DE VROUW LANGS DE WEG
News Story

DE VROUW LANGS DE WEG

0 weergaven

deel 6

De rit duurde eindeloos. In het pikkedonker van de laadruimte werd ik bij elke scherpe bocht en hobbel in de weg heen en weer geslingerd. Mijn hoofd bonkte van de stress en de angst, en mijn handen – nog steeds stijf van de kou – waren gevoelloos geworden. Ik probeerde na te denken over een uitweg, een manier om te ontsnappen zodra de auto zou stoppen, maar de laadklep was hermetisch afgesloten en er was geen enkele handgreep aan de binnenzijde te bekennen.

Na ongeveer drie kwartier begon de motor zachter te ronken. We leken te vertragen en reden over een hobbelig zandpad, te oordelen naar het gegons van los grind tegen de wielkasten. Toen stonden we stil.

De motor werd uitgezet. Het bleef een paar seconden angstaanjagend stil, op het getik van de afkoelende uitlaat na.

Een paar tellen later werd de achterklep met een harde ruk geopend. Het felle licht van een zaklantaarn scheen direct in mijn ogen, waardoor ik blind met mijn handen knipperde.

"Eruit," snauwde de stem van de reus met het litteken.

Twee sterke handen grepen me bij mijn kraag en sleurden me naar buiten. Ik struikelde over de rand van de laadbak en viel hard neer in hoog, nat gras. Toen ik opkeek, zag ik waar we waren. We stonden op een verlaten landgoed, ergens diep in de bossen buiten de stad. Voor ons stond een statige, negentiende-eeuwse buitenplaats waarvan de ramen grotendeels donker waren, op één enkele kamer op de bovenverdieping na, waar een geel licht brandde.

Ik werd opgestaan door de bewakers en met harde duwen naar de zware eikenhouten voordeur geleid. De Wit liep voorop en haalde een ouderwetse sleutel tevoorschijn om het slot te openen. De deur zwaaide piepend open en onthulde een hal vol antieke meubels, marmeren vloeren en de muffe geur van verleden tijd.

Ze namen me mee naar boven, door een lange, donkere gang met portretten van strenge heren in kostuums aan de muren, tot we bij een dubbele deur kwamen. De Wit klopte tweemaal en duwde de deur toen open.

Ik verwachtde een folterkamer of een kille ondervragingsruimte, maar in plaats daarvan stapten we een enorme werkkamer binnen die meer leek op een privé-bibliotheek uit een film. Boekenplanken reikten tot aan het hoge plafond, en bij een brandende open haard stond een grote, lederen fauteuil.

In die fauteuil zat een man met grijs haar, gekleed in een comfortabel wollen vest over een overhemd. Hij rookte een pijp waarvan de zoete geur van tabak door de kamer hing. Toen we binnenkwamen, draaide hij zijn stoel langzaam om.

Het was een gezicht dat ik kende van definanciële bladen en landelijke talkshows. Arthur van Houten. De broer van Elizabeth van Houten, en tot voor kort hoofdaandeelhouder van de concurrerende tak binnen dezelfde holding. De man die al maandenlang publiekelijk ruzie maakte met Elizabeth over de koers van het familiebedrijf.

Arthur nam een rustige trek van zijn pijp, blies een wolk rook de lucht in en keek me met koele, blauwe ogen aan.

"Dus dit is de held van de snelweg," zei hij met een kalme, bijna vaderlijke stem die desondanks angstaanjagend koud overkwam. "Julian de Jong. Een man met een indrukwekkend cv... en een heel slecht gevoel voor timing."

Ik slikte een brok weg. "U... u zit hierachter," bracht ik uit. "U wilde uw eigen zus van de weg laten drukken."

Arthur lachte zachtjes. Het was een diep, rochelend geluid. "Mijn zus, Julian, is een vrouw uit een ander tijdperk. Ze begrijpt niet dat de wereld veranderd is. Ze wil dat dit familiebedrijf een liefdadigheidsinstelling blijft die vasthoudt aan ouderwetse principes, terwijl de rest van de markt gedigitaliseerd en overgenomen wordt. Wij wilden geen geweld gebruiken... we wilden alleen dat ze een stap terugdeed. Een tijdelijke ziekenhuisopname zou precies genoeg tijd kopen om de handtekeningen onder de overname te zetten."

Hij leunde naar voren, zijn blik werd plotseling messcherp. "En toen kwam jij. Jij besloot om heldhaftig te gaan doen. En erger nog: je hebt onze meest vertrouwelijke data op een USB-stick gekopieerd en meegenomen."

Arthur hield zijn hand op. De Wit stapte naar voren en legde mijn laptop en de zwarte USB-stick op het bureau voor hem neer.

"Dus hier is de deal, Julian," zei Arthur op dezelfde kalme toon. "Je geeft ons het wachtwoord van die versleutelde mappen. Je vertelt ons precies aan wie je nog meer kopieën hebt gestuurd, als die er zijn. En in ruil daarvoor... mag je morgen in alle rust een nieuwe baan zoeken. Je krijgt een flinke som geld op je rekening gestort. Een bedrag waarvan je je hypotheek in één keer kunt aflossen."

Hij nam weer een trek van zijn pijp en keek me aan met een blik die zei dat er geen andere optie was.

"En als ik weiger?" vroeg ik, hoewel ik het antwoord al kon raden.

Arthur glimlachte flauw. "Dan vrees ik dat je vanavond nog een heel lang ongeluk krijgt... precies zoals mijn zus bijna had."

De stilte in de kamer werd doods. De vlammen in de open haard knetterden zacht, maar de warmte bereikte me niet. Mijn handen trilden in mijn zakken. Ik wist dat als ik het wachtwoord gaf, ik mijn eigen doodvonnis ondertekende. Maar als ik weigerde...

Plotseling werd de zware eikenhouten deur van de werkkamer met een enorme knal opengegooid.

Niet door de bewakers. Maar door een groep zwaarbewapende agenten in kogelwerende vesten, met hun wapens strak op Arthur en De Wit gericht. En achter hen, met een wandelstok in haar hand en een vastberaden blik in haar ogen, stond de vrouw die ik vanochtend had gered: Elizabeth van Houten.