Deel 8
De voetstappen komen met dreunende snelheid dichterbij de woonkamer. Mijn adem stokt in mijn keel; we zijn in de val gelokt. De achterdeur blijkt op slot te zitten met een zware, moderne hangslotconstructie die we in de haast niet open krijgen. "Naar de kelder!" sis ik, terwijl ik met trillende vingers een verborgen luik in de houten vloer ontdek, half verscholen onder een verrot stuk zeil.
Sam en Eli aarzelen geen moment. Sam trekt het luik met een krachtige ruk open, waarna een muffe, donkere diepte zich onder ons opent. Zonder te bedenken wat ons daarboven of beneden te wachten staat, glijden we een voor een naar beneden in de pikdonkere ruimte, terwijl de voetstappen net de woonkamer binnenstappen. Sam trekt het luik boven ons met een zachte klik dicht, net op het moment dat zware laarzen op de planken boven onze hoofden stampen.
We houden onze adem in. Ieder geluid in de kleine kelder wordt versterkt door de echo van de vochtige muren. Boven ons horen we stemmen, ruw en geirriteerd. Het is Victor, dat weet ik zeker. Zijn schorre stem snijdt door de kieren van de vloerdelen. "Ze waren hier net nog, de koffie in de auto is nog warm!" roept Victor naar zijn handlangers. "Zoek het hele terrein af, ze kunnen niet ver zijn!" In het aardedonkere beneden tast ik met mijn handen langs de vochtige stenen muur naar een houvast.
Mijn vingers raken iets hards en kouds—een roestige lichtknop of een oude olielamp. Eli tast in zijn zak en klikt het lampje van zijn smartphone aan, heel zwak, zodat het licht nauwelijks opvalt. Het schijnsel onthult een kleine, stenen ruimte vol met oude houten kisten, stapels ordners en in de hoek... een metalen kluis met een groot, zwaar cijferslot.
"Kijk hier," fluistert Sam heel zacht, terwijl hij naar de kluis wijst. Op de deur van de kluis is met witte verf exact hetzelfde symbool getekend als op de zilveren signetring die Eli bij zich draagt. We naderen de kluis voorzichtig. Terwijl we boven ons het gerommel en het verschuiven van meubels horen, besef ik dat dit de kern van het mysterie moet zijn.
Alles waar Lucas voor heeft gevochten, alle documenten over de corruptie van de stichting en het bewijs van zijn verdwijning, moeten hier binnen opgeslagen liggen. Maar hoe krijgen we hem open? Er is geen sleutelgat, alleen een draaischijf met cijfers. "De datum," mompelt Eli plotseling, zijn ogen groot van inzicht. "De datum van onze geboorte. Of... de datum van Lucas' verdwijning." Sam draait aan de schijf.
De cijfers klikken zachtjes in de stille ruimte, een tikkende tijdbom tegen de achtergrond van de naderende vijand boven ons hoofden. Bij de laatste klik hoor ik een zware, mechanische ontgrendeling. De deur van de kluis zwaait langzaam open, en het zwakke licht van de telefoon onthult niet alleen mappen, maar ook een oude videoband met daarop handgeschreven letters: Voor Lena en de jongens.






