deel 3
De letters op het papier leken op te lichten in het tl-licht van Calebs kantoor. Dr. h.c. Elizabeth van Houten. Grondlegger en meerderheidsaandeelhouder van Van Houten Holding, het moederbedrijf waar Apex Solutions slechts een microscopisch klein onderdeel van was. De vrouw die ik vanochtend had vastgehouden op de natte vluchtstrook was niet zomaar een zieke voorbijganger; zij was de economische keizerin van het land. Degene die eigenhandig miljardenfondsen beëindigde of liet groeien met één enkele pennenstreken.
Mijn adem stokte in mijn keel. Dus dat was de reden waarom Caleb zo paniekerig had gedaan. Niet om de gemiste klantpresentatie van vanochtend – die presentatie was blijkbaar een rookgordijn geweest, of erger nog, een bewuste poging om mij uit de weg te ruimen zodat ik niet op zou vallen. Maar wacht, waarom zou Caleb mij willen lozen als ik nota bene haar leven had gered?
De stem van de man uit Den Haag sneed door mijn gedachten. Hij stond met zijn rug naar de deur, zijn dure maatpak spande om zijn brede schouders. "Caleb, luister goed naar me. Als Julian erachter komt wie ze is, en belangrijker nog, waarom ze daar langs de weg stond op het moment dat die vrachtwagen haar bijna van de sokken reed... dan is het voor ons allebei Cahuëla. Begrijp je dat?"
Caleb knikte driftig, zijn gezicht klam van het zweet. "Ik heb hem ontslagen, meneer De Wit. Net zoals u vroeg. Precies om half tien, meteen nadat de presentatie mislukte. Hij denkt dat hij op straat staat vanwege die klant. Hij heeft geen flauw idee."
Mijn handen gleden van de deurklink. Ze werden koud. Dus mijn ontslag was geen impulsieve woede-uitbarsting van een gefrustreerde manager. Het was een vooropgezette plan. Ze wilden me monddood maken, me weghouden bij het bedrijf voordat ik vragen ging stellen over de gebeurtenissen van vanochtend. Maar vragen stellen was nu het enige dat ik wilde doen.
Ik trok me terug uit de deuropening en liep met snelle, stille passen naar mijn eigen bureau aan de andere kant van de open kantoorruimte. Mijn hart bonkte in mijn keel alsof ik een marathon liep. Mijn laptoptas lag er nog, net zoals ik hem had achtergelaten. Maar er was iets vreemds. De USB-stick die ik altijd in de zijvak bewaarde – de stick met de back-ups van de geheime projecten waar ik de afgelopen zes maanden aan had gewerkt – was weg.
Ik grabbelde door de inhoud van de tas. Aantekeningenboekjes, opladers, een halflege zak snoepjes, mijn thermoskan. Maar geen USB-stick. Iemand had mijn tas doorzocht terwijl ik weg was om mijn spullen te halen.
"Zoek je dit, Julian?"
De stem kwam van achter me. Ik draaide me om en zag Linda staan. Ze keek me indringend aan, haar hand verborgen achter haar rug. Langzaam haalde ze haar hand tevoorschijn. Daarin lag de zwarte USB-stick.
"Linda..." Ik slaakte een verlichte zucht. "Waar had je die vandaan?"
"Caleb stuurde een van de stagiaires om je tas leeg te halen toen je even naar de wc was," fluisterde ze snel, terwijl ze om zich heen keek om te zien of iemand meeluisterde. "Ik heb hem uit de prullenbak van de administratie gevist voordat ze hem konden vernietigen. Julian, je moet weg hier. Ze zijn niet alleen bang voor je; ze zijn bereid om heel ver te gaan."
Ik nam de stick aan en stopte hem diep in de binnenzak van mijn jas. "Waarom doe je dit, Linda? Je brengt je eigen baan in gevaar."
Ze glimlachte flauw, maar haar ogen stonden somber. "Omdat ik al twintig jaar voor dit bedrijf werk, Julian. Ik heb te vaak gezien hoe ze mensen kapotmaken die te dicht bij de waarheid komen. Die vrouw van vanochtend... Elizabeth van Houten... die is niet zomaar onwel geworden. Haar auto stond niet met pech. De remmen van haar wagen waren doorgesneden."
De woorden sloegen in als een bom. Remmen doorgesneden? Op de snelweg?
Voordat ik kon reageren, hoorde ik de klap van een kantoordeur aan het einde van de gang. Calebs luide stem echode door de ruimte. "Julian? Wat doe jij in vredesnaam nog in dit gebouw?!"
Ik keek Linda aan. Ze knikte kordaat naar de nooduitgang aan de achterkant van het pand. "Ga!" fluisterde ze. "Nu!"
Ik greep mijn laptoptas en zette het op een lopen. Achter me hoorde ik het geluid van harde schoenen op de linoleumvloer. Calebs stem werd luid en schreeuwerig, maar ik keek niet meer achterom. Ik duwde de metalen stang van de nooduitgang naar beneden en stoof de regenachtige middag in, met de stick in mijn zak en een wereld die in nog geen paar uur tijd volledig op zijn kop stond.






