Deel 12: De sprong in de diepte
Met een wilde ruk trekt Harold Croft het jonge jongetje mee achter zich aan, de pikdonkere diepte van de kelder in. María reageert instinctief; ze laat alle voorzichtigheid varen, rent naar de rand van de kelderopening en springt zonder aarzelen achter hen aan op de houten treden. ‘María, wacht!’ roept Daniel, die onmiddellijk achter haar aan rent, zijn zaklamp vooruit stotend in de duisternis. De val is steil en hard; María mist bijna haar houvast op de spekgladde treden, maar vangt zichzelf op met haar handen tegen de betonnen wand, waarbij ze haar handpalm openhaalt aan een scherpe rand.
Beneden in de kelder is het pikkedonker, op het flakkerende licht na van Harold's eigen zaklamp die ergens op de grond ligt te schijnen en een vreemde, groene gloed over de ruimte werpt. Het jongetje huilt het uit van angst, zijn stem galmt door het ondergrondse labyrint dat angstaanjagend veel lijkt op de bunker van Thomas Miller. ‘Nee! Papa zei dat ik lief moest zijn!’ schreeuwt het kind, terwijl Croft hem probeert te duwen in een van de ijzeren kooien die tegen de wand zijn opgesteld. María komt overeind en stormt met geheven wapen op Croft af. ‘Handen in de lucht, Croft! Spel is over!’ snauwt ze, haar stem klinkt als staal in de holle ruimte.
Harold draait zich abrupt om, zijn gezicht vertrokken van blinde waanzin. Hij laat het jongetje los, dat meteen huilend ineenschrompelt in een hoek van de betonnen vloer. In zijn hand glimt nu een lang, roestig mes dat hij blijkbaar uit zijn jas heeft getrokken. ‘Jullie verpesten alles! Het experiment moest nog beginnen!’ brult hij, en met een wilde haal stormt hij recht op María af. María weigert terug te deinzen. Ze wacht tot het juiste moment, en net wanneer Harold met het mes uithaalt, ontwijkt ze de steek met een snelle zijwaartse beweging en geeft hem een harde trap tegen zijn knieholte.
Croft gilt het uit van de pijn, struikelt over de matras op de grond enklapt hard achterover tegen de ijzeren staven van de kooi. In datzelfde fractie van een seconde schiet Daniel naar voren, trapt het mes uit Harolds hand en drukt hem met zijn knie hard tegen de grond. ‘Handen op je rug! Niet bewegen!’ roept Daniel buiten adem. María rent onmiddellijk naar het jonge jongetje toe, trekt hem voorzichtig in haar armen en drukt hem tegen haar borst.
‘Stil maar, lieverd... je bent veilig. Agenten zijn bij je,’ fluistert ze zachtjes, terwijl ze de tranen op haar eigen wangen wegveegt. Maar terwijl ze daar in het donker zitten, hoort ze in de verste hoek van de bunker, achter het stalen luik, een zacht geklik. Een geluid dat aangeeft dat de tunnel naar het grotere netwerk nog lang niet gesloten is.






