deel 12
De woonkamer was akelig stil. Er hing een koude, kille geur van sigarettenrook – een geur die absoluut niet in ons huis hoorde, want we rookten allebei niet. Op de salontafel lag niet zomaar iets; het was de favoriete knuffelbeer van onze jongste dochter Mila, door midden gescheurd met een scherp mes, en daarbovenop lag een klein, geprint briefje.
Ik liep als in een trance naar de tafel, mijn handen trilden zo erg dat ik het papier nauwelijks kon vastpakken. Met een droge keel las ik de woorden die erop stonden, getypt in een koud, zakelijk lettertype:
“Je dacht dat je gewonnen had, Julian. Je dacht dat Elizabeth je kon beschermen. Maar zolang jij die USB-stick hebt, zijn je vrouw en kinderen ons eigendom. Om twaalf uur vanmiddag, tijdens de persconferentie in Den Haag, zul je op de live-uitzending bekendmaken dat jij vrijwillig aftreedt en de overname goedkeurt. Doe je dat niet... dan zie je je gezin nooit meer terug. Je hebt drie uur.”
De grond leek onder mijn voeten weg te zakken. De wereld om me heen begon te tollen. De stilte in het huis werd verbroken door een plotseling geluid achter me – het zachte, ritmische getik van een klok in de gang, en toen... het rinkelen van mijn eigen mobiele telefoon in mijn binnenzak.
Ik rukte de telefoon tevoorschijn. Op het scherm stond een onbekend nummer. Zonder na te denken drukte ik op opnemen en bracht het toestel naar mijn oor.
"Hallo?!" schreeuwde ik, mijn stem een wanhopige kreet van pure paniek.
Een stem antwoordde. Niet de stem van Robert, niet de stem van Arthur, en zelfs niet van De Wit. Het was een stem die ik nog nooit had gehoord – kalm, gecultiveerd, bijna vriendelijk, maar met een ondertoon vanabsolute meedogenloosheid.
"Goedemorgen, Julian," zei de stem rustig. "Ik hoop dat de knuffel van je dochter in goede aarde is gevallen. Vergeet niet: klokslag twaalf uur in Den Haag. De microfoon is voor jou."
De lijn werd verbroken. Een luide, lege toon bleef nawerken in mijn oor.
Buiten schenen de zonnepanelen op het dak van de overburen, en vogels floten vrolijk in de bomen, alsof de wereld niet zojuist op het punt stond om volledig in te storten. Ik stond daar in de lege, donkere woonkamer, met de verscheurde knuffel in mijn hand, beseffend dat ik voor de allerzwaarste keuze van mijn leven stond: het bedrijf redden en mijn eigen integriteit behouden, of alles opgeven om het leven van Sarah en mijn kinderen te redden.
De tijd begon te tikken. Nog nog geen vier uur...






