News Story

Mijn vader stond in

0 weergaven

DEEL 6

Ik kon nauwelijks ademhalen.

De woorden van mijn vader bleven door mijn hoofd gaan.

“De persoon die Sophie heeft gestuurd om met jou te trouwen.”

Ik keek naar Eva.

"Wie is dat?"

Ze antwoordde niet.

Mijn telefoon lag nog steeds in mijn hand.

Het bericht van Sophie stond op het scherm:

De mensen die je vader dertig jaar geleden probeerde te ontvluchten.

"Eva..."

"Ja?"

"Wie zijn die mensen?"

Ze keek om zich heen voordat ze zacht antwoordde:

"Dat weet ik niet zeker."

"Je weet iets."

"Ik heb vermoedens."

"Dan wil ik ze horen."

Ze haalde diep adem.

"Er bestaat al tientallen jaren een netwerk van vastgoedbedrijven, tussenpersonen en stromannen. Uw vader kwam er toevallig mee in aanraking toen hij voor een bouwbedrijf werkte."

"En Victor?"

"Victor zat er middenin."

"Waarom zou mijn vader daarmee te maken hebben?"

"Omdat hij op een dag iets zag wat hij nooit had mogen zien."

"Wat?"

"Een betaling."

"Welke betaling?"

"Een betaling voor een gebouw dat officieel nooit heeft bestaan."

Ik fronste.

"Dat begrijp ik niet."

"Dat hoeft ook niet."

Ze keek naar de deur van de intensive care.

"Uw vader heeft dertig jaar geleden documenten meegenomen."

"En daardoor moest ik verdwijnen?"

"Ja."

Ik dacht aan de oude foto's.

Aan de naam Thomas Vermeer.

Aan mijn moeder.

Aan Sophie.

Alles leek met elkaar verbonden.

Maar één ding bleef me dwarszitten.

"Waarom vroeg mijn vader mij om €1.200?"

Eva keek me aan.

"Daar ben ik achter gekomen."

Ze haalde haar telefoon tevoorschijn.

"Uw vader heeft gisteren een betaling gedaan."

"Waarheen?"

"Naar een privérekening."

"Van wie?"

Ze liet me het scherm zien.

Ik voelde mijn maag samenknijpen.

Sophie Vermeer.

"Waarom zou mijn vader geld aan Sophie geven?"

"Dat is precies wat ik probeer uit te zoeken."

"Hoeveel?"

"€1.200."

Ik staarde naar het bedrag.

Hetzelfde bedrag dat mijn vader bij mij had geleend.

Hij had het geld dus niet nodig voor medische onderzoeken.

Hij had het aan Sophie gegeven.

Maar waarom?

Mijn telefoon trilde.

Een bericht.

Van Sophie.

Thomas, ik moet je spreken. Alleen.

Ik typte:

Waar?

Het antwoord kwam onmiddellijk.

Onder de Erasmusbrug. Over twintig minuten.

Ik keek naar Eva.

"Ik ga."

"Dat is geen goed idee."

"Ik moet weten wat ze weet."

"Ga niet alleen."

"Als ze iets met mijn vader te maken heeft..."

Eva pakte haar jas.

"Dan ga ik mee."

* * *

Twintig minuten later stond ik onder de Erasmusbrug.

De Maas lag donker onder ons.

De wind was koud.

Sophie stond enkele meters verderop.

Ze zag er anders uit.

Niet als de vrouw die ik kende.

Niet als mijn vrouw.

Ze leek uitgeput.

Toen ze mij zag, liep ze langzaam naar me toe.

"Je vader heeft je verteld over Victor."

"Ja."

"En over mijn vader?"

"Ja."

Ze sloot haar ogen.

"Dan weet je nog steeds maar de helft."

"Vertel me alles."

Ze keek naar Eva.

"Zij mag niet luisteren."

"Eva blijft."

Sophie zuchtte.

"Goed."

Ze haalde een kleine envelop uit haar jas.

"Mijn vader gaf me dit zes jaar geleden."

Ik pakte hem aan.

"Waarom?"

"Omdat hij wist dat ik jou ooit zou ontmoeten."

Mijn hart sloeg sneller.

"Wat staat erin?"

"Ik heb hem nooit geopend."

"Waarom niet?"

"Omdat ik bang was."

"Voor je vader?"

"Voor de waarheid."

Ik keek naar de envelop.

"En nu?"

"Nu moet jij hem openen."

Ik scheurde hem open.

Er zat één vel papier in.

Een naam.

Hendrik van Dijk.

Daaronder:

Hij weet waar Laura is.

Ik keek naar Sophie.

"Wat betekent dit?"

"Mijn vader beweerde dat jouw vader wist dat je moeder nog leefde."

Ik voelde mijn adem stoppen.

"Mijn moeder leefde?"

"Misschien."

"Wanneer?"

"Jaren nadat iedereen dacht dat ze dood was."

Ik keek naar Eva.

"Dat kan niet."

Eva keek naar het papier.

"Het kan wel."

Sophie begon te huilen.

"Mijn vader heeft me altijd verteld dat Hendrik jouw moeder heeft verraden."

"En geloofde je hem?"

"Toen wel."

"Maar nu niet meer."

Ze schudde haar hoofd.

"Nee."

"Waarom?"

"Omdat ik drie jaar geleden iets ontdekte."

"Wat?"

Ze haalde haar telefoon tevoorschijn.

Daarop stond een foto.

Ik keek ernaar.

Mijn hart stopte.

Op de foto stond een vrouw.

Ouder.

Misschien rond de zestig.

Maar haar ogen...

Ik kende die ogen.

Ik had ze gezien in mijn eigen spiegel.

"Is dit..."

"Je moeder."

Ik voelde mijn knieën slap worden.

"Waar is deze foto genomen?"

"Utrecht."

"Wanneer?"

"Vier jaar geleden."

Ik keek haar aan.

"Waarom heb je me dit nooit verteld?"

"Omdat ik niet wist of ze werkelijk je moeder was."

"Maar je wist het!"

"Ik had een vermoeden."

"Je had mij moeten vertellen dat ze misschien leefde!"

"Dat wilde ik."

"Wanneer?"

Ze keek naar mij.

"Toen ik besefte dat mijn vader mij gebruikte."

"Waarvoor?"

"Om jou in de gaten te houden."

Ik voelde mijn maag omdraaien.

"Mijn hele huwelijk..."

"Ik weet het."

"Was je met me getrouwd om mij te bespioneren?"

Ze huilde.

"In het begin..."

Ik keek haar geschokt aan.

"Wat betekent dat?"

"Ik kreeg opdracht om dicht bij je te komen."

"Van Victor?"

Ze knikte.

"Maar later werd het anders."

"Wanneer?"

"Toen ik echt van je begon te houden."

Ik lachte bitter.

"Dat maakt het niet beter."

"Ik weet het."

"Waarom heb je me dan niet verlaten?"

"Omdat ik bang was dat ze je zouden vermoorden."

"Wie?"

"De mensen achter mijn vader."

Eva stapte naar voren.

"Wie zijn dat?"

Sophie keek haar aan.

"Een groep investeerders."

"Dat weten we."

"Nee."

Ze schudde haar hoofd.

"Jullie begrijpen niet wie ze zijn."

Ze keek naar mij.

"Ze zitten in banken."

"Welke banken?"

"Meerdere."

"Dat is niet genoeg."

"Ze zitten ook in de politiek."

Eva keek ernstig.

"Dat is een zware beschuldiging."

"Ik heb documenten."

"Waar?"

"Bij mijn vader."

"Victor?"

"Ja."

"Maar hij is hier."

"Niet alles is bij hem."

Sophie pakte mijn hand.

Ik trok mijn hand terug.

Ze keek naar me.

"Er is nog iets."

"Wat?"

"Je vader heeft je €1.200 niet geleend."

"Dat weet ik."

"Nee, Thomas."

Ze keek me recht aan.

"Hij heeft het geld gebruikt om iemand te betalen die weet waar je moeder is."

Mijn hart bonsde.

"Wie?"

"Een voormalig politieagent."

"Naam?"

"Jeroen Meijer."

Eva verstijfde.

"Ken jij hem?"

"Ja."

"Waar is hij?"

Sophie keek naar de Maas.

"Op weg hierheen."

Op dat moment stopte een zwarte bestelwagen aan de overkant.

Een man stapte uit.

Hij liep langzaam naar ons toe.

Grijs haar.

Een oude politiebadge aan zijn riem.

"Jeroen Meijer?" vroeg ik.

Hij knikte.

"Je lijkt op haar."

"Op mijn moeder?"

"Ja."

Hij haalde een oude map uit zijn jas.

"Je vader betaalde me om dit dertig jaar lang te bewaren."

"Wat staat erin?"

Hij keek naar Sophie.

"Dat hangt ervan af."

"Waarvan?"

"Of je klaar bent om te weten waarom je moeder niet bij je is gebleven."

Ik pakte de map.

"Vertel het."

Jeroen keek me recht aan.

"Laura wilde je meenemen."

"Waarom deed ze dat niet?"

"Omdat ze werd tegengehouden."

"Door Victor?"

"Nee."

"Door wie?"

Hij keek naar Sophie.

"Door iemand die jij vandaag nog steeds vertrouwt."

Ik voelde een koude rilling.

"Wie?"

Jeroen antwoordde:

"Maria Vermeer."

Sophie deed een stap achteruit.

"Nee..."

Jeroen opende de map.

"Maria heeft Laura verraden."

"Waarom?" vroeg ik.

Hij haalde een oude foto tevoorschijn.

"Voor geld."

Ik keek naar de foto.

Daarop stond Maria naast een onbekende man.

En achter hen stond...

mijn vader.

Maar dat was niet het ergste.

Onder de foto stond een datum.

23 oktober 1996 — 01:47.

Mijn geboortedatum.

Mijn vaders gezicht stond strak.

"Wat gebeurde er om 01:47?"

Jeroen keek me aan.

"Je moeder werd toen ontvoerd."

"Door wie?"

Hij wees naar de laatste pagina.

Ik draaide hem om.

Daar stond één naam.

Gerard Vos.

Ik kende die naam.

Ik had hem ooit op een oud krantenknipsel gezien.

Een man die volgens officiële documenten dertig jaar geleden bij een auto-ongeluk was omgekomen.

Jeroen fluisterde:

"Gerard Vos heeft nooit een ongeluk gehad."

Mijn telefoon ging.

Een onbekend nummer.

Ik nam op.

Een rustige mannenstem zei:

"Thomas."

"Wie bent u?"

"Je hebt mijn naam zojuist gevonden."

Ik verstijfde.

"Gerard?"

Hij lachte zacht.

"Je vader heeft je eindelijk alles verteld."

"Waar is mijn moeder?"

Een stilte.

"Dat is de verkeerde vraag."

"Wat is dan de juiste?"

"Wie heeft je moeder laten verdwijnen?"

Mijn hart bonsde.

"Wie?"

Hij antwoordde:

"Vraag het aan Sophie."

De verbinding werd verbroken.

Ik keek naar mijn vrouw.

Ze huilde.

"Thomas..."

"Wat?"

"Ik heb je niet alles verteld."

"Wat heb je nog verzwegen?"

Ze keek me recht aan.

"Ik weet wie Gerard Vos is."

"Wie?"

Sophie fluisterde:

"Hij is mijn echte vader."

Op dat moment reed er een auto met hoge snelheid voorbij.

De achterruit ging omlaag.

Een man stak zijn hand naar buiten.

Een schot klonk.

Sophie viel tegen mij aan.

Ik keek naar beneden.

Bloed.

Maar het was niet mijn bloed.

Het kwam uit haar schouder.

"SOphie!"

Ze zakte in mijn armen.

Met moeite fluisterde ze:

"Ga naar mijn vader..."

"Waarom?"

"Want hij is de enige die weet..."

Ze verloor haar bewustzijn.

"Wat?"

Haar ogen sloten.

"...waar je moeder nu is."