Deel 4: Het geheim achter de kelderdeur
Het bonken tegen de kelderdeur laat het hele huis trillen. Zelfs de fotolijstjes aan de muur trillen gevaarlijk op hun randen, alsof de muren zelf uit elkaar willen scheuren. Thomas, die nog steeds plat op de grond in de hal ligt met zijn handen in de boeien, begint ineens hysterisch te lachen. Het is een hol, krankzinnig geluid dat door merg en been gaat. ‘Jullie denken dat jullie hem te pakken hebben? Jullie hebben geen idee wat we hier hebben binnengehaald!’ schreeuwt hij naar Daniel, die hem onmiddellijk een duw geeft om hem stil te houden. ‘Huidige positie handhaven, geen gekke dingen Miller!’ roept Daniel terwijl hij zijn blik strak op de kelderdeur gericht houdt.
María staat halverwege de trap met Emily stevig tegen zich aan gedrukt. Het meisje begraaft haar gezicht diep in María's uniform en fluistert herhaaldelijk: ‘De slang is wakker... de slang is wakker...’ María voelt een koude zweet over haar rug lopen. Ze weet dat ze Emily zo snel mogelijk het huis uit moet krijgen, naar de ambulance die inmiddels met gierende banden in de straat is gearriveerd.
Maar de nieuwsgierigheid en de plichtsgetrouwheid winnen het; ze kan dit niet achterlaten. Ze geeft Emily over aan agent Kox, die net naar boven is gerend om te helpen bij de evacuatie. ‘Breng haar naar buiten, naar de medische eenheid. Zorg dat ze uit de wind staat,’ beveelt María met een kordaat handgebaar.
Kox knikt en tilt het bange meisje op, die zich met al haar kracht aan zijn vest vastklampt. ‘Kom op, Emily, we gaan naar buiten waar het veilig is,’ zegt Kox zachtjes terwijl hij snel de trap afloopt. María trekt haar zaklamp los van haar riem en stapt weer naar beneden, richting de mysterieuze kelderdeur waar het gebonk inmiddels heeft plaatsgemaakt voor een zacht, griezelig geskras. Het klinkt alsof er nagels over hout schrapen, ritmisch, bijna intelligent. De oude man, die inmiddels door de versterking is geboeid en naar buiten wordt gevoerd, roept nog een laatste waarschuwing in de hal: ‘Hij lust geen vlees van de supermarkt... hij heeft honger!’
Daniel trekt zijn wenkbrauwen op en kijkt María aan. Haar hand rust op de metalen klink van de kelderdeur. De lucht die uit de kieren van de deur ontsnapt is ijskoud en ruikt muf, naar vochtige aarde en rottend hout. Geen normale kelderlucht. Het voelt bijna alsof er een open graf onder het huis ligt. Daniel telt tot drie met zijn vingers in de lucht. María knikt, haar hartslag bonkt in haar keel. Met één krachtige ruk trekt Daniel de zware houten deur open, en het licht van hun zaklampen snijdt door de pikdonkere diepte van de trap die naar beneden leidt.






