deel 5
De koude regendruppels sloegen in mijn gezicht toen ik met een harde ruk uit de auto werd getrokken. Mijn hoofd stootte tegen de stalen deurpost voordat ik op mijn knieën in het natte grind terechtkwam. De scherpe steentjes boorden zich in mijn knieën, maar de pijn werd al snel overstemd door de adrenaline die door mijn aderen gierde.
"Rustig aan, rustig aan!" schreeuwde ik, terwijl ik probeerde overeind te krabbelen. Twee paar zware laarzen stonden dreigend voor me. Toen ik opkeek, zag ik silhouetten tegen de felle koplampen van de terreinwagens. De man die me had vastgepakt – een boom van een vent met een litteken over zijn linkerwang – liet me los, maar duwde me direct weer achterover tegen de zijkant van mijn eigen auto.
"Handen op het dak, Julian," klonk een koele, zakelijke stem.
Uit de tweede terreinwagen stapte een man in een perfect gesneden maatpak. Het was dezelfde man die zojuist nog in Calebs kantoor stond: meneer De Wit van het mysterieuze hoofdkantoor in Den Haag. Hij liep langzaam naar me toe, zijn schoenen smakten zacht in de modder. Hij hield een zwarte paraplu vast die hem beschermde tegen de druilerige regen, alsof hij een wandeling maakte in plaats van een ontvoering te leiden.
"Je maakt het ons wel erg lastig, vriend," zei De Wit glimlachend. Zijn glimlach bevatte geen enkele warmte; het was de grijns van een haai die zijn prooi in het nauw had gedreven. "We hadden een nette regeling kunnen treffen. Je kreeg je ontslag, een kleine zwijgpremie op je rekening, en we hadden elkaar nooit meer gezien. Maar nee... jij moest nodig in je tas gaan rommelen."
"Ik wist niet eens wat er op die stick stond," loog ik, hoewel mijn hart in mijn keel klopte en mijn stem trilde van angst.
De Wit zuchtte diep, alsof hij te maken had met een koppig kind. Hij knikte naar de littekenachtige reus naast hem, die onmiddellijk naar mijn open autoportier liep, de laptop van de passagiersstoel griste en naar De Wit bracht. Op het scherm brandde nog steeds het geopende document van Project_Aegis.
De Wit wierp een blik op het scherm en sloeg het laptopscherm toen met een droge klap dicht. "Niet weten wat er op staat? Geloof je dat zelf, Julian? Dit document is versleuteld met een drievoudige wachtwoordbeveiliging die alleen jij en de hoofdarchitect van het project kenden. En laat die hoofdarchitect nu net een paar maanden geleden ontslagen zijn nadat hij te veel vragen begon te stellen."
Mijn maag trok samen. Dus die andere collega... de man die vorig jaar plotseling spoorloos verdween nadat hij klaagde over 'financiële onregelmatigheden'... hij was niet zomaar uit eigen beweging vertrokken. Ze hadden hem hetzelfde aangedaan. Of erger.
"Jullie hebben haar remmen doorgesneden," zei ik, mijn stem nu rauwer en minder beheerst dan ik had gewild. "Elizabeth van Houten. Jullie wilden haar vermoorden omdat ze jullie plannen om de holding over te nemen in de weg stond."
De Wit trok één wenkbrauw op. Er verscheen een grimmige trek om zijn mond. "Vermoorden? Dat klinkt zo heftig, Julian. Laten we het liever 'een noodzakelijke herstructurering' noemen. Mevrouw Van Houten is op leeftijd. Soms nemen mensen op die leeftijd verkeerde afslagen op de snelweg. Soms begeven organen het onder de druk van het zakendoen. Het was allemaal zo mooi bedacht... tot jij daar verscheen als een soort moderne ridder op een witte spaarauto."
Hij stapte dichterbij. De geur van dure eau de cologne vermengde zich met de natte aarde. "En nu zit jij met informatie die je dood kan maken. Letterlijk en figuurlijk."
"De politie weet hiervan," blufte ik, wetende dat niemand buiten Linda en mijn vrouw wist waar ik was. "Ik heb kopieën naar de autoriteiten gestuurd."
De Wit lachte. Het was een droog, snerpend geluid. "De politie? Julian, je vergist je in wie de touwtjes in handen heeft. De politie in deze regio is al lang voorzien van de juiste... incentives om de andere kant op te kijken als grote jongens onder elkaar aan het werk zijn. Maar goed, daar gaan we geen ruzie over maken."
Hij knikte naar de reus met het litteken. "Zet hem achterin de jeep. We gaan een ritje maken. Er is iemand die je heel graag wil ontmoeten. Iemand die persoonlijk wil controleren of die USB-stick nog ergens anders een back-up heeft."
Voordat ik kon schreeuwen, greep de reus me bij mijn armen, tilde me van de grond en duwde me met brute kracht de achterbak van de terreinwagen in. Het duister sloeg om me heen toen de zware achterklep met een luide klik dichtviel. De motor bromde, en we reden weg in de nacht, op weg naar een bestemming waarvan ik wist dat ik er levend misschien nooit meer uit zou komen.






