DEEL 13 — MIJN DOODVERKLAARDE GROOTMOEDER LEEFDE
De sneeuw viel langzaam om ons heen.
Ik hoorde alleen mijn eigen ademhaling.
Mijn grootmoeder.
De vrouw die ik als kind had leren kennen via oude foto's.
De vrouw van wie mijn moeder altijd had gezegd dat ze vijftien jaar geleden was overleden.
De vrouw van wie mijn vader nooit sprak.
Ze leefde.
En zij had Project Raven opgericht.
Ik keek naar Marcus.
“Hoe weet je dat?”
Hij antwoordde:
“Omdat ik haar heb gezien.”
Mijn maag trok samen.
“Wanneer?”
“Drie weken geleden.”
“Waar?”
“In Zwitserland.”
Ik keek hem ongelovig aan.
“Je was daar?”
Hij knikte.
“Ze wilde weten of jij nog leefde.”
Mijn vader kwam dichterbij.
“Marcus…”
“Het is tijd dat ze alles weet.”
Mijn vader keek weg.
Ik voelde mijn woede terugkomen.
“Waarom hebben jullie me nooit verteld dat ze leeft?”
Niemand antwoordde.
Ik keek naar mijn vader.
“Papa.”
Hij haalde diep adem.
“Omdat zij degene is die ons allemaal heeft geleerd hoe we moesten liegen.”
* * *
We gingen terug naar de veilige woning.
Binnen wachtte Adrian met nieuwe informatie.
Hij legde een map op tafel.
“Dit is alles wat we over haar hebben.”
Ik opende de map.
Een foto.
Een jonge vrouw.
Elegant.
Koud.
Naast haar stond een jongere Harrison.
En aan de andere kant…
Daniel Mercer.
Mijn biologische vader.
Daaronder stond een naam.
EVELYN MERCER.
Mijn grootmoeder.
Ik keek naar de foto.
“Ze lijkt op mijn moeder.”
Marcus knikte.
“En jij lijkt op haar.”
Ik keek opnieuw.
Dezelfde ogen.
Dezelfde scherpe kaak.
Dezelfde donkere haren.
Een rilling liep over mijn rug.
“Waarom heeft ze Project Raven opgericht?”
Adrian antwoordde:
“Oorspronkelijk wilde ze een systeem creëren dat militaire toegang volledig onmogelijk zou maken voor vijanden.”
“Dat klinkt niet kwaadaardig.”
“Het begon niet zo.”
Hij draaide een pagina om.
“Maar toen ze ontdekte dat genetische identificatie kon worden gebruikt…”
“Bouwde ze Subject One.”
“Ja.”
Ik keek naar mijn eigen naam.
“Mijn moeder zei dat ik het eerste succesvolle kind was.”
“Dat klopt.”
“Maar waarom ik?”
Adrian keek naar Marcus.
Marcus antwoordde:
“Omdat jouw moeder en Daniel genetisch uitzonderlijk compatibel waren.”
Ik fronste.
“En mijn grootmoeder koos hen.”
“Ja.”
Ik voelde mijn maag draaien.
“Dus mijn geboorte was gepland.”
“Je ouders werden geselecteerd.”
“En ik?”
Marcus keek me aan.
“Jij was het resultaat.”
Ik sloot mijn ogen.
Mijn hele jeugd voelde plotseling als een experiment.
* * *
Toen kwam er een bericht binnen.
Geen nummer.
Geen naam.
Alleen een locatie.
GENÈVE — 22:00.
Daaronder:
KOM ALLEEN.
Marcus keek naar het scherm.
“Ze wil jou ontmoeten.”
“Mijn grootmoeder?”
Hij knikte.
“Ja.”
Adrian schudde zijn hoofd.
“Dat is een val.”
“Waarschijnlijk.”
Ik keek naar Marcus.
“Maar als zij echt achter alles zit…”
“Dan moeten we haar vinden.”
Mijn vader zei:
“Je gaat nergens heen.”
Ik keek naar hem.
“Dat zei je twaalf jaar geleden ook tegen Daniel.”
Hij verstijfde.
“Lena…”
“Deze keer bepaal ik zelf wat ik doe.”
* * *
Die avond kwamen we aan in Genève.
Niet alleen.
Adrian had een team rondom het gebouw geplaatst.
Marcus bleef bij mij.
Mijn vader bleef achter.
Ik liep een oude bibliotheek binnen.
De deuren sloten achter mij.
De ruimte was bijna volledig donker.
Toen ging één lamp aan.
Een oudere vrouw zat aan een tafel.
Grijs haar.
Perfect gekleed.
Haar rug recht.
Haar ogen scherp.
Ik kende haar gezicht.
Ik had het honderden keren gezien.
Op foto's.
In dromen.
In mijn herinneringen.
Maar nooit levend.
Ze keek me aan.
“Lena.”
Mijn adem stokte.
“Grootmoeder.”
Ze glimlachte.
“Je bent precies zoals ik had gehoopt.”
Ik bleef op afstand.
“Je bent dood.”
“Dat was de bedoeling.”
“Waarom?”
“Omdat een dode vrouw veel gemakkelijker geheimen kan bewaren.”
Ik voelde mijn handen trillen.
“Heb jij Project Raven opgericht?”
“Ja.”
“Heb jij mijn geboorte gepland?”
“Ja.”
“Heb je mijn moeder gebruikt?”
“Ja.”
“Heb je mijn vader gebruikt?”
“Ook.”
Ik voelde tranen opkomen.
“En Marcus?”
Ze glimlachte.
“Marcus was nooit mijn vijand.”
Ik keek naar haar.
“Wat bedoel je?”
“Hij was mijn verzekering.”
Ik begreep het niet.
Ze stond langzaam op.
“Toen je vader probeerde je te verbergen, wist ik dat hij vroeg of laat zou falen.”
Ze liep naar een kast.
“Dus koos ik iemand die dicht bij jou kon blijven.”
Ik voelde mijn hart zakken.
“Marcus.”
“Ja.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Je hebt hem naar mij gestuurd.”
“Ja.”
“Dus onze ontmoeting…”
“Gepland.”
“Ons huwelijk…”
“Niet gepland.”
Ik keek haar verbaasd aan.
Ze glimlachte.
“Dat was het enige wat ik niet kon controleren.”
* * *
“Waarom wilde je hem dan laten leven?”
Ze keek naar mij.
“Omdat hij verliefd op je werd.”
“En jij liet hem zeven maanden verdwijnen?”
“Om jou te beschermen.”
Ik lachte bitter.
“Dat klinkt bekend.”
Ze keek me rustig aan.
“Je bent boos.”
“Je hebt mijn leven vernietigd.”
“Nee.”
Ze schudde haar hoofd.
“Ik heb je leven gebouwd.”
“Als een experiment.”
“Als een bescherming.”
“Mijn baby dan?”
Haar ogen gingen naar mijn buik.
“Dat is waarom ik je hierheen heb laten komen.”
“Wat wil je?”
Ze liep dichterbij.
“Je baby is niet de sleutel tot Raven.”
“Marcus zei dat.”
“Hij heeft gelijk.”
“Dus wat is het?”
Ze keek rechtstreeks in mijn ogen.
“Je baby is de sleutel tot iets veel groters.”
Mijn hart sloeg over.
“Wat?”
Ze fluisterde:
“De vernietiging van Project Raven.”
Ik zei niets.
Ze ging verder.
“Raven kan niet worden gestopt door soldaten.”
“Niet door regeringen.”
“Niet door geld.”
Ze legde een hand op tafel.
“Alleen door degene die het heeft gecreëerd.”
Ik keek naar haar.
“Jij?”
Ze glimlachte.
“Nee.”
Ze keek naar mijn buik.
“Jouw kind.”
Ik voelde een koude rilling.
“Waarom?”
“Omdat jij Subject One bent.”
Ze wees naar zichzelf.
“Victoria is Subject Two.”
Daarna keek ze naar mij.
“Maar je baby is de eerste die beide genetische lijnen volledig combineert.”
Ik voelde mijn adem stokte.
“Dus je wilt mijn kind gebruiken om Raven te vernietigen?”
“Niet gebruiken.”
Ze keek me ernstig aan.
“Beschermen.”
Ik geloofde haar niet.
Niet volledig.
Toen ging de deur achter mij open.
Marcus kwam binnen.
“Evelyn.”
Mijn grootmoeder keek naar hem.
“Marcus.”
Hij bleef naast mij staan.
“Je hebt genoeg geheimen verteld.”
Ze glimlachte.
“Dat denk je.”
Toen draaide ze zich naar mij.
“Er is nog één ding dat je moet weten.”
“Wat?”
“De man die jij je vader noemt…”
Ze zweeg.
“Hij heeft je niet gered.”
Mijn hart sloeg over.
“Wat bedoel je?”
“Hij heeft je gestolen.”
Ik keek naar Marcus.
Hij werd bleek.
Mijn grootmoeder vervolgde:
“En als je wilt weten waarom…”
Ze keek naar de deur.
“Vraag hem wat er op de dag van je geboorte werkelijk gebeurde.”
Marcus zei zacht:
“Lena…”
Maar voordat hij verder kon spreken, klonk buiten een explosie.
De ramen trilden.
Adrian riep via de radio:
“WE WORDEN AANGEVALLEN!”
Mijn grootmoeder keek niet eens geschrokken.
Ze glimlachte alleen.
“Ze zijn vroeg.”
Ik keek haar aan.
“Wie?”
Ze antwoordde:
“Victoria.”
Toen keek ze naar Marcus.
“En deze keer…”
“komt ze niet om je te stoppen.”
“Ze komt om je kind te halen.”






