Deel 5
We verlaten de universiteit via de achteruitgang, weg van de ontredderde menigte en de toegesnelde politie die inmiddels ter plaatse is. Sam en Eli zwijgen in alle talen tijdens de korte autorit terug naar de wasserette. De spanning in de oude stationwagen is te snijden; het voelt alsof we een bom vervoeren die elk moment kan ontploffen. Binnen in de wasserette sluit ik direct de zware rolluiken en draai de grendels om.
De tl-buizen zoemen zachtjes boven onze hoofden terwijl we in de kleine kantine aan de houten tafel gaan zitten. "We moeten weg hier," zeg ik met een hese stem, terwijl ik mijn handen warm aan een nieuwe kop koffie. "Als Victor weet waar we wonen, is deze plek niet langer veilig. Ze zullen ons zoeken, en ze zullen niet rusten voordat ze de antwoorden hebben waar Lucas zogenaamd voor heeft gevochten." "Weggaan?" zegt Sam op harde toon.
Hij slaat met zijn vuist op tafel, zodat de koppen rammelen. "Mam, we zijn net afgestudeerd! We hebben jarenlang gezwoegd, elke cent omgedraaid, gedroomd van een toekomst in deze stad. En nu moeten we rennen voor een spook uit een verleden waar we niet eens om hebben gevraagd?" "Sam heeft gelijk," vult Eli aan, hoewel zijn stem kalmer klinkt, al trillen zijn handen zichtbaar om zijn beker.
"We rennen al ons hele leven, ook al wisten wij dat zelf niet. Het is tijd om te stoppen met rennen. Het is tijd om uit te vinden wie die man was, en wat er met onze echte vader is gebeurd. Leeft hij nog? Of is hij..." Hij maakt de zin niet af, maar de angst hangt dik in de ruimte. Ik kijk naar mijn zoons. Ze zijn groot geworden, sterker dan ik ooit had durven dromen, maar in hun ogen zie ik exact dezelfde kwetsbaarheid als die avond in Kanaleneiland toen de maatschappelijk werker ons bedreigde.
Ze willen antwoorden, en ze zijn niet meer van plan om genoegen te nemen met mijn halve waarheden en beschermende leugens. Ik sta op, loop naar het achterste kantoortje en haal het oude, roestige blik tevoorschijn waarin ik alle papieren, documenten en brieven van Lucas door de jaren heen heb verzameld. Ik leg het op tafel en open het. Bovenop ligt het briefje van die ochtend, samen met de zilveren signetring die Eli op het podium had opgeraapt.
"Er is een reden waarom Lucas die ring achterliet," zeg ik zachter. "En er is een reden waarom Victor juist nu verscheen. Lucas heeft niet alleen papieren achtergelaten; hij heeft een aanwijzing nagelaten over een plek buiten Utrecht waar de echte waarheid verborgen ligt. Een plek waar de organisatie destijds zijn sporen heeft uitgewist." Sam buigt zich voorover, zijn woede maakt plaats voor intense nieuwsgierigheid.
"Welke plek, mam?" Ik pak het oudste briefje uit het blik, het exemplaar dat ik twintig jaar lang niet durfde te lezen tot gisterenavond, en wijs naar een vervaagde handgeschreven coördinaat onderaan de bladzijde, geschreven in de haastige, sidderende hand van mijn broer. Het is een adres in de bossen bij de Utrechtse Heuvelrug.






