Deel 15: Het huis van de commissaris
De woorden van de meldkamer klinken als een donderslag bij heldere hemel in de ondergrondse bunker. Zelfs inspecteur Vance blijft als aan de grond genageld staan, zijn adem stokkend in zijn keel. ‘Van wie? Van wie zeg je dat de oproep komt?’ roept Vance door zijn portofoon, alsof hij hoopt dat hij zich heeft verstaan. De stem van de centralist klinkt gespannen en angstig door de kleine speaker: ‘Van het privé-adres van hoofdcommissaris Henderson, inspecteur. En de beller... de beller gebruikt precies hetzelfde codewoord.’
Daniel en María wisselen een blik van pure verschrikking uit. Als zelfs het huis van de hoofdcommissaris is geïnfiltreerd of deel uitmaakt van dit gruwelijke netwerk, betekent dit dat de corruptie en de angst tot aan de absolute top van de wetshandhaving reiken. Er is nergens meer een veilige plek, en niemand die ze nog blindelings kunnen vertrouwen. ‘Verzamel iedereen,’ zegt Vance met een ijskoude, resolute stem die geen tegenspraak duldt. ‘We gaan direct naar het adres van Henderson. Geen sirenes, geen lichten. We gaan ze verrassen voordat zij ons kunnen bereiken.’
Boven op straat is de nacht inmiddels overgegaan in de kille, grijze dageraad van een nieuwe ochtend. De eerste vogels beginnen te fluiten in de bomen van de rustige woonwijk, volkomen onbewust van de apocalyptische duisternis die zich onder hun voeten en achter de keurige gevels heeft afgespeeld. Daniel en María stappen zwijgend in hun patrouillewagen.
De spanning in de auto is zo snijdend dat je haar kunt snijden. María kijkt door het raam naar buiten, waar de zon langzaam opkomt boven de daken van Springfield, en beseft dat dit pas het begin is van een nachtmerrie die dieper snijdt dan wie dan ook had kunnen vermoeden. Met ingehouden adem rijden ze weg, op weg naar de ultieme confrontatie in het hol van de leeuw.






