Deel 8: De tweede verdachte
De stem van agent Kox snijdt door de gespannen stilte van de kelder heen. Daniel veegt het zweet en het stof van zijn gezicht en kijkt María aan. ‘Een tweede verdachte?’ zegt hij met een schorre stem. María houdt haar wapen nog steeds gericht op de neergeslagen, sissende gestalte op de grond, die nu langzaam wegzakt in bewusteloosheid door het bloedverlies. ‘Houd hem onder schot, ik dek je rug als we naar boven gaan,’ zegt María tegen Daniel. Ze lopen achterwaarts naar de keldertrap, terwijl ze hun ogen geen moment van de duistere hoeken van de bunker afwenden.
Boven in de hal is de chaos compleet. Verschillende agenten in kogelwerende vesten lopen af en aan, en felle zaklampen beschijnen elke centimeter van de woonkamer. Tegen de achterbank van een gearriveerde politiebus zit een vrouw handboeien om, met een dikke deken om haar schouders geslagen. Het is de moeder van Emily, Clara Miller, die blijkbaar net is gearriveerd of zich schuilhield in de buurt. Ze huilt onophoudelijk, haar gezicht verborgen in haar handen, terwijl een vrouwelijke rechercheur zacht op haar inpraat. Daniel en María komen de trap op gelopen en worden direct opgewacht door inspecteur Vance, een doorgewinterde rechercheur met een strakke, geplaagde blik in zijn ogen.
‘Wat hebben jullie daar beneden aangetroffen?’ vraagt inspecteur Vance meteen, zonder beleefdheid, terwijl hij naar hun gehavende uniformen kijkt. Daniel haalt diep adem. ‘Een ondergrondse bunker, inspecteur. Vol met martelwerktuigen en... een menselijk wezen dat daar jarenlang moet zijn vastgehouden en getraind om het huis te terroriseren.’ Vance fronst zijn wenkbrauwen diep. ‘Dat verklaart de verklaring van de tweede verdachte die we buiten hebben gepakt. Dat is de broer van Thomas, Arthur Miller. Hij beweert dat dit een familieproject was dat al generaties lang in de schaduw wordt voortgezet.’
María voelt een koude huivering door haar rug trekken bij die woorden. ‘Generaties lang? Bedoelt u dat er nog meer van dit soort huizen zijn?’ vraagt ze met een ongelovige blik. Inspecteur Vance schudt langzaam zijn hoofd, zijn blik somber en vastberaden. ‘Dat moeten we nu gaan uitzoeken. Maar er is iets anders dat jullie moeten weten. Toen we de auto van Arthur doorzochten, vonden we een oud fotoalbum.
En daarin staan niet alleen foto’s van Emily, maar ook van andere kinderen uit deze buurt die de afgelopen vijf jaar spoorloos zijn verdwenen.’ Op dat moment wordt de deur van de politieauto opengegooid en roept een agent luid door de nacht: ‘Inspecteur! We hebben een verborgen usb-stick in de auto gevonden met live-beelden van andere huizen!’






