze van plan waren geld weg te sluizen."

"Hoeveel?"

"Miljarden."

Ik staarde hem aan.

"Daarom moest ze verdwijnen."

"Ja."

"En jij?"

"Ik hielp haar ontsnappen."

"Maar je zei dat ze jou verraden had."

"Dat zei Maria."

"Waarom?"

"Omdat Maria geld kreeg."

"Van Gerard?"

Mijn vader knikte.

"Maar Maria was niet de enige."

"Wie nog meer?"

Mijn vader keek naar mij.

"Sophie."

Ik voelde mijn hart breken.

"Mijn vrouw?"

"Ze was een kind. Ze werd gebruikt."

"Maar ze heeft me bespioneerd."

"Ja."

"Ze heeft tegen me gelogen."

"Ja."

"Waarom zou ik haar dan vertrouwen?"

Mijn vader keek me ernstig aan.

"Omdat ze uiteindelijk voor jou heeft gekozen."

Ik zweeg.

"Ze heeft mij het geld teruggegeven."

"Welke €1.200?"

"Ja."

"Waarom?"

"Om Jeroen te betalen."

"Om mijn moeder te vinden?"

"Ja."

Ik dacht aan Sophie.

Aan haar gezicht.

Aan de angst in haar ogen.

Misschien had ze niet alles gedaan uit verraad.

Misschien had ze geprobeerd haar eigen familie te ontvluchten.

Mijn vader keek me aan.

"Er is nog iets."

"Wat?"

"De persoon die achter Gerard zit..."

Hij stopte.

Ik wachtte.

"Het is iemand die jij goed kent."

"Wie?"

Mijn vader wees naar mijn telefoon.

"Bel Sophie."

"Ze is bewusteloos."

"Bel haar telefoon."

Ik begreep het niet.

Maar ik deed het.

De telefoon ging over.

Eén keer.

Twee keer.

Toen werd er opgenomen.

Ik hoorde geen stem.

Alleen ademhaling.

"Hallo?"

Een mannenstem antwoordde.

"Je vader heeft het je eindelijk verteld."

Ik verstijfde.

"Wie ben je?"

"Je hebt me vanochtend al ontmoet."

Mijn bloed werd koud.

"Victor?"

"Nee."

"Gerard?"

"Ook niet."

Ik keek naar Eva.

Ze hoorde het gesprek.

De stem vervolgde:

"Je hebt mij je hele leven papa genoemd."

Mijn adem stokte.

"Dat is onmogelijk."

"Dat zei Hendrik ook."

Ik kon nauwelijks praten.

"Wie ben je?"

De man lachte.

"Ik ben de man die jou heeft opgevoed."

Mijn hart stopte.

"Mijn vader?"

"Ja."

Ik keek naar Hendrik.

Maar mijn vader lag nog steeds voor mij.

Zijn ogen waren gesloten.

De stem ging verder:

"De man in dat ziekenhuis is niet je vader."

Ik keek naar het bed.

"Wie is hij dan?"

"Een man die jouw echte vader heeft geholpen."

Ik voelde duizeligheid.

"Waar is mijn biologische vader?"

Een lange stilte.

Toen:

"Je kijkt naar hem."

Ik keek naar Hendrik.

Zijn ogen gingen langzaam open.

Hij keek me recht aan.

En fluisterde:

"Thomas..."

De telefoon viel uit mijn hand.

Ik keek naar hem.

"Wie ben jij?"

Hij huilde.

Voor het eerst in mijn leven zag ik mijn vader huilen.

"Ik ben Hendrik."

"Dat weet ik."

"Maar ik ben niet je biologische vader."

Ik voelde mijn hele wereld instorten.

"Wie is mijn vader?"

Hij sloot zijn ogen.

"Victor."

Ik schudde mijn hoofd.

"Victor zegt dat hij mijn vader is."

"Dat klopt."

"Maar Gerard zegt..."

"Gerard liegt."

"En Sophie?"

"Zij is je zus."

Ik verstijfde.

"Wat?"

Hendrik huilde zacht.

"Victor is haar biologische vader."

"En mijn moeder?"

"Laura."

"Dan kan Sophie niet mijn zus zijn."

"Niet biologisch."

Ik begreep niets meer.

Hendrik pakte mijn hand.

"Er is maar één ding dat je nog moet weten."

"Wat?"

"De vrouw die jij je hele leven als je moeder hebt gekend..."

Hij stopte.

"Ze was niet je moeder."

"Wie was ze?"

Hendrik keek naar de deur.

Daar stond een vrouw.

Ouder.

Bleek.

Met tranen in haar ogen.

Ik kende haar gezicht.

Ik had het vier jaar geleden op een foto gezien.

Mijn hart sloeg over.

"Laura..."

Ze knikte.

"Mijn zoon."

Ik kon niet bewegen.

Mijn moeder leefde.

Dertig jaar lang had ik gedacht dat ze dood was.

En nu stond ze voor mij.

Maar achter haar verscheen Victor.

Hij keek naar Hendrik.

Toen naar mij.

En zei:

"Nu je eindelijk weet wie je bent, moet je ook weten waarom je dertig jaar geleden bent weggehaald."

Ik keek hem aan.

"Waarom?"

Victor antwoordde:

"Omdat jij niet zomaar mijn zoon bent."

Hij keek naar Laura.

Toen naar Hendrik.

"Jij bent de enige erfgenaam van het imperium dat wij allemaal probeerden te begraven."

Ik voelde mijn hart bonzen.

"Wel imperium?"

Victor glimlachte bitter.

"Een imperium dat vandaag nog steeds miljarden waard is."

Laura pakte mijn hand.

"En daarom proberen ze je nog steeds te vermoorden."

Op dat moment gingen alle lichten in de gang uit.

Een seconde later klonk er een schot.

Daarna nog één.

En vanuit de donkere gang klonk een bekende stem:

"Thomas!"

Ik herkende hem onmiddellijk.

Sophie.

Ze was uit haar kamer ontsnapt.

"REN!"

Ik pakte mijn moeder vast.

Eva trok de deur dicht.

Hendrik keek me aan.

"Nu begint het echte gevecht."

En buiten klonken voetstappen.

Steeds dichterbij.

Toen fluisterde Victor:

"Ze hebben ons gevonden."

EINDE.