DEEL 12 - Het eiland van de waarheid
De veerboot bracht ons in een halfuur naar het rustige Bainbridge Island, ver weg van de chaos van de stad. De regen was opgehouden en plaatsgemaakt voor een kille, heldere middag. We vonden een klein, verlaten café aan de rand van de haven waar we konden zitten zonder dat iemand op ons lette. Noah lag met zijn hoofd op de tafel; de spanning en de pijn in zijn pols hadden hun tol geëist en hij was in een diepe, uitputtende slaap gevallen.
Professor Vance zat tegenover me, met een kop zwarte koffie in zijn trillende handen. „Wat is onze volgende stap, Emily?” vroeg hij zacht, terwijl hij me aankeek met vermoeide ogen. „Als we die USB-stick naar de pers willen brengen, moeten we contact opnemen met iemand die niet omkoopbaar is. Iemand die ik vertrouw.” Ik dacht diep na. Mijn zus, die in een ander district woonde, of een oude journalist die ik kende van mijn studententijd?
Nee, te riskant. Toen schoot me te binnen wat Megan in haar brief had geschreven over een veilig contactpunt bij de federale rechtbank in Tacoma – iemand die buiten het bereik van De Bewakers stond. „We gaan naar Tacoma,” zei ik vastberaden. „Naar rechter Hall. Hij was een goede vriend van mijn vader en een man van onbesproken gedrag.” Vance knikte langzaam. „Het is een risico, maar het is onze enige kans.
Als we daar aankomen met de data, kunnen we een officieel bevel uitvaardigen voordat ze ons vinden.” Op dat moment trilde mijn telefoon in mijn jas. Ik schrok me rot. Ik had mijn telefoon de hele tijd op stil gezet, maar uit reflex keek ik op het scherm. Een onbekend nummer. En een sms-bericht met slechts één regel tekst: „Je kunt niet ontsnappen, Emily. We wachten op de veerboot van terugkomst.” Mijn hart sloeg over.
Ze wisten al waar we waren. Ze hadden ons op de veerboot gevolgd. En toen ik opkeek naar het raam van het café, zag ik een bekende zwarte SUV langzaam langs de kade rijden, met de koplampen direct op onze tafel gericht.






