De twee levens van een echtgenoot
News Story

De twee levens van een echtgenoot

93 weergaven

DEEL 8 — De duisternis van het verleden

Het mes raakte de stroomkabel met een harde klets. Een vonkenregen spatte uit elkaar en het enige lichtpunt in de loods doofde op hetzelfde moment uit. De ruimte werd gehuld in een inktzwarte duisternis.

"Kut!" schreeuwde Arthur.

Een luid schot weergalmde door de loods, gevolgd door een kletterend geluid van een kogel die afketste op een stalen balk. Het geluid was verdovend hard in de gesloten ruimte.

"Claire!" gilde Monique.

Ik twijfelde geen seconde. Ik liet me op mijn knieën vallen en kroop op tastgevoel over de koude, natte betonvloer. Ik kende de positie van Monique. Ik bereikte de stoel waarin ze vastgebonden zat en sloeg mijn hand over haar mond om te voorkomen dat ze zou gillen.

"Stil blijven," fluisterde ik heel dicht bij haar oor.

In de verte hoorde ik de zware voetstappen van Arthur. He vloekte binnensmonds en ik zag het kleine, felle licht van zijn telefoonscherm aanfloepen. Hij gebruikte het als zaklamp en zwaaide de lichtstraal wild door de loods.

"Je kunt niet ontsnappen, Claire!" roep hij. Sy stem klonk woedend, bijna niet-menselijk. "Deze loods is afgesloten! Er is maar één uitgang!"

Ik tastte snel langs de armen van Monique. Mijn zakmes lag ergens op de grond bij de kapotte lamp, dus dat kon ik niet gebruiken. Maar Monique droeg een zware zilveren ketting om haar hals met een scherpe, hoekige hanger. Met trillende vingers trok ik de ketting los en begon met het metaal over de dikke kabelbinder rond haar polsen te schuren.

De lichtstraal van Arthurs telefoon kwam langzaam onze kant op. Vijftien meter. Tien meter.

"Teken de papieren gewoon," schreeuwde Arthur. "Dan is het voorbij! Waarom vecht je voor het geld van een man die jou dertig jaar lang heeft bedrogen?"

"Ik vecht niet voor zijn geld!" roep ik terug, terwijl ik mijn stem verdraaide om hem op het verkeerde spoor te zetten qua richting. "Ik vecht voor mijn kinderen!"

Arthur draaide zich abrupt om naar de linkerkant van de loods, denkend dat ik daar stond. Hij vuurde nog een schot af. De flits van de loop verlichtte zijn gezicht voor een fractie van een seconde.

Snijd. Snijd. Snijd.

De rand van de ketting sneed eindelijk door het plastic van de kabelbinder. Monique trok haar handen los. Snel buikte ze voorover en maakte de banden rond haar enkel los.

"Ga naar de achterdeur," fluisterde Monique heel zacht. "Er is een nooduitgang achter de opgestapelde pallets."

"En jij?"

"Ik houd hem bezig. Het is mijn schuld dat dit allemaal is gebeurd. Ik had Daniel nooit moeten helpen," zei ze met een vastberadenheid die me verraste.

Vóór ik haar kon tegenhouden, stond Monique op. In de duisternis greep ze een zware ijzeren ketting die van een pallet bungelde en gooide die met een luide knal tegen de overkant van de loods.

"Daar is ze!" schreeuwde Arthur en hij rende met zijn zaklantaarn naar de plek waar de ketting was neergevallen.

Monique greep mijn arm en trok me mee de andere kant op, door een smalle doorgang tussen de opgestapelde houten kisten. We renden op tastgevoel naar de achterkant van de loods. Mijn hart klopte in mijn keel.

We bereikten de nooduitgang. Het was een zware stalen deur met een panieksluiting. Monique duwde ertegenaan, maar de deur zat klem door roest.

"Helpen!" hijgde ze.

We dduwden samen met al onze kracht tegen de stang. Net op het moment dat de deur met een luid gekraak opensprong, klonk er een stem vlak achter ons.

"Gevonden," zei Arthur.

De lichtstraal van zijn telefoon viel recht in mijn ogen. Ik was verblind. Ik hoorde het mechanische klikgeluid van de hamer van het pistool die naar achteren werd getrokken.

"Einde verhaal, zusje," zei Arthur.

Op dat exacte moment klonk er een oorverdovend geluid van buiten. Een zware auto rammelde met hoge snelheid door het hek van de scheepswerf, de koplampen fel brandend. De wagen reed zonder af te remmen recht op de nooduitgang van de loods af!

Arthur keek geschokt om naar het felle licht.

De auto beukte door de verroeste stalen deur heen. Met een enorme klap van verscheurend metaal en brekend glas vloog de voorkant van de wagen de loods binnen en raakte Arthur vol van de zijkant.

Arthur werd metersver weggeblazen en smakte hard tegen een stapel houten pallets. Het pistool vloog uit zijn hand en verdween in de duisternis.

De auto kwam met piepende banden tot stilstand. Het bestuurdersportier vloog open.

Mijn adem stokte. Ik verwachtte Lucas te zien.

Maar uit de auto stapte een man met een doordringende blik en donkere kleding.

Het was Julian.