Deel 10: Het Bezoek in de Nacht
De uren verstreken in een vreemde, pijnlijke stilte. Het ziekenhuis viel langzaam in een diepe nachtrust, op het zachte gepiep van infuuspompen en de gedempte voetstappen van verpleegkundigen na. Lente was weer in een diepe, natuurlijke slaap gevallen – geen chemische verdoving meer, maar echte, welverdiende rust. Ik zat op de stoel naast het bed, mijn ellebogen op mijn knieën en mijn gezicht in mijn handen verborgen, toen ik opeens merkte dat de gangverlichting buiten het raam van de ziekenhuiskamer vreemd flikkerde.
Het was niet zomaar een storing. De schaduw van een gestalte liep traag voorbij het matte glas van de ziekenhuisdeur.
Ik hield mijn adem in. Mijn instincten, die de hele avond al op scherp stonden, schreeuwden om te waakzaamheid. Bezoekers waren op dit tijdstip van de nacht ten strengste verboden, en de politieagent die normaal gesproken bij de deur zou waken, leek even van zijn post te zijn weggeroepen voor een spoedoverleg.
De deurkruk van de ziekenhuiskamer begon langzaam en geruisloos naar beneden te zakken.
De klink klikte zachtjes. De deur schoof een stukje open. Uit de donkere gang glipte een figuur naar binnen, gehuld in een donkere jas met de capuchon diep over het gezicht getrokken. De persoon bewoog zich uiterst behoedzaam, op fluwelen zolen, recht in de richting van het bed waar Lente lag te slapen.
Mijn bloed bevroor in my aderen. Ik stond geruisloos op uit mijn stoel, mijn vuisten strak gebald, klaar om mezelf op de indringer te werpen voordat die ook maar één vinger naar mijn dochter kon uitsteken. Op het moment dat de gestalte haar hand uitstak naar de dekens van het bed, greep ik de persoon bij de kraag van de jas en sleurde haar – want het was een slanke gestalte – met een bruuske ruk achterover naar de grond.
De persoon viel met een doffe klap op de linoleumvloer, en de capuchon gleed achterover. Bij het zien van het gezicht dat in het zwakke licht van de medische apparatuur tevoorschijn kwam, sloeg mijn hart een heftige slag over. Het was niet mijn vrouw, en het was niet mijn schoonmoeder. Het was iemand van wie ik het absoluut nooit had verwacht...






