Deel 12
De auto rolt langzaam en zonder verlichting uit in een smalle zijstraat naast het stadsarchief, verschaduwd door de massieve muren van een middeleeuws kloosterpand. Mijn hart klopt in mijn keel terwijl ik door de beslagen voorruit naar de hoofdingang tuur. Daar staat Victor inderdaad, zijn donkere jas strak om zijn middel getrokken tegen de gure nachtwind, terwijl hij met een klein apparaatje in zijn hand lijkt te praten tegen een portofoon of telefoon.
Naast hem staat nog een tweede figuur, een brede man in een zwarte leren jas die met een zware koevoet in de aanslag bij de zware houten deur van het archief staat te rommelen. "Ze proberen al in te breken," fluistert Sam nijdig, terwijl zijn handen zich vastgrijpen aan het stuur. "Als ze die deur forceren, zijn we te laat." "Niet via de hoofdingang," zegt Eli snel, terwijl hij zijn laptop op schoot openklapt en de kabels aansluit.
"De hoofdingang heeft directe alarmlijnen met de beveiliging. Maar de oude dienstingang aan de grachtzijde, die vroeger werd gebruikt voor het transport van historische boeken... die is gekoppeld aan het oude gemeentenetwerk dat ik tijdens mijn afstudeerproject heb geanalyseerd. Als ik nu inbreek in hun systeem, kan ik die deur openen zonder dat het alarm afgaat." Eli's vingers vliegen over het toetsenbord van de laptop.
Het scherm licht fel op in de donkere auto, gevuld met groene regels code en draaiende laadbalken. De seconden tikken traag voorbij. Buiten horen we in de verte het doffe geluid van een metaalachtige kraak—Victor en zijn handlanger hebben de houten deur van de hoofdingang geforceerd en zijn naar binnen gegaan. "Kom op, kom op..." fluistert Eli, zweetdruppels op zijn voorhoofd.
Plotseling klinkt er een zacht, elektronisch klikgeluid vanuit het dashboard van Eli's laptop, gevolgd door een groen vinkje op het scherm. "Yes! De dienstingang aan de gracht is ontgrendeld. We hebben maximaal tien minuten voordat de beveiliging of Victor doorheeft dat we binnen zijn via een andere route." We openen de autodeuren zo zacht mogelijk en sluipen door de regen en de mist naar de achterkant van het pand, waar een stenen trap direct naar de donkere gracht leidt. Eli duwt tegen de zware ijzeren deur; met een zachte zucht zwicht het slot en zwaait de deur open naar de donkere, koele gangen van het stadsarchief. We glippen naar binnen en trekken de deur achter ons dicht.






