News Story

Mijn vader stond in

0 weergaven

DEEL 7

De stilte in de auto was ondraaglijk.

Ik zat naast Eva terwijl we door de donkere straten van Rotterdam reden.

Mijn telefoon lag tussen ons in.

Sophie had niet meer gereageerd.

Mijn vader lag nog steeds op de intensive care.

En ergens achter ons bevond zich een groep mensen die volgens mijn vader al dertig jaar bezig was met het begraven van dezelfde waarheid.

"Waar gaan we heen?" vroeg ik.

Eva keek strak naar de weg.

"Naar een plek waar je vader dertig jaar geleden een deel van zijn administratie heeft verborgen."

"Waar?"

"Een oude opslagloods in Schiedam."

"Waarom wist ik daar niets van?"

"Omdat hij niet wilde dat jij het wist."

Ik keek uit het raam.

"Mijn hele leven blijkt gebaseerd te zijn op geheimen."

Eva zweeg.

Na enkele minuten stopte ze voor een verlaten industrieterrein.

Een oud hek hing scheef.

Achter het hek stond een vervallen loods.

"Hier?"

"Ja."

We stapten uit.

De regen was opgehouden, maar de grond was nat.

Eva haalde een sleutel uit haar tas.

"Van wie?"

"Je vader."

Ze opende de deur.

Binnen rook het naar stof, olie en oud hout.

Ik zette mijn telefoon als zaklamp aan.

Aan de achterkant stonden tientallen metalen kasten.

Eva liep rechtstreeks naar één ervan.

Ze haalde een map tevoorschijn.

Op de voorkant stond:

THOMAS — NIET OPENEN VOOR 2026.

Mijn hart sloeg sneller.

"Waarom 2026?"

Eva keek me aan.

"Omdat je vader wist dat de waarheid op een dag niet meer verborgen kon blijven."

Ik opende de map.

Binnenin zaten foto's.

Krantenknipsels.

Bankafschriften.

En een oud contract.

Ik pakte het eerste document.

Mijn ogen werden groot.

Het was een overeenkomst tussen Victor Vermeer en een vastgoedbedrijf.

Maar onderaan stond een derde handtekening.

Sophie Vermeer.

"Ze was toen nog een kind," zei ik.

"Dit document is later opgesteld," zei Eva.

"Wanneer?"

"Zes jaar geleden."

Ik voelde mijn maag samentrekken.

"Toen we elkaar al kenden."

Eva knikte.

"Precies."

Ik bladerde verder.

Er zat een lijst in.

Namen.

Data.

Bedragen.

En bij elke naam stond dezelfde code:

PROJECT 417.

"Wat is Project 417?"

Eva pakte het document.

"Ik weet het niet."

Toen hoorde ik een geluid.

Een deur die achter ons dichtviel.

We draaiden ons om.

"Wie is daar?"

Geen antwoord.

Eva pakte haar telefoon.

"Er is iemand binnen."

Ik liep voorzichtig tussen de kasten door.

Toen zag ik een schaduw.

"Laat je zien!"

De persoon stapte langzaam naar voren.

Sophie.

Ik verstijfde.

"Wat doe jij hier?"

Ze keek naar mij.

"Ik moest je vinden."

"Je hebt me zeven jaar lang voorgelogen."

"Ik weet het."

"Je wist dat ik geadopteerd was."

"Ja."

"Je wist dat Victor leefde."

"Ja."

"En je wist wie mijn moeder was."

Sophie begon te huilen.

"Niet alles."

"Dat maakt het niet beter."

Ze kwam dichterbij.

"Thomas, luister alsjeblieft."

"Nee."

"Alsjeblieft."

"Mijn vader ligt in het ziekenhuis door alles wat jij en je familie hebben veroorzaakt."

"Nee!"

Ze schudde haar hoofd.

"Jouw vader heeft zichzelf bijna opgeofferd om jou te beschermen."

"Waartegen?"

Ze keek naar Eva.

"Jij hebt hem de bankgegevens laten zien?"

Eva knikte.

Sophie sloot haar ogen.

"Dan is er geen tijd meer."

"Waarvoor?"

Ze keek naar mij.

"Om je te vertellen wie je moeder werkelijk heeft vermoord."

Mijn lichaam verstijfde.

"Wat?"

Sophie haalde een oude foto uit haar jas.

Daarop stonden mijn moeder, Victor en Maria.

Maar achter hen stond nog iemand.

Een jonge vrouw.

Ik herkende haar.

Mijn adem stokte.

"Dat is..."

Sophie knikte.

"Mijn moeder."

Ik keek naar de foto.

"Waarom staat zij erbij?"

"Omdat zij degene was die jouw moeder naar de afspraak heeft gelokt."

"Maar Maria zei..."

"Maria loog."

Eva stapte naar voren.

"Waarom?"

Sophie keek naar mij.

"Omdat Maria geld kreeg."

"Van wie?"

"Van mijn vader."

Ik voelde mijn hartslag versnellen.

"Maar mijn vader zei dat Maria betaald werd door iemand anders."

Sophie knikte.

"Dat klopt."

"Wie?"

Ze keek naar de donkere hoek van de loods.

"De persoon die werkelijk achter alles zit."

Een stem klonk achter ons.

"Ze is eindelijk verstandig geworden."

Ik draaide me om.

Een man kwam langzaam uit de schaduw.

Ik herkende hem meteen.

De man die ik eerder bij het huis had gezien.

Maar nu zag ik iets anders.

Een klein litteken boven zijn rechterwenkbrauw.

Mijn vader had ooit gezegd dat de man die mijn moeder bedreigde precies zo'n litteken had.

"Wie bent u?"

Hij glimlachte.

"Mijn naam is Gerard Vos."

Eva verstijfde.

"Dat kan niet."

Gerard keek haar aan.

"U kent mij?"

"U bent officieel overleden."

Hij lachte.

"Blijkbaar zijn we met velen."

Ik voelde mijn maag omdraaien.

"Wat wilt u?"

"Wat ik dertig jaar geleden wilde."

"Wat?"

"Controle."

Hij wees naar de map.

"Je vader had iets gevonden wat nooit openbaar mocht worden."

"Wat?"

"Bewijs van een enorm financieel netwerk."

Hij keek naar Sophie.

"Je schoonvader maakte er deel van uit."

Ik keek hem aan.

"Mijn schoonvader?"

"Victor."

"Maar waarom zou mijn vader daar iets mee te maken hebben?"

"Omdat Hendrik een document had."

"Welke?"

Gerard glimlachte.

"Het originele eigendomsregister van Project 417."

Ik keek naar Eva.

Ze werd bleek.

"Wat staat daarin?"

"De namen van iedereen die dertig jaar geleden geld ontving."

"En?"

Gerard keek naar mij.

"Ook de naam van de man die jouw moeder liet vermoorden."

Mijn hart sloeg een slag over.

"Wie?"

Gerard antwoordde niet.

In plaats daarvan haalde hij een telefoon uit zijn zak.

Hij drukte op een knop.

Mijn telefoon ging onmiddellijk.

Ik keek naar het scherm.

Erasmus MC.

Ik nam op.

Een verpleegkundige huilde bijna.

"Thomas..."

"Wat is er?"

"Uw vader is wakker."

Ik haalde opgelucht adem.

"Kan ik met hem praten?"

"Ja."

"Geef hem de telefoon."

Er volgde een stilte.

Toen hoorde ik de zwakke stem van mijn vader.

"Thomas..."

"Pap!"

"Luister..."

Zijn ademhaling was zwaar.

"Je moet naar huis."

"Waarom?"

"Ze zijn daar."

"Wie?"

"De persoon die je zoekt."

Mijn hart bonsde.

"Wie is het?"

Mijn vader fluisterde:

"Je moeder is niet vermoord door Victor."

Ik keek naar Gerard.

Hij glimlachte.

Mijn vader vervolgde:

"Ze is vermoord door..."

De verbinding viel weg.

"Pap?"

Geen antwoord.

"Pap!"

Ik keek naar de telefoon.

Toen naar Sophie.

Toen naar Gerard.

"Wie heeft mijn moeder vermoord?"

Gerard keek naar Sophie.

Sophie begon te huilen.

En toen zei Gerard rustig:

"Vraag het aan je vrouw."

Ik draaide me naar Sophie.

"Wat weet jij?"

Ze schudde haar hoofd.

"Thomas..."

"Wat weet jij?"

Ze keek me recht aan.

"Ik was erbij."

Mijn hart stopte.

"Waarbij?"

"De nacht dat je moeder stierf."

Ik kon nauwelijks ademen.

Sophie zette een stap naar voren.

"Maar ik was toen nog maar een kind."

"Hoe oud?"

"Zes."

Ik keek haar aan.

"Zes jaar..."

Ze knikte.

"Ik zag wie haar neerschoot."

"Wie?"

Sophie keek naar Gerard.

Toen naar mij.

"Jouw vader."

Ik voelde mijn hele wereld instorten.

"Dat is onmogelijk."

Sophie huilde.

"Ik heb hem die nacht gezien."

Ik schudde mijn hoofd.

"Mijn vader zou mijn moeder nooit vermoorden."

"Dat dacht ik ook."

"Waarom zei hij dan dat hij haar wilde beschermen?"

"Omdat hij niet de schutter was."

"Wat bedoel je?"

Sophie haalde diep adem.

"Je vader stond naast haar toen ze werd neergeschoten."

"Wie schoot dan?"

Ze keek naar mij.

"De persoon die achter hem stond."

Ik hoorde de regen opnieuw tegen het dak tikken.

Sophie fluisterde:

"Mijn moeder."

Ik keek naar Gerard.

Hij glimlachte niet meer.

Toen ging plotseling de deur van de loods open.

Een agent stormde naar binnen.

"Niemand bewegen!"

Achter hem verschenen meerdere politieagenten.

Maar de eerste agent keek niet naar Gerard.

Hij keek rechtstreeks naar mij.

"Thomas van Dijk?"

"Ja."

"U bent aangehouden."

"Waarvoor?"

Hij trok zijn handboeien tevoorschijn.

"Voor de moord op Laura Vermeer."

Mijn bloed stolde.

"Wat?"

De agent draaide het papier om.

Er stond een datum op.

23 oktober 1996.

De datum van mijn geboorte.

En onderaan stond mijn naam.

Thomas Vermeer.