ZE DACHTEN DAT IK EEN GEBROKEN WEDUWE WAS
News Story

ZE DACHTEN DAT IK EEN GEBROKEN WEDUWE WAS

0 weergaven

DEEL 5 — DE MAN DIE MIJN VADER VREESDE

Mijn vader bleef volledig stil.

Het pistool was op zijn borst gericht.

Mijn moeder stond verstijfd naast de tafel.

Victoria begon te huilen.

Raymond liet zijn telefoon uit zijn hand vallen.

Maar ik keek alleen naar de man bij de deur.

Hij was kalm.

Te kalm.

Alsof hij dit moment al honderden keren had voorbereid.

“Wie ben je?” vroeg ik.

Hij keek naar mij.

“Dat is niet de vraag die je moet stellen.”

“Dan welke wel?”

Hij glimlachte.

“Waarom heeft je vader je twaalf jaar lang voorgelogen?”

Mijn vader schudde langzaam zijn hoofd.

“Lena, luister niet naar hem.”

De man lachte zacht.

“Zie je?”

Hij keek naar mij.

“Zelfs nu liegt hij.”

Ik keek naar mijn vader.

“Is dat waar?”

Hij antwoordde niet.

“Papa.”

Nog steeds niets.

De man liet het pistool een fractie zakken.

“Je vader vertelde je dat Marcus bij Project Raven werd gerekruteerd.”

Ik knikte.

“Dat is niet het hele verhaal.”

Mijn vader sloot zijn ogen.

“Stop.”

“Waarom?”

De man keek hem aan.

“Omdat je dochter eindelijk moet weten waarom haar man moest verdwijnen.”

Mijn adem stokte.

“Marcus is niet verdwenen omdat hij de vijand ontdekte.”

Ik voelde mijn hartslag versnellen.

“Waarom dan?”

Hij keek mij recht aan.

“Omdat hij ontdekte wie Project Raven financierde.”

Ik keek naar mijn vader.

Hij keek weg.

De man glimlachte.

“Je vader.”

Mijn moeder begon te huilen.

Ik voelde mijn maag samentrekken.

“Mijn vader?”

“Ja.”

Mijn vader schreeuwde:

“Dat is niet waar!”

“Niet helemaal,” zei de man.

“En dat maakt het juist interessant.”

Hij deed een stap naar voren.

“Je vader richtte Raven niet op.”

Hij wees met het pistool naar hem.

“Maar hij hielp het financieren.”

Ik kon nauwelijks ademhalen.

“Waarom?”

Mijn vader keek mij aan.

Zijn ogen waren rood.

“Omdat ik dacht dat ik iets goeds deed.”

“Wat voor iets?”

“Bescherming.”

Ik schudde mijn hoofd.

“Bescherming van wie?”

Hij antwoordde niet.

De onbekende man deed dat wel.

“Van jouw familie.”

Ik keek naar mijn moeder.

Naar Victoria.

Naar Raymond.

“Mijn familie?”

Hij knikte.

“Jouw familie heeft meer macht dan je ooit hebt beseft.”

Raymond stapte achteruit.

“Waar heb je het over?”

De man keek naar hem.

“Jij weet niets.”

Raymond werd bleek.

Victoria greep zijn arm.

“Wie is deze man?”

Hij antwoordde niet.

Mijn vader wel.

“Zijn naam is Adrian Cross.”

Ik keek naar hem.

De naam zei me niets.

Maar mijn vader kende hem.

Heel goed.

“Wat was hij van jou?”

Mijn vader antwoordde zacht:

“Mijn partner.”

Adrian glimlachte.

“Ex-partner.”

* * *

Een harde knal klonk.

Iedereen kromp ineen.

Maar het schot kwam niet van Adrian.

Een raam achter ons sprong uiteen.

Glas vloog door de keuken.

De twee beveiligers trokken onmiddellijk hun wapens.

“Op de grond!”

Ik dook instinctief naar beneden.

Mijn moeder greep Victoria vast.

Raymond kroop achter de tafel.

Mijn vader werd tegen de vloer geduwd.

Adrian keek naar buiten.

Zijn gezicht veranderde.

“Ze hebben ons gevonden.”

“Wie?” vroeg ik.

Hij keek naar mij.

“De mensen voor wie Marcus vlucht.”

Nog een schot.

Een kogel sloeg tegen de muur.

De beveiligers schoten terug.

Ik voelde mijn hart in mijn keel.

Mijn baby bewoog wild.

Ik legde beide handen op mijn buik.

“Rustig…”

Ik wist niet tegen wie ik het zei.

Tegen mezelf.

Of tegen mijn kind.

Toen greep iemand mijn arm.

Ik draaide me om.

Adrian.

“Je moet met mij mee.”

“Ik ga nergens heen.”

“Als je hier blijft, sterf je.”

“Waarom zou ik je vertrouwen?”

Hij keek me strak aan.

“Omdat Marcus mij vertrouwde.”

Die woorden waren genoeg.

Ik volgde hem.

We renden door de achterdeur.

De koude lucht sloeg in mijn gezicht.

Achter ons klonken stemmen.

Motoren.

Schoten.

Ik keek één keer om.

Mijn vader stond nog steeds in de deuropening.

Hij keek mij aan.

Maar hij kwam niet achter mij aan.

Hij bleef daar staan.

Alsof hij wist dat dit misschien de laatste keer was dat hij mij zou zien.

* * *

We bereikten een zwarte SUV.

Adrian opende de deur.

“Instappen.”

Ik deed het.

Hij stapte naast me.

De chauffeur reed onmiddellijk weg.

Ik keek achterom.

Mijn ouderlijk huis verdween achter de bomen.

“Waar brengen jullie me heen?”

“Een veilige locatie.”

“Dat zei Cole ook.”

Adrian keek me aan.

“Cole is niet degene die je moet vrezen.”

“Wie dan?”

Hij antwoordde:

“Je zus.”

Mijn hart stopte bijna.

“Victoria?”

Hij knikte.

“Ze werkt voor hen.”

Ik lachte ongelovig.

“Mijn zus?”

“Je zus wist wie Marcus was.”

“Dat is onmogelijk.”

“Vraag haar wie Raymond werkelijk is.”

Ik keek hem aan.

“Wat bedoel je?”

“Raymond is geen investeerder.”

Hij zweeg.

“Hij is een tussenpersoon.”

“Voor wie?”

“Voor Project Raven.”

Ik voelde een koude rilling.

Alles begon op zijn plaats te vallen.

De slaapkamer.

De garage.

Raymond die per se mijn kamer wilde.

Victoria die mij zo gemakkelijk naar de garage stuurde.

Het leek plotseling niet meer op gewone wreedheid.

Het leek gepland.

“Waarom wilden ze mij uit mijn kamer hebben?”

Adrian keek uit het raam.

“Omdat ze iets zochten.”

“Wat?”

Hij keek mij aan.

“Een sleutel.”

“Welke sleutel?”

“De sleutel die Marcus je gaf voordat hij verdween.”

Ik dacht onmiddellijk aan de kleine metalen hanger die Marcus mij maanden geleden had gegeven.

Hij had gezegd:

“Bewaar deze. Ooit zul je begrijpen waarom.”

Ik droeg hem nog steeds.

Onder mijn kleding.

Mijn vingers gleden naar mijn hals.

Adrian zag het.

“Je hebt hem.”

Ik keek hem geschrokken aan.

“Hoe weet je dat?”

“Omdat Marcus wist dat jij hem nooit zou wegdoen.”

Ik trok de hanger onder mijn kleding vandaan.

Een klein metalen plaatje.

Aan de achterkant stond een reeks cijfers.

Adrian werd bleek.

“Dat is hem.”

“Wat opent het?”

Hij antwoordde:

“Niet wat.”

Hij keek naar mij.

“Wie.”

Ik begreep het niet.

Toen voelde ik mijn telefoon trillen.

Een nieuw bericht.

Geen nummer.

Alleen één naam.

MARCUS.

Mijn handen begonnen te trillen.

Ik opende het bericht.

Er stond slechts één zin.

LENA, ALS JE DIT LEEST, BEN JE AL IN GEVAAR.

Daaronder verscheen een tweede regel.

GA NIET NAAR HET ZIEKENHUIS.

Mijn hart sloeg over.

Ik keek naar Adrian.

“Waarom zou ik naar het ziekenhuis gaan?”

Hij antwoordde niet.

Toen voelde ik plotseling een scherpe pijn in mijn buik.

Ik greep naar mijn buik.

“Adrian…”

Hij draaide zich onmiddellijk om.

“Wat is er?”

Ik probeerde adem te halen.

“Mijn baby…”

Hij gaf de chauffeur opdracht sneller te rijden.

Maar voordat ik mijn ogen kon sluiten, verscheen er nog één laatste bericht op mijn telefoon.

ZE HEBBEN JE BABY AL DIE TIJD AL IN DE GATEN GEHOUDEN.

Ik keek naar het scherm.

En voor het eerst sinds Marcus’ verdwijning begreep ik waarom iedereen zo geïnteresseerd was in mijn zwangerschap.

Mijn baby was niet alleen Marcus’ kind.

Hij was blijkbaar de sleutel tot iets waarvoor mensen bereid waren te doden.