Ik was tweeënzestig toen mijn enige dochter me de zin zei die ik het meest vreesde: ‘Mam, ik wil niet langer het leven leiden dat jij voor mij hebt gekozen. Zoek me vanaf vandaag niet meer.’
News Story

Ik was tweeënzestig toen mijn enige dochter me de zin zei die ik het meest vreesde: ‘Mam, ik wil niet langer het leven leiden dat jij voor mij hebt gekozen. Zoek me vanaf vandaag niet meer.’

8 weergaven

Deel 13: Het Web Sluit Zich

De stem van Livia galmde door de gang en sneed door mijn ziel als een scherp mes. Ik keek van Robert van Dalen naar de openstaande voordeur waar Livia net haar jas over de kapstok hing. Ze neuriede zachtjes een melodietje, totaal onwetend van de aardbeving die zich zojuist in onze hal had voltrokken. ‘Zij mag dit niet weten,’ siste ik naar Robert, terwijl ik de papieren haastig tegen mijn borst drukte alsof ik ze kon beschermen tegen de werkelijkheid.

‘Ze heeft genoeg geleden. Als ze hoort dat Thomas niet alleen een manipulator is, maar de ware moordenaar van haar vader… dat breekt haar definitief.’ Robert knikte heftig, zijn ogen vol medelijden. ‘Daarom ben ik naar u toe gekomen, mevrouw De Jong. De politie onderzoekt de oude dossiers opnieuw, maar we hebben meer bewijs nodig. Thomas is ondergedoken, maar we weten dat hij nog steeds in de buurt van Utrecht rondhangt.

Hij probeert wanhopig om alsnog aan de documenten van het appartement te komen.’ ‘Mam?’ Livia’s voetstappen kwamen dichterbij vanuit de gang naar de keuken. ‘Ben je in de hal? Met wie sta je te praten?’ Ik slikte de brok in mijn keel weg, propte de papieren diep in de zak van mijn vest en zette een zo kalm mogelijke glimlach op mijn gezicht. Ik deed een stap naar voren en trok de voordeur achter Robert dicht, net op het moment dat Livia om de hoek van de gang verscheen.

‘O, hi schat,’ zei ik, en mijn stem trilde slechts een heel klein beetje. ‘Er was… er was een oude bekende van vroeger aan de deur. Iemand van het ziekenhuis van destijds.’ Livia keerde haar wenkbrauwen fronsend naar me toe. Ze rook de spanning in de lucht; ze kende me te goed om te geloven dat alles in orde was. ‘Van het ziekenhuis? Wie dan? Is er iets mis?’ ‘Nee, liefje, helemaal niets mis,’ loog ik, terwijl ik mijn arm om haar schouder sloeg en haar mee naar de keuken leidde.

‘Alleen wat oude administratie die we moesten afronden. Vertel eens, wie heb je in de boekhandel ontmoet?’ Livia liet zich afleiden door haar enthousiasme over de dag, maar haar ogen bleven me achterdochtig aankijken. Die avond, terwijl Livia al boven op haar kamer was en de stilte van de nacht over Utrecht neerdaalde, kon ik de slaap niet vatten. Ik lag in bed te staren naar het plafond, terwijl de wind aan de dakpannen trok.

Thomas wist de waarheid. En zolang hij vrij rondliep, was geen van beiden veilig. Om drie uur 's nachts hoorde ik een zacht geluid beneden. Het klonk alsof er een kiezelsteentje tegen het achterraam werd gegooid. Ik stond op, deed een badjas over mijn nachthemd en liep op kousenvoeten naar beneden. Ik gluurde door het gordijn van de woonkamer naar buiten. In het maanlicht zag ik een gestalte staan bij de achtertuin. Een gestalte die in de schaduw van de schutting stond te wachten. Het was Thomas. En in zijn hand hield hij iets glimmends vast dat in het maanlicht weerspiegelde.