DEEL 10 - Het net sluit zich
De echode geluiden van laarzen op het metaal van de bovengrondse roltrappen klonken als donder in het verlaten metrostation. Ze kwamen eraan van beide kanten van de tunnel; we zaten in de val. Professor Vancevloekte binnensmonds en scheen met zijn zaklantaarn langs de klamme bakstenen muren, zoekend naar een andere optie die er niet was. „Ze hebben ons ingesloten,” zei hij verslagen. „Er is geen uitgang meer die niet wordt bewaakt.” Noah kroop dichter tegen me aan.
Ik sloeg mijn armen om hem heen en keek door de duisternis, op zoek naar een wonder. Mijn ogen vielen op een oude, verroeste onderhoudstrein die op een dood spoor stond te verkommeren, verscholen achter een dik gordijn van spinnenwebben en stof. De trein was al tientallen jaren niet meer gebruikt, maar de rails liepen verder rechtdoor, dieper de berg in, naar een oude goederenoverslag bij de haven die mogelijk al lang verlaten was. „Vance!
Die trein!” riep ik, terwijl ik naar het roestige gevaarte wees. „Waar leidt dat spoor naartoe?” De professor keek op en zijn ogen werden groot van begrip. „Naar het oude rangeerterrein bij de haven! Maar de stroom is daar al jaren afgesloten, we kunnen hem nooit starten—” „We hoeven hem niet te starten,” viel ik hem in de armen, terwijl ik naar de zware helling kees die naar beneden liep richting de haven. „Het is een helling.
Als we hem loskoppelen van de remmen, rolt hij uit zichzelf naar beneden!” Er was geen tijd voor aarzeling. Terwijl de eerste flitsen van zaklampen aan het begin van de tunnel verschenen en een scherpe stem roept: „Daar zijn ze! Vang ze levend!”, renden we naar de oude trein. Met vereende krachten trokken professor Vance en ik aan de roestige remhendel.
Met een luide, metalen knal die door de hele tunnel galmde, gleden de remblokken los. De zware wagon begon langzaam, bijna terughoudend, te bewegen over de roestige rails. „Instappen! Snel!” schreeuwde ik, terwijl ik Noah omhoog duwde en zelf achter hem aan klom. Professor Vance sprong als laatste op de treeplank net toen de eerste kogel met een scherpe gil door het metaal van de wagon sloeg. De trein schoot vooruit en rolde de duisternis in, steeds sneller en sneller, weg van onze achtervolgers, recht op het onbekende af.






